Yuval Harari pleegt trendbreuk met vooruitgangsgeloof

De Israëlische historicus en filosoof Yuval Noah Harari houdt ook christelijke lezer regelmatig een spiegel voor. beeld Pixsell
2

Yuval Noah Harari heeft de wind mee. Van hem werden in vier jaar tijd meer dan 12 miljoen boeken verkocht. De agrarische revolutie, algoritmen en angst spelen een grote rol.

De populaire, in Israël woonachtige hoogleraar Harari is historicus en filosoof. Wie zijn boeken leest, maakt echter ook kennis met een futuroloog –over het algemeen geen logische combinatie met een historicus– en een transhumanist – iemand die probeert om de natuurlijke grenzen van het menselijke bestaan te doorbreken.

Veel mensen zouden zo iemand een dromer of zelfs een fantast noemen, maar Harari weet mensen voor zijn ideeën te winnen. Hij verwierf in korte tijd wereldfaam met vuistdikke boeken over verleden, toekomst en heden (in die volgorde) van de mensheid. Sterker nog, sinds ”Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid” in 2014 verscheen, gingen er wereldwijd meer dan 8 miljoen exemplaren in bijna 50 talen over de toonbank. Het vervolg ”Homo Deus. Een kleine geschiedenis van de toekomst” werd sinds 2016 meer dan 4 miljoen keer verkocht. In augustus verscheen ”21 lessen voor de 21ste eeuw”, het nieuwste en laatste deel in zijn trilogie. Wat maakt zijn boeken –en vooral zijn ideeën– zo populair?

Harari verklaart het succes van de homo sapiens –de sapienssoort die volgens de hoogleraar toevallig de langste adem had– voor een groot deel uit de agrarische revolutie. Deze revolutie vond volgens hem grofweg 12.000 jaar geleden plaats en was bepalend voor de ontwikkeling van de mensheid. Volgens Harari zorgde de opkomst van de landbouw voor een snelle demografische groei, waardoor genoeg menselijke kopieën ontstonden om te kunnen overleven. Zonder deze revolutie had de wereld er heel anders uitgezien en zou misschien zelfs een ander wezen aan het langste eind hebben getrokken. Nu echter overleefde de ‘diersoort’ mens, hoewel hij nog 10.000 jaar nodig zou hebben gehad om zich te ontwikkelen tot de soort die hij nu is.

Algoritmen

De homo sapiens had dus in het verleden puur evolutionistisch geluk. Het leidt ertoe dat Harari de mens beschouwt als weinig meer dan een technisch complex wezen. De denkende mens stond aan de wieg van de computer, maar is in feite niet anders dan een computer. Harari ontleedt de mens van zijn subjectiviteit tot er niets anders overblijft dan een robot: „Darwin heeft ons van onze ziel beroofd.” Dit leidt er onvermijdelijk toe dat de mens wordt ontrafeld tot niets meer dan ”algoritmen”. Alles wat zich in hem afspeelt, is terug te brengen tot een aaneenschakeling van processen die evolutionistisch kunnen worden verklaard.

Harari constateert dat de mens onbewust is geprogrammeerd en dus ook bewust kan worden geprogrammeerd. Dat de homo sapiens de wereld beheerst, komt volgens de auteur doordat zij „als enigen een intersubjectief web van betekenis kunnen vormen.” Het weerhoudt hem er niet van om groots te dromen over een toekomst waarin de mens samensmelt met de techniek en verandert in een cyborg – de best denkbare combinatie van mens en robot. Met de juiste mutatie van algoritmen breekt voor Harari een duizendjarig rijk aan waarin de homo sapiens een hoofdrol speelt en is geüpgraded tot een godmens.

Die godmens is voor Harari het symbool van wat de mens kan bereiken. Het is dan ook geen verrassing dat Harari’s werk bol staat van positivisme: wie verleden en heden van de homo sapiens in perspectief ziet, ziet een gouden toekomst lonken. Vooral in ”Homo Deus” krijgt zijn vooruitgangsgeloof vleugels en fantaseert hij over een toekomst waarin niets meer onmogelijk is. Godsdienst blijkt niet meer dan een hersenspinsel: „Wetenschappers kunnen veel meer dan de oudtestamentische god” en de Bijbel is „een boek dat vol zit met verzinsels, mythen en vergissingen.” Wie nog gelooft, is een „verhalenverteller.”

Irrelevant

Toch blijken ook voor Harari de mogelijkheden bij nader inzien niet onbegrensd. In zijn nieuwste boek bespreekt hij politieke, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen die een zorgeloze toekomst in de weg kunnen staan. Door de juiste lessen te leren, kunnen deze het hoofd worden geboden. Het boek lijkt een trendbreuk met het vooruitgangsgeloof van de vorige delen: opeens is er de angst voor technologie als doodssteek van het liberalisme en vrees dat de mens door alle ontwikkelingen irrelevant wordt. Hoefden we volgens hem in ”Homo Deus” niet bang te zijn voor een cyberoorlog, in ”21 lessen” zoekt Hariri politieke oplossingen voor kernoorlogen, milieuproblemen en klimaatverandering. Plotseling blijkt religie, hoe onzinnig ook, toch een belangrijke bron van zingeving. En de digitalisering als opvolger van het liberalisme blijkt toch niet zo’n positieve droom als het lijkt. Harari lijkt daarmee in dit boek op zijn schreden terug te keren na twee delen vol ongebreidelde vooruitgang – een deus ex machina, waarbij de godmens uit ”Homo Deus” garant staat voor een onverwachte plotontwikkeling.

De ironie wil echter dat de technologie al zo ver is gevorderd dat sommige dagdromen werkelijkheid zijn geworden. Harari’s droombeeld van robots die de klantenservice van bedrijven verzorgen, is bijvoorbeeld al verwezenlijkt. Kortom, nu de angst voor de vooruitgang lijkt toe te slaan, lijkt het vooruitgangsgeloof al zo ver te zijn gevorderd dat het steeds moeilijker wordt om terug te gaan.

Op drift

De belangrijkste conclusie die uit Harari’s bestsellers kan worden getrokken, is dan ook dat de mens op drift is geslagen, waardoor er vanuit seculier perspectief geen weg terug meer is. Tegelijkertijd houdt hij ook christelijke lezers regelmatig een spiegel voor. De mens is door zijn levensstijl al een soort machine geworden. Christenen en niet-christenen kunnen als een robot leven zonder tot cyborg te evolueren. Die les kunnen ook christenen in de 21e eeuw zeer ter harte nemen.

Boekgegevens

21 lessen voor de 21e eeuw, Yuval Noah Harari; uitg. Thomas Rap; 448 blz.; € 24,99.