Wim Huijser is altijd op zoek naar de ziel van de Veluwe

Natuurgebied het Planken Wambuis bij Ede. beeld ​Martijn Nugteren
10

Wat maakt de Veluwe zo bijzonder? Schrijver-publicist Wim Huijser wandelde met ruim twintig natuurliefhebbers, terreinbeheerders en deskundigen over de Veluwe, op zoek naar „de ziel van het landschap.”

Het Buurtbos bij Lunteren is voor hem vertrouwd terrein. Wim Huijser noemt het zijn ”oerbos”. „Hier kwam ik al met mijn ouders toen ik nauwelijks kon lopen. Hier moet mijn Veluwegevoel zijn ontstaan als ik uit de auto stapte en dan heel intens dat bos rook. Voor mij als jongetje uit een dorp onder de rook van Rotterdam, Ridderkerk, was dat een extra dimensie die ik nooit ben kwijtgeraakt. De geuren van de Veluwe, van het vocht in het bos en een beetje verrotting in de bodem, zijn mij altijd dierbaar gebleven. Ik ben ze heel bewust blijven inhaleren als ik op de Veluwe wandelde, soms met diepe teugen.”

Op een hoek van de Boslaan beheerden een oom en een tante De Paaseik, een pension voor mensen uit Nederlands-Indië. „We gingen er geregeld een dagje naartoe. Soms logeerden we er een nachtje. Als we aankwamen, rende ik vaak als een speer het bospad af naar de eendjesvijver daar. En we maakten wandelingen naar uitzichttoren De Koepel en De Blye Werelt, nu congrescentrum De Werelt. In het westen hadden we klei, polders en populieren, maar hier op het zand stond het échte bos. Hier lagen dennenappels en eikels die een wereld van verschil maakten.”

Bospest

De Veluwe was in Huijsers jeugd ook de jaarlijkse vakantiebestemming: iets noordelijker, het gehucht Wissel bij Epe. „Met een schepnetje en een emmertje aasde ik in de Tongerense Beek op de toen niet zeldzame beekprik. Daar was ook het bos waar geen eind aan kwam, het uitgestrekte natuurgebied waar je altijd wild kon tegenkomen.” Later streek Huijser er neer met het IVN-natuurkamp om de ”bospest” of Amerikaanse vogelkers te bestrijden.

Voor de vervulling van de militaire dienstplicht kwam hij opnieuw op de Veluwe te liggen: eerst in Apeldoorn, vervolgens in Harderwijk en Nunspeet. Sindsdien bleef hij terugkomen. Hij woont nu zelfs op de Veluwe, zij het aan de rand, in Wageningen.

Jac. Overeem

Huijser publiceert veel boeken en artikelen op het snijvlak van geschiedenis, literatuur en landschap. Over de Veluwe schrijft hij onder meer voor het kwartaaltijdschrift Nieuwe Veluwe. Interviews daarvoor neemt hij vaak al wandelend af.

Omdat hij „altijd al een boek over de Veluwe wilde maken”, heeft Huijser zijn gesprekken uit dat blad nu gebundeld, samen met reportages en interviews voor andere tijdschriften. Waar nodig zijn ze geactualiseerd. Onder anderen verhalenverteller Louis Fraanje, schrijver-journalist Kester Freriks, boswachter Lennard Jasper en landschapsfilosoof Eric Brinckmann komen in ”Veluwse verkenningen” aan het woord.

Ook beschrijft Huijser een ontmoeting met de inmiddels overleden reformatorische auteur Jac. Overeem. Met zijn gesprekspartners doet hij onder meer het Speulderbos bij Putten, de Noorderheide bij Vierhouten, de Veluwse Bandijk bij de IJssel, het sprengengebied, de Veluwezoom, Radio Kootwijk en het Heelsums Beekdal aan.

In intermezzo’s keert Huijser terug naar plaatsen die voor hem van kinds af aan de identiteit van de Veluwe hebben bepaald, zoals Boshuis Drie bij Ermelo, heuvel Pomphul bij Hoog Soeren, de oude lindeboom bij meubelmakerij Versteeg in Garderen, de Renderklippen tussen Epe en Heerde, Het Aardhuis bij Apeldoorn, De Woeste Hoeve bij Beekbergen, de watervallen van Loenen en de Westerbouwing bij Oosterbeek. „Op veel van die plekken is meestal wel iets veranderd, maar verder lijkt het nog precies hetzelfde als een halve eeuw geleden. De hele entourage klopt nog met mijn herinneringen.”

Dorpscultuur

Als de verkenningstochten Huijser iets hebben duidelijk gemaakt, is het wel dat er niet zoiets als één Veluwe bestaat. „Iedereen die bij de Veluwe betrokken is, vormt zijn eigen verhaal. Vooral het dunbevolkte middendeel ligt een gezamenlijk Veluwegevoel in de weg. Bewoners langs het Veluwemeer spreken vaak over het ”achterland” en inwoners van een dorp als Rheden wonen nadrukkelijk niet op de Veluwe maar op de Veluwezoom. Voor boeren in de Gelderse Vallei begint de Veluwe pas aan de oostkant van de A30.

De dorpscultuur leidt ertoe dat bewoners de Veluwe als veel kleinschaliger beleven dan de regio feitelijk is. Het gebied bestaat veel meer uit de details dan uit het grote verhaal. Dat is vooral spijtig omdat daarmee de bezorgdheid over de Veluwe als geheel ondermijnd wordt.”

