Weer een nieuwe Wilhelmusdichter

De koninklijke familie zingt het Wilhelmus tijdens Koningsdag 2016. beeld RD, Henk Visscher
3

Alweer iemand die het licht gezien heeft en dé auteur van het Wilhelmus heeft ontdekt. Die gedachte komt onwillekeurig naar boven als je het boek ”Hoe Houwaert zijn naam verborg in het Wilhelmus” van dr. D. J. de Kooter openslaat.

”Vernieuwende aanpak”, ”haast te vernieuwend”, ”opmerkelijke vondst”, ”markant geheim”, ”onthulling van de auteur”. Dat zijn nogal wat pretenties in het licht van de lange geschiedenis van het Wilhelmusonderzoek.

Eindeloos hebben wetenschappers de afgelopen eeuwen gespeculeerd over de schrijver van het lied. Marnix, Coornhert, Saravia, Van Haecht, Fruytiers zijn genoemd, en nog diverse andere dichters, bekend en onbekend. Recent is Petrus Datheen in het rijtje mogelijke auteurs op de voorgrond getreden, omdat op grond van computeronderzoek bleek dat zijn stijl grote overeenkomst vertoont met de stijl van het Wilhelmus.

Maar doorslaggevend is het bewijs in alle gevallen niet. Wie dus in een nieuw boek dé oplossing presenteert, moet zeer overtuigende argumenten hebben. En gezien alle onderzoek dat eerder verricht is en alle theorieën die eerder gepresenteerd zijn, past hem ook enige bescheidenheid en is samenwerking met de andere onderzoekers die zich met het onderwerp bezighouden gewenst. Op beide punten is ”Hoe Houwaert zijn naam verborg in het Wilhelmus” niet geheel geslaagd.

De Kooter, onlangs gepromoveerd op de vertaalgeschiedenis van het Nieuwe Testament in de Statenvertaling, stipt slechts in het voorbijgaan de argumenten van eerdere onderzoekers aan. Hij denkt via zijn methode van woordenreeksen op internet zoeken het doorslaggevende bewijs geleverd te hebben. Zijn grote argument is het geheimschrift waarmee de Brusselse dichter Jehan Baptista Houwaert (1533-1599) zijn naam in de tekst van het Wilhelmus verborgen zou hebben.

Dat het lied blijk geeft van rederijkerstechnieken (denk aan de beginletters van de coupletten die de naam ”Willem van Nassov” vormen) staat buiten kijf. Dat Houwaert de meest spitsvondige technieken op dat gebied beheerste ook.

Maar juist daarom: zou hij zijn signalen dan niet veel preciezer en strakker hebben vormgegeven dan De Kooter suggereert? Vijf keer ”ick” in het eerste en tweede couplet, drie keer de hoofdletter B en twee keer de hoofdletter H? Dat is toch slordig voor een échte rederijker, die moet in staat zijn om ten minste driemaal B en driemaal H (alles heel symmetrisch geordend) binnen het eerste couplet te krijgen, zonder overloop naar het tweede couplet.

Dan zwijgen we nog van de verdere analyse van het derde couplet waarin toevallig de letters O, v en de lettercombinatie ”waert” te vinden zijn. De H ontbreekt, want die stond natuurlijk al in de eerdere coupletten, maar als je die er voor de volledigheid even bij betrekt, staat er toch echt Houwaert. „Deze verberging mag met recht geniaal genoemd worden”, schrijft De Kooter dan. Echt, serieus?

Voor de duidelijkheid: Jehan Baptista Houwaert (te onderscheiden van zijn broer Balthasar, de legerpredikant die óók als mogelijke dichter van het Wilhelmus genoemd is) is geen onwaarschijnlijke kandidaat. Bekwaam dichter, man van het midden, sympathisant van Oranje, rooms-katholiek met protestantse neigingen. Er zijn best een paar historische en taalkundige argumenten voor zijn auteurschap aan te voeren, zoals De Kooter laat zien.

Maar het hele betoog rust toch vooral op de aanname dat onomstotelijk vaststaat dat de dichter zijn naam versleuteld in de Wilhelmustekst heeft gezet, en dat dat duidelijk zichtbaar is voor iedereen die ogen in zijn hoofd heeft. Dat laatste is evenwel het grote probleem. Als lezer heb je een behoorlijk speciale bril nodig om de naam van Houwaert in het Wilhelmus te lezen. Zélfs als je ervan uitgaat dat rederijkerspoëzie