Willem van der Ham brengt de watersnoodramp dichtbij

Opname van het overstroomde Oude Tonge op Goeree-Overflakkee vanuit een Amerikaanse legerhelikopter. beeld Wikimedia
2

Een ramp waarbij ruim 1800 doden vielen, hele eilanden onder water kwamen te staan en enkele dorpen vrijwel volledig werden verwoest: het is nu haast onvoorstelbaar.

Dat was het op 31 januari 1953 echter ook voor de inwoners van Goeree-Overflakkee. Zij gingen die avond, na de luiken gecontroleerd te hebben, veelal gewoon naar bed. In ”Ooggetuigen van de watersnood 1953” brengt historicus Willem van der Ham de ramp op Goeree-Overflakkee aangrijpend dichtbij.

Het was ook niet vreemd dat de eilandbewoners zich een ramp van deze omvang niet konden voorstellen. Na een storm werd er gewoonlijk een vloedmerk gesignaleerd – het spoor van strootjes en ander materiaal dat door het water op zijn hoogste stand werd achtergelaten. Bij deze storm werd alleen bij Oude-Tonge een vloedmerk aangetroffen. Men vertrouwde op de dijken. Het is goed om dit te beseffen, anders is het echt onbegrijpelijk dat een burgemeester in deze nacht om 3.00 uur nog in zijn bed ligt.

De basis van dit boek zijn gesprekken die ambtenaren van de Provinciale Waterstaat kort na de ramp voerden met betrokkenen. Zij enquêteerden ruim 200 ooggetuigen om een beeld te krijgen van het verloop van de rampnacht. Van der Ham reconstrueert de gebeurtenissen op het eiland Goeree-Overflakkee aan de hand van deze verslagen. De eilandbewoners vertellen hun verhaal vaak heel nuchter. Desondanks komen door deze authentieke verhalen de gebeurtenissen indringend op de lezer af.

In het eerste deel beschrijven de ooggetuigen het verloop van de ramp van Ouddorp tot Ooltgensplaat. Eerst lijkt de grootste dreiging uit Ouddorp te komen. Net op tijd, rond kwart over 4, zet er echter een sterke daling van een meter in. Rond dit tijdstip blijken dijken op veel andere plaatsen in de delta het te begeven en heeft het water dus een andere uitweg.

In vrijwel alle dorpen breken uiteindelijk de dijken; toch zijn er niet overal evenveel slachtoffers te betreuren. Over de verklaring daarvoor is al veel geschreven. Van der Ham velt geen oordeel, maar laat wel ooggetuigen vertellen over de actieve rol van de burgemeester van Nieuwe-Tonge, Van Hofwegen.

Deze burgemeester laat op persoonlijk initiatief een rapport opstellen over de gebeurtenissen in zijn dorp. Dit vormt de basis voor het tweede gedeelte van het boek, over de rampnacht in Nieuwe-Tonge en Battenoord.

Engel Zweerus, een van de mannen die op initiatief van de burgemeester meegaan om in het gehucht Battenoord te helpen, vertelt: „Het was een tocht om nooit te vergeten. We gebruikten een touw om door die stroomgaten te komen en klemden ons aan elkaar vast. Daar heb ik de dood in de ogen gezien. Maar we kwamen er doorheen. (...) Terug in Nieuwe-Tonge kwam er een vrouw naar me toe die vroeg of ik haar man had gezien, die naar Battenoord was gegaan. Die vrouw was in verwachting. Ik durfde het niet te zeggen. Ik had gezien wat er gebeurd was. Ik durfde haar niet te zeggen dat bij verdronken was.”

Van der Ham vraagt aandacht voor het Zuid-Hollandse Goeree-Overflakkee, omdat de ramp vaak wordt gezien als een Zeeuwse gebeurtenis. Er zijn echter ook veel slachtoffers gevallen in Flakkeese plaatsen zoals Oude-Tonge (305), Battenoord en Nieuwe-Tonge (86) en Stellendam (61). Naast een nationale herdenkingsplaats in Ouwerkerk zou het volgens hem goed zijn om ook in Battenoord een herinneringsplaats te maken. Daar zijn nog dijkhuisjes over én zijn in de rampnacht veel mensen omgekomen, zodat duidelijk zichtbaar is wat deze ramp voor de samenleving heeft betekend.

Van der Ham heeft met eerder werk zijn sporen al verdiend op het terrein van onderzoek naar de watersnoodramp en Rijkswaterstaat. Met dit boek laat hij zien dat hij ook in staat is om de gebeurtenissen in de rampnacht dicht bij mensen van nu te brengen.

Boekgegevens

Ooggetuigen van de watersnood 1953, Willem van der Ham; uitg. Boom Amsterdam, 2018; ISBN 978 90 244 2041 4; 288 blz.; 24,90.