Defensie verkoopt overtollig materieel

Foto RD, Henk Visscher
3

De etalage van Defensie puilt uit. De krijgsmacht moet overtollige tanks, jachtvliegtuigen, mijnenjagers en artilleriegeschut zien te slijten. De dubbelloops Cheetah PRTL’s zijn net de deur uit. Met dank aan Jordanië.

Een lange rij tientonners staat voor de slagboom, klaar voor verscheping naar Estland. Het wachten is op transport naar de Eemshaven. Defensie moet door een kaalslag op de krijgsmacht veel materieel van de hand doen.

In Almelo staan meer dan duizend tanks en trucks, pantserhouwitsers en luchtdoelgeschut, aanhangers en jeeps geparkeerd. In Den Helder liggen nog vier mijnenjagers, op Woensdrecht staan vijftien jachtvliegtuigen.

Het oude, uitgestrekte NAVO-complex in Almelo –35 hectare groot– ligt ietwat verscholen op een industrieterrein aan de rand van de stad. Links een magazijn van kledingketen Ter Stal, rechts meubelmakerij Ganzeboom. Vanaf de straat wijst niets erop dat hier zestien enorme opslagloodsen staan. Bomvol wapentuig.

In Loods 10 staan pakweg vijftig Leopard 2A6-tanks geparkeerd. Keurig langs een krijtstreep op de grond. Druppelaars houden de accu’s van de tanks op spanning. Een klimaatsysteem moet de luchtvochtigheid op 55 procent houden. „Niet te hoog, niet te laag. De printplaten zijn gevoelig voor vocht”, vertelt Gerrie Meijerink, hoofd van het Defensiecomplex.

Hoge pieten lopen keurend langs tanks en tientonners. Een wapperende, buitenlandse vlag aan de poort verraadt de herkomst van de sterren en strepen. Vandaag Jordanië. Een fotograaf mag de delegaties echter onder geen beding in beeld brengen. Top secret.

Het is rustig aan het verkoopfront. In twee jaar tijd is er geen enkel groot wapensysteem de deur uitgegaan. „Ik word nog niet nerveus”, zegt luitenant-kolonel J. H. P. Fick luchtig. „Het is geen pakje boter.” Over belangstelling heeft de rijzige hoofdverkoper Defensiematerieel –met twee sterren en een streep– niet te klagen.

Onderhandelingen vergen nu eenmaal veel tijd. „Voor de verkoop van honderd tanks ben je minimaal een jaar onderweg.” En dan nog kan een deal op het laatste moment sneuvelen. Bijvoorbeeld vorig jaar, toen Indonesië zich terugtrok bij de aankoop van tachtig Leopardtanks, nadat de Tweede Kamer dwars ging liggen. „Vervelend”, geeft Fick eerlijk toe. „Maar zo werkt dat nu eenmaal.”

De verkoop van de vijftien afgestoten F-16’s is rond, verklaart de militair marketingmanager. „We zijn het eens over de prijs.” De naam van de koper is zo ongeveer staatsgeheim. „Het is een land dat al met deze toestellen vliegt”, zegt hij geheimzinnig.

Een Cheetahtank gromt gevaarlijk. Dreigend priemt de dubbelloops tank z’n geschut in de lucht. Een monteur in blauwe overall rijdt een rondje en parkeert het rupsvoertuig voor een opslagloods. Iets verderop haalt een collega z’n Cheetah door de wasstraat. Water spettert. Defensie levert z’n spul brandschoon af.

Een rondrit met een tank over het terrein levert een trieste aanblik op. Overal staan lange rijen overtollige vrachtwagens, jeeps en aanhangers. Keurig in het gelid. Wachtend op een koper. Om de hoek een aantal goed gebruikte terreinwagens. Gebutst. Gedeukt. Voorruit gesneuveld.

Fick kent de complete verkooplijst van Defensie uit z’n hoofd: „Honderdvijftien Leopardtanks, 29 pantserhouwitsers, 500 YPR-pantservoertuigen, 15 F-16’s, 8 Cougarhelikopters, 2 Fokker 50’s en 4 mijnenjagers.” Binnenkort krijgt hij nog een paar duizend viertonners en tientonners. „En 1665 MB-terreinwagens”.

Op de zestig Cheetah PRTL-tanks hangt inmiddels een bordje ”verkocht”. De ‘pruttels’ –de roepnaam van de pantserrups– gaan voor 21 miljoen euro de deur uit. Richting Jordanië. Inclusief vijf bergingstanks. „Dat was een cadeautje.” De deal omvat verder 350.000 granaten. De eerste Cheetahs moeten volgend jaar in Jordanië aankomen.