Iedereen heeft ook zijn eigen belangen en doelen, ontdekte Huijser. „Als de Veluwe dan beschermd zou moeten worden, wat moeten we dan beschermen? Een prachtig groen decor, waarbij we maximaal kunnen recreëren en alle dingen kunnen doen die we in het westen niet kunnen doen? Of een Veluwe zonder paden, die zo dicht mogelijk bij de natuur wordt gehouden, eigenlijk een reservaat? En dan al die wensen en doelstellingen die daar tussenin zitten. Dat wordt dus polderen op de Veluwe.”

Voor veel bezoekers en terreineigenaren is de Veluwe „een gebied van beleving” geworden, constateert Huijser. „Je moet de Veluwe beleven, zeggen ze. Dat heeft tegelijkertijd iets ongelooflijk dubbels. Het is net als met Venetië. Als we het met elkaar beleven, beleven we het niet meer. Neem alleen al de forse groei van het aantal mountainbikeroutes, die vaak ook nog over wandelpaden gaan. De echte beleving is er pas als je alleen in dat bos loopt. Bij grote reclameborden met teksten als ”Kijk eens hoe mooi het hier is en wat je hier allemaal kunt beleven” sta je in de rij. Door de toenemende druk van het toerisme neemt uiteindelijk de beleving van de Veluwe af. Als ik ergens tien auto’s bij elkaar zie staan, rijd ik door.”

Boekgegevens

Veluwse verkenningen. Op zoek naar de ziel in het landschap, Wim Huijser (tekst) en Martijn Nugteren (foto’s); uitg. KNNV Uitgeverij; 240 blz.; € 24,95

----

Steeds weer een andere gedaante

Schrijver-journalist Kester Freriks: „De Veluwe bezit een on-Nederlandse ziel. Ze is rijkgeschakeerder en dus vrijgeviger dan waar ook. Het is er ruw, rauw, weerbarstig. Ze laat zich niet temmen en evenmin doorgronden. Net als je haar denkt begrepen te hebben –zoals je een polder of een veenontginning kunt lezen en begrijpen– toont ze alweer een andere gedaante. Al die gedaanten, die gezichten bepalen tezamen haar ziel. Bos, heide, buntsteppe, zandverstuiving, zandgrond, stuwwallen, laaggelegen veengronden, uitgestoven laagtes, vliegdennen, vennen, sprengen, waterlopen, landduinen, wildkeringen en wildgrachten, koningslanen, hoogteterrassen, wildbanen, grondgroeven, moeras, blinkende valleien.

Dwaal door de zandverstuivingen van de Veluwe en in dat uitgestrekte niets en in die leegte manifesteert zich desondanks een grote verbondenheid tussen degene die dwaalt door de Veluwe en het landschap zelf. Het lijkt of het landschap aan jou, bezoeker, van alles wil vertellen: jouw aanwezigheid wordt versterkt en verdiept door de herinneringen en emoties van degenen die voor jou door het land trokken. Daar, onder die reusachtige eikenboom op de verder zo stille heide, wie heeft daaronder gescholen voor de regen? En daar, in dat dichte loofhout, welke geliefden vonden er elkaar?”

----

Smartphone

Louis Fraanje, Veluws verhalenverteller: „Vanzelfsprekend hoeven we niet terug naar de bedstee, maar we moeten wel vaststellen dat we in een opgejaagde wereld leven. De mens rukt op en er wordt aan de Veluwe geknabbeld. Op een gegeven moment moet het genoeg zijn. Niemand zal de verbeteringen van de vooruitgang ontkennen, maar laten we ook niet ontkennen dat niet alle vooruitgang verbetering is. Er gaat al gauw meer verloren dan alleen een boerderij, een zandweg of een beroep. (…) Mensen willen de garantie dat ze het allemaal kunnen beleven: een edelhert, een vos en een wild zwijn. Als ze iets missen zijn ze teleurgesteld. Ik vind dat arm en zielig. Bijna niemand vraagt zich af wat dat voor dieren zijn en waarom ze juist op de Veluwe leven. Nee, als ze de foto’s op hun smartphone maar aan anderen kunnen tonen.”

----

Details

Natuurfotograaf Martijn Nugteren: „Een foto van een stuk boomschors inspireerde mij het meest. Door in te zoomen zag ik dat een op het eerste gezicht oninteressant onderwerp, ineens heel bijzonder kan worden. Ik denk dat heel veel bezoekers van de Veluwe die details ontgaan. Je kijkt als wandelaar heel snel naar het totaalplaatje van het landschap, maar voor de details moet je ook leren stilstaan en letterlijk inzoomen. Veel mensen zien wel een bos, maar geen bomen. Als je gericht bent op de details in het bos, hoef je ook niet zo heel ver te gaan. Als je echt goed kijkt, doe je over een klein stukje al gauw een paar uur. Ineens wordt alles prachtig. En met een macrolens wordt ook zichtbaar wat je ogen niet waarnemen.”

----

Geen dag is hetzelfde

Sanna Bastin, verzorgt met haar paarden mentochten: „Ik voel de ziel van de Veluwe zodra ik het hek onder aan de Planken Wambuisweg door rijd. De immense douglassen, de geur van naaldhout en de verrassende ontmoetingen met de fauna die mij al zo veel jaren als een kind zo blij kunnen maken. Een boommarter op jacht, jonge biggen, de eerste koekoek, geen dag is hetzelfde op de Veluwe. We zijn hier verwend met de landschappen die we om ons heen hebben. Je kunt echt alle kanten op. Het is een rijkdom die ongekend is in zo’n klein landje.”