Column: Eenzaamheid is de grootste uitdaging in de zorg

„Achter veel eenzamen gaan buren, familieleden of kerkbankgenoten schuil die het laten afweten.” beeld iStock

Als ik me probeer voor te stellen welke vraagstukken op het gebied van de gezondheidszorg op de formatietafel liggen, weet ik er direct twee te noemen. Natuurlijk gaat het over de zorgkosten en hoe we die in de hand kunnen houden. En aan een formatietafel met D66 en ChristenUnie gaat het ook over medisch-ethische thema’s. Dit bleek wel uit het recente lek waarbij iets naar buiten kwam over „voltooid leven” en de embryowet.

Als NPV-directeur juich ik de aandacht voor medisch-ethische thema’s toe. Ze raken de beschermwaardigheid van het leven en de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. Ik heb grote moeite met de medisch-ethische praktijk zoals die door de jaren is ontstaan en de maatschappelijke druk om tot een verdere verruiming van wetten over te gaan.

Denk aan de verruiming van de embryowet zoals die door minister Schippers wordt voorgesteld. Voor wetenschappers zijn restembryo’s (triest genoeg overgebleven bij vruchtbaarheidsbehandelingen van stellen met een kinderwens) niet goed genoeg voor onderzoek. Er is daarom behoefte aan het kweken van embryo’s voor onderzoeksdoeleinden.

Ook de euthanasiewet zou niet ruim genoeg zijn en uitgebreid moeten worden ten behoeve van mensen die hun leven als voltooid beschouwen, en hulp willen krijgen bij een zelfgekozen levenseinde. Deze indringende thema’s zijn fundamenteler dan je op het eerste gezicht denkt. Het gaat niet om een discussie over een bepaald domein van het bestaan, zoals de economie, maar over het bestaan zelf.

Dat er over de zorgkosten wordt gesproken, is begrijpelijk. Die nemen nog steeds toe. Er zijn maatregelen nodig om ons zorgstelsel betaalbaar en solidair te houden. De grootste zorguitdaging is echter niet de betaalbaarheid, maar de eenzaamheid.

Hierbij hebben we wellicht een stereotiep beeld in gedachten van een alleenstaande oudere die op zichzelf woont (en het leven misschien als voltooid ervaart). Echter, niet iedereen van wie wij denken dat hij of zij eenzaam is, voelt zich ook eenzaam.

De een heeft meer betekenisvolle relaties en een groter sociaal netwerk nodig dan de ander. Een kluizenaar kan zielsgelukkig zijn. Een drukbezet mens met een uitgebreid sociaal netwerk kan zich eenzaam voelen. Tijdens een verjaardag kun je gezellig kletsen terwijl je je alleen voelt. Je kunt praten over koetjes en kalfjes, maar niet over hoe het werkelijk met je gaat.

Er is een wezenlijk verschil tussen alleen zijn en je alleen voelen. Mensen die last hebben van eenzaamheid missen een hechte, emotionele band met anderen of hebben minder sociale relaties dan ze wensen. Je bent namelijk pas eenzaam als je het gebrek aan relaties of contacten als negatief ervaart. Dit kun je alleen zelf voelen.

Eenzaamheid is een groot maatschappelijk probleem. Naast oorzaken die bij de betrokkene zelf liggen, zijn er ook maatschappelijke trends die van invloed (kunnen) zijn. Eenzaamheid is dus niet alleen een individueel probleem, maar heeft ook alles te maken met de inrichting, cultuur en manier van denken in de samenleving.

Individualisering raakt alle groepen en dus ook de ouderen. Naar elkaar omkijken is niet meer vanzelfsprekend. De burenplicht van vroeger had misschien iets beknellends, maar je zag elkaar wel op een verjaardag en bij rouw en trouw.

Dit is bijna verdwenen. Er bestaat bovendien een negatieve beeldvorming ten opzichte van ouderen. Ze worden gezien als hulpbehoevend, afhankelijk van anderen, ziekelijk en vooral eenzaam. Door deze beeldvorming voelen ouderen zich soms buitengesloten en trekken ze zich terug in hun eigen wereld.

We leven in een tijd waarin bijna iedereen werkt en weinig tijd heeft voor sociale contacten. De voortgaande ontkerkelijking brengt een grote leegte mee, terwijl juist de kerk een plek van samenzijn is waar je elkaar echt ontmoet.

Eenzaamheid is niet alleen een kwestie van ‘slachtoffers’, maar ook van ‘daders’. Achter veel eenzamen gaan buren, familieleden of kerkbankgenoten schuil die het laten afweten. We moeten openstaan voor anderen en bewogen zijn met de mensen om ons heen.

De Week tegen Eenzaamheid, die duurt van 21 september tot en met 1 oktober, kan hiervoor een aanzet geven. En een nieuw kabinet zou omzien naar eenzame medemensen moeten faciliteren en versterken, in aansluiting op de aanbevelingen rondom voltooid leven die de commissie-Schnabel vorig jaar deed.

Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink is directeur NPV-Zorg voor het leven. Reageren? rubriekforum@refdag.nl