Ds. Kraan: Islam wil vrede, moslimextremisme pas na 2001 een feit

beeld AFP, Mohammed Al-Shaikh AFP, Mohammed Al-Shaikh
2

BERGUM. Maak geen karikaturen en grove vertekeningen van de islam, vindt ds. J. D. (Jaap) Kraan. Juist goedwillende en gematigde moslims vervreemd je dan van je als bondgenoten van vrede. „Het moslimextremisme is vooral na de aanslagen in 2001 ontstaan. Toen ging de geest echt uit de fles.”

Ds. Kraan (1945), gereformeerd emeritus predikant in het Friese Bergum, geeft in zijn nieuweboek ”Met het oog op moslims. Theologen en de Protestantse Kerk in dialoog met moslims van 1960 tot 2010” (uitg. Boekencentrum, Zoetermeer) een uitvoerig overzicht van publicaties over de islam door theologen uit de Protestantse Kerk in Nederland en haar voorgangers –de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland– alsmede van rapporten van kerken gedurende de periode 1960-2010. Hij behandelt niet alleen de ‘groten’, zoals dr. J. Verkuyl, prof. dr. D. C. Mulder, dr. J. Slomp en dr. A. Wessels, maar ook tal van onbekendere theologen.

Van 1978 tot 1985 was ds. Kraan stafmedewerker aan het Christelijke Studiecentrum voor de dialoog tussen moslims en christenen te Rawalpindi in Pakistan. Tot 1989 was hij predikant voor de ontmoeting met moslim­leerlingen in het christelijk onderwijs.

Verharding

In kerkelijke kring is verharding en stagnatie ontstaan, aldus ds. Kraan. „Al tijden heeft men geen fulltime-islamoloog in dienst. De beide functionarissen –dr. Jan Slomp en dr. Gé Speelman– zijn wegbezuinigd. Er was wel ruimte voor enkele predikanten die het contact met joden onderhielden. Daar zeg ik niets van, maar de verhoudingen kloppen dus niet als we zien welke prominente plaats de islam in de samenleving inneemt. In 1974 was er één moskee in Nederland, nu zijn het er meer dan 450.”

Tot nu toe is er volgens hem vanuit protestantse kring geen samenhangende visie op de islam ontwikkeld. In zijn boek passeren tientallen namen de revue. In het begin van de twintigste eeuw domineert het beeld van de islam als een natuurlijke, wettische dan wel valse religie, aldus de emeritus predikant. Zo constateerde de gereformeerde zendingstheo­loog dr. J. Verkuyl bij moslims veel angst voor Allah. Ze hebben knagende vragen als: Is mijn overgave wel vurig genoeg? Zijn mijn goede werken wel voldoende? Hoewel Allah 99 namen heeft, ontbreekt de vadernaam.

Geruchtmakend was de opvatting van prof. dr. Hanna Kohlbrugge, hoogleraar Iraanse taal- en letterkunde aan de Utrechtse universiteit. Zij typeerde Allah als de leegte, een nul, die alles in eigen leegte verslindt. Pas met prof. dr. D. C. Mulder, voorzitter van de Raad van Kerken in Nederland, begon volgens ds. Kraan een periode van dialoog die de plaats ging innemen van de oude exclusief-missionaire visie. De nadruk valt op de overeenkomsten tussen beide religies. Deze trend wordt voortgezet door dr. Slomp, dr. Wessels, dr. Vroom en dr. Speelman en vele anderen die in het boek aan de orde komen.

Voor ds. Kraan zijn christenen en moslims medepelgrims die dezelfde God bedoelen, al hebben ze een verschillend beeld van God. Joden, moslims en christenen behoren tot „de mensen van het boek”, vereren dezelfde God en daarom zijn zij niet zonder uitzicht op heil. Uiteindelijk, zo stelt ds. Kraan, is God ook volgens de Koran een God Die vergeeft en mensen behoudt.

Hoe dan omgaan met de vele theo­logische verschillen tussen beide religies, zoals die van Allah als de almachtige, onbekende tegenover God als Vader in Jezus Christus?

„Het is maar net welke bril je opzet. Ik steek de verschillen tussen beide religies niet onder stoelen of banken. Inderdaad, de islam kent Jezus niet als de Zoon van God, maar spreekt veel positiever over Jezus dan het jodendom. Geen christen zal zeggen dat hij een andere God eert dan een Jood, terwijl Joden Jezus niet als Messias zien. Dat doen moslims wel, al leggen zij die naam heel anders uit.

Ook onzekerheid over het heil is een karikatuur. Ik ben tientallen jaren predikant geweest en heb gezien hoeveel christenen onzeker waren over hun heil en in onzekerheid zijn gestorven. Als je voortdurend het beste van jezelf vergelijkt met het slechtste van de ander, kom je er altijd het beste van af. Dat geldt ook voor allerlei gewelddadigheden die uit naam van de islam zijn gepleegd. Islam wil letterlijk vrede, onderwerping aan Allah, en zo vrede met de mensen. Dat is al eeuwen zo geweest. Veel van het extremisme is een verlate reactie op het kolonialisme en eeuwen van onder­drukking. Dan zie je jongens in Ede lachen als er aanslagen zijn gepleegd. Maar die haat hebben we vaak zelf gevoed.”