De verkoop van de Hr. Ms. Zuiderkruis is gestrand. „Schepen moet je varend verkopen”, verklaart de topverkoper. „Met een opleiding voor de bemanning erbij.” De onderhandelaars konden het echter niet voor de gestelde deadline eens worden. Defensie laat het bevoorradingsschip daarom verwerken tot schroot. De Zuiderkruis levert dan nog altijd 1 tot 1,5 miljoen euro op. „Oud-ijzerprijs.”

Het overtollige Defensiematerieel moet in totaal pakweg 280 miljoen euro opleveren. „Een realistisch bedrag”, zegt de salesmanager zuinig. „Ik denk dat we meer gaan halen.” Wat een tweedehands tank of een leuk jachtvliegtuigje kost, nee, dat wil Fick beslist niet kwijt. Zelfs niet bij benadering. „Daarmee schaad ik de onderhandelingen.”

Nederland kan z’n afgedankte legermaterieel niet aanbieden via verkoopsites zoals marktplaats.nl. Vaak melden potentiële klanten zich spontaan, getipt door bijvoorbeeld berichtgeving over grote wapenaan- en -verkopen in internationale bladen zoals Jane’s Defence.

Regelmatig gaat Defensie ook zelf op zoek. „Als we Lynxhelikopters willen verkopen, kijken we even op Wikipedia welke landen hier nog meer mee vliegen en bellen of ze interesse hebben. Elk land met een Lynx is een potentiële klant.” Voor onderdelen of voor complete kisten. Verder zet Nederland z’n militair attachés in.

Nederland biedt kwaliteit, benadrukt Fick. En Nederland is betrouwbaar. „Defensie heeft altijd veel geïnvesteerd in z’n materieel. Bovendien leveren we elk voertuig af mét apk.” Nederland heeft daardoor internationaal een goede naam. Moet ook wel. „Het wereldje is klein.”

De zestig medewerkers in Almelo rijden elk jaar twee keer een rondje met alle 115 Leopards, vertelt hoofd Defensiecomplex Meijerink. „Om de tanks in goede conditie te houden. Af en toe moeten ze allemaal bewegen.”

Over de Leopards worden op dit moment „serieuze” gesprekken gevoerd. Fick vreest geen moment met z’n tanks te blijven zitten. „Er is wereldwijd meer vraag dan aanbod.” Een recent openingsbod heeft hij daarom resoluut van de hand gewezen. „Daar ga ik niet eens voor om de tafel zitten.

De Defensieverkoper komt in aanraking met klanten uit totaal verschillende culturen. „Leuk proces. Niets is standaard.” De een doet direct een digitaal bod, een ander wil uitgebreid loven en bieden. „Bij Arabieren moet je de verkoopprijs vooraf iets opschroeven.”

De militair spreekt met passie over z’n missie. Toch kost de verkoop moeite. „Het afstoten van verouderd materieel doet me weinig. Goed spul verkoop ik echter met pijn in het hart. De Leopards en de Cougars hadden nog vele jaren meegekund. Helaas.”


Verkoop aan strenge regels gebonden

De verkoop van grotere wapensystemen is aan strenge regels gebonden. Iedere deal moet worden goedgekeurd door vier instanties om te voorkomen dat wapens in verkeerde handen vallen.

Buitenlandse Zaken maakt gebruik van een Europese lijst met acht criteria voor ethisch verantwoorde wapenverkopen. De regels gaan bijvoorbeeld over de stabiliteit van een land, de verhouding tussen de uitgaven voor militair materieel en sociale voorzieningen en bijvoorbeeld het respecteren van de mensenrechten.

Nederland bekijkt elke wapentransactie van geval tot geval. De Interdepartementale Commissie Verkoop Defensiematerieel buigt zich over concept­contracten. Vervolgens moet de Tweede Kamer groen licht geven.

Ook het land van de oorspronkelijke fabrikant van het wapensysteem moet instemmen met de verkoop. Het verkrijgen van goedkeuring kan behoorlijk complex zijn. Bij een Duitse tank met een Zwitsers kanon en een Nederlands radarsysteem moeten dus meerdere landen toestemming geven.

Een klant verder moet altijd vooraf een verklaring tekenen het wapentuig niet te zullen doorverkopen aan derden. Wil de koper Nederlands wapentuig uiteindelijk toch van de hand doen, dan moet hij eerst toestemming vragen aan ons land.

De restricties gelden niet voor wapens met een klein kaliber. Mocht Nederland bijvoorbeeld besluiten z’n Diemaco C7-geweren af te schaffen, dan verdwijnen deze in de Hoogovens bij IJmuiden. Klein­kaliberwapens zijn na verkoop immers lastig te volgen. Een tank is moeilijker te verstoppen.