Zonnekoning viel van sokkel

Lodewijk XIV op een schilderij van Hyacinthe Rigaud (1701). beeld Wikipedia
2

Tijdens herdenkingsdiensten in heel Europa werd de Franse koning Lodewijk XIV na zijn dood vergeleken met David, Salomo, Augustus en Herculus. Nog geen tachtig jaar later werden zijn standbeelden van hun sokkel getrokken en vernield.

Standbeelden horen bij het aanzicht van een stad of dorp en vormen een mooie aanleiding om een stukje geschiedenis uit de doeken te doen. Een geschiedenis die vaak weinig fraai is.

Het is begrijpelijk dat de revolutionairen in Frankrijk in 1789 uitgehongerd en uitgeknepen door torenhoge belastingen de Bastille bestormden en dat daarna andere symbolen van het oude regime het moesten ontgelden. Het is te billijken dat standbeelden van Lodewijk XIV toen in woede naar beneden werden gehaald. Had hij niet in onvoorstelbare weelde geleefd, terwijl de bevolking honger leed?

Tegelijk werden er enorm veel kunstschatten vernield en leidde de Revolutie tot nieuwe slachtoffers die onder de hakbijl van de guillotine stierven.

Zichtbaar

Woede die zich uit in vernielingen: het is maar de vraag hoe vruchtbaar dat is. De geschiedenis moet niet onzichtbaar, maar juist zichtbaar zijn en uitgelegd worden.

Voor het complete verhaal over de Franse koning Lodewijk XIV (1638-1715) kunnen we terecht bij een gloednieuwe biografie geschreven door Philip Mansel. Een dergelijke diepgravende studie plaatst de koning in zijn tijd en context, heeft oog voor zijn kwaliteiten en misstappen en stelt in staat om een afgewogen oordeel te vormen.

Voor zijn boek kon de Engelse historicus gebruikmaken van een stortvloed aan publicaties die in 2015 verscheen naar aanleiding van Lodewijks driehonderdste sterfjaar. Studies over zijn paleizen, hofhouding, financiën, legers en ga zo maar door.

De biografie opent met een aantal stambomen, onder meer ook van het Engelse en Spaanse vorstenhuis, waaruit blijkt dat het boek zich niet beperkt tot Frankrijk. Iedereen die geïnteresseerd is in de politieke en dynastieke geschiedenis van Europa in de 17e eeuw kan in dit boek terecht. Al vergt het veel concentratie om het web van familierelaties enigszins te doorgronden en om de oorlogen, allianties en veroveringen op een rijtje te krijgen.

Hofleven

Op zijn best is Mansel in de hoofdstukken over het hofleven van Versailles. Want Lodewijk mag dan zijn halve leven druk zijn geweest met oorlog voeren, hij wordt in onze tijd vooral geïdentificeerd met zijn machtige paleis Versailles, dat even buiten Parijs ligt. Het was eigenlijk geen paleis, maar zoals Perrault in 1687 dichtte:

Het is een complete stad,

Prachtig in zijn grandeur, prachtig in zijn aard.

Nee, het is eerder een wereld waarin de wonderen

Van het hele universum zijn verzameld.

De cijfers zijn duizelingwekkend. Voor de aanleg van het immense paleispark werden zo’n 3 miljoen beuken en 600.000 wilgen uit het dal van de Eure versleept. Het park bood de koning en zijn gunstelingen een mooie omgeving om te schieten op fazanten en patrijzen. Op 16 augustus 1685 werden voor dat doel 5000 patrijzen en 2000 fazanten losgelaten.

De tuinen werden voortdurend verrijkt met nieuwe fonteinen, beelden en paviljoens. Om de fonteinen te laten werken was er 6,2 miljoen liter water per uur nodig. Ook was er een menagerie waar bezoekers pelikanen, struisvogels, stekelvarkens en hanen uit Constantinopel konden bewonderen. De koningin van Portugal stuurde een olifant, de sultan van Marokko een tijgerin.

En Lodewijk bemoeide zich overal mee. Hij had verstand van jagen, paardrijden, tuinieren, architectuur, muziek, dans. Bovendien was hij zoals Mansel opmerkt „een dwangmatige gastheer, die niet wilde dat zijn gasten zich zouden vervelen” en daarom waren er altijd feesten en voorstellingen.

Het positieve dat te noemen valt, is dat de tuinen en het paleis voor publiek uit alle lagen van de bevolking toegankelijk waren en dat de koning bijzonder genereus voor kunstenaars, musici en schrijvers was. Het negatieve dat veel hovelingen een liederlijk leven leidden en dat de kosten van het hof zwaar op de bevolking drukten.

Leger

De grootste post op de Franse begroting was echter het leger, dat doorgaans meer dan 50 procent van de inkomsten opslokte. Mansel analyseert dat voor Lodewijk XIV, net als voor veel van zijn tijdgenoten, het doel van oorlog de oorlog zelf was. De koning had overwinningen nodig om zijn onderdanen in bedwang te houden. En natuurlijk om succesvol te zijn en zijn ego te strelen.

In zijn jonge jaren was Lodewijk beschaafd en hoffelijk, rond zijn veertigste zien we een man „verblind door vleierij, macht en succes.” Narcistisch, tactloos en met een jammerlijk gebrek aan realiteitszin.

De herroeping van het Edict van Nantes noemt de historicus Lodewijks „grootste misstap.” In een hoofdstuk getiteld ”Ramspoed voor de hugenoten” legt hij uit hoe het tot de felle vervolging van de protestanten kwam en hoe zich dat finaal tegen hem keerde. Hij verloor zijn beste officieren en ambachtslieden. Door hugenoten te verbannen had hij ze van gehoorzame dienaren tot gevaarlijke tegenstanders gemaakt. Vanuit de veiligheid van hun toevluchtsoord bestreden ze hun vervolger en versterkten ze het anti-Franse sentiment in Europa.

Ironisch genoeg verspreidden de hugenoten de Franse stijl minstens zo effectief als Versailles dat deed. Zo nam Willem III Daniël Marot, een protestant die had gewerkt voor Lodewijk XIV, in dienst om het interieur van zijn nieuwe paleis Het Loo te ontwerpen, dat wel ”klein Versailles” wordt genoemd.

Te positief

Uiteindelijk valt het beeld dat de Britse historicus van Lodewijk XIV schetst mij te positief uit. Dat zal er mee te maken hebben dat wij de Zonnekoning door een protestantse bril bezien. Zijn vele maîtresses, weelderige leven, de dubbele moraal en vooral het ontzettende leed dat hij de hugenoten berokkende maken het moeilijk om een goed woord voor hem over te hebben. Maar om nu 300 jaar na dato een pot verf mee te nemen naar Versailles, dat zal geen weldenkende protestant zich in het hoofd halen.

Boekgegevens

Lodewijk XIV. Koning van de wereld, Philip Mansel; Spectrum; 696 blz.; € 39,99

Reis naar Parijs en Versailles

Het Reformatorisch Dagblad heeft een reis georganiseerd van 20 t/m 23 oktober 2020 met bezoek aan Parijs en Versailles. Op dit moment is het nog niet zeker of de reis kan doorgaan. Er zijn geen kosten aan verbonden als u zich aanmeldt en de reis toch niet doorgaat. Reisleiders zijn Jan-Kees en Esther Karels. Aanmelden via www.beleefenontmoet.nl. Wij houden ons aan de corona-maatregelen.