Burgerschapsvorming urgente taak voor christelijk onderwijs

„Onze leerlingen groeien op in een maatschappij waarin we in toenemende mate te maken hebben met complexe vraagstukken. Neem bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek. Daar kunnen scholen op inspelen.” beeld ANP ANP

De overheid vindt burgerschapsvorming belangrijk in het onderwijs en geeft scholen daarin een eigen ruimte. Dat is een gouden kans voor het christelijk onderwijs, vinden dr. Neely Anne de Ronde en 
dr. Bram de Muynck.

Jongeren moeten leren functioneren in deze democratische gemeenschap. Daarom is burgerschapsvorming een essentieel onderdeel van het onderwijscurriculum van de toekomst. Dat staat in het eindadvies van het Platform Onderwijs 2032, dat onlangs is gepresenteerd. Het platform heeft in dialoog met de samenleving en aan de hand van wetenschappelijke inzichten in kaart gebracht wat kinderen van nu in 2032 aan kennis en vaardigheden nodig hebben om voldoende voorbereid te zijn op deelname aan de maatschappij.

Burgerschapsvorming is op zich niets nieuws. Scholen hebben al sinds 2006 wettelijk de taak om aandacht te schenken aan burgerschap. Ze hebben echter moeite om die taak vorm te geven, zo concludeerde de Onderwijsraad in 2012 in een rapport over burgerschap en onderwijs. Scholen besteden er wel aandacht aan, maar van verdieping is nog weinig sprake.

Dat komt onder andere doordat leraren niet goed weten hoe ze deze taak in de klas handen en voeten kunnen geven. Dat is ook lastig, omdat de invulling van burgerschapsvorming heel divers kan zijn. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de diversiteit aan onderwijsprogramma’s die er rondom dit thema zijn. Sommige programma’s richten zich op het ontwikkelen van persoonlijke verantwoordelijkheid, terwijl andere methoden breder kijken en meer aandacht hebben voor actieve deelname aan de maatschappij en maatschappijkritische vorming. Wetenschappelijke inzichten geven aan dat er alleen in het laatste geval echt sprake is van verdiepte burgerschapsvorming.

Eigen ruimte

Het platform Onderwijs 2032 adviseert de overheid om de kern van burgerschapsvorming te beschrijven. Tegelijk moeten scholen naast deze basisvorming de ruimte moeten krijgen om zelf keuzes te maken ten aanzien van verbreding en verdieping van hun curriculum, aansluitend bij de eigen visie op onderwijs. Dat vraagt dus nogal wat van scholen, leraren en lerarenopleiders, maar het biedt ook kansen.

Scholen krijgen de ruimte om in hun curriculum onderwerpen op te nemen die passen bij hun levensbeschouwelijke visie en onderwijsconcepten. Vanuit die opvattingen kunnen actuele thema’s volop aandacht krijgen in de vorming van leerlingen. Onze leerlingen groeien op in een maatschappij waarin we in toenemende mate te maken hebben met complexe vraagstukken. Neem bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek. Ook thema’s als individualisering, de vrije wil en zorg voor het leven dringen zich op. Daar kunnen scholen op inspelen.

Bijbels perspectief

Leerlingen op christelijke scholen komen door de moderne media al vroeg in aanraking met wat zich in de maatschappij voordoet. De confrontatie met de publieke opinie kan lastig zijn, omdat die soms schuurt met de opvoeding die kinderen thuis krijgen. Ook ouders van kinderen die in dezelfde klas zitten kunnen soms heel verschillend denken.

Een minimaatschappij als de basisschool biedt veel mogelijkheden om kinderen te leren dat mensen om hen heen vanuit verschillende perspectieven kijken. Het is de taak van een christelijke school om kinderen te leren Bijbels gefundeerde opvattingen te formuleren. Door middel van begeleide confrontatie kunnen leerlingen zo ontdekken hoe zij in deze samenleving als christen een goede burger kunnen worden. Die vorming reikt verder dan alleen kennisoverdracht tijdens lesuren burgerschap. Ze moet verweven zijn in het hele curriculum en de lespraktijk op school.

Voor een school is het noodzakelijk om visie te ontwikkelen op wat goed burgerschap is. Zonder duidelijke visie kun je als school geen waarden en normen overdragen op je leerlingen. Pedagoog Wim ter Horst verwoordt de rol van de leraar daarin mooi: „De christelijke leraar is als een gids die kinderen inleidt en inwijdt in het geloof en hun moreel besef bijbrengt.” In het kader van maatschappijkritische vorming hebben leraren de taak om actuele maatschappelijke thema’s te bespreken vanuit verschillende perspectieven.

De ruimte die we hebben om vraagstukken vanuit Bijbels perspectief te bespreken moeten we volop benutten. Op deze manier kunnen leraren op christelijke scholen de leerlingen van de toekomst leren hun christelijke waarden en normen daadwerkelijk uit te dragen.

Actualiteit

Hoe moet die visievorming dan tot stand komen? Naar ons idee moet iedere school beginnen met doordenken op welke manier burgerschapsonderwijs wordt vormgegeven en hoe het team daarin tot meer verdieping kan komen. Welke thema’s op welke manier in welke groep besproken kunnen worden, is daarbij een essentiële vraag.

Naast vaste thema’s moet er ruimte zijn om actuele ontwikkelingen met leerlingen te bespreken. Maak bijvoorbeeld afspraken over wie van het team welke thema’s in de krant bijhoudt. Ga ook met elkaar het gesprek aan over gevoelige onderwerpen en overleg over wat je je leerlingen hierover wilt bijbrengen en hoe je met ouders het contact hierover houdt. Deze doordenking kunnen we in het christelijk onderwijs gezamenlijk oppakken, zodat we het christelijke geluid een centrale plek kunnen geven in het burgerschapsonderwijs. Ook voor de christelijke lerarenopleidingen ligt er de taak om na te denken hoe we scholen kunnen helpen bij verdieping van het burgerschapsonderwijs.

Het is prachtig dat er binnen het christelijk onderwijs op weg naar 2032 ruimte is om onze waarden en normen te koesteren en vooral te blijven uitdragen. Die mogelijkheden moeten we benutten en daarin mogen we vooral ook niet te afwachtend zijn. De actualiteit rondom thema’s als omgaan met vluchtelingen en het voeren van een pleidooi voor het leven vraagt van scholen nu al doordenking en actie.

De auteurs zijn respectievelijk associate lector passend leraarschap en lector christelijk leraarschap bij Driestar hogeschool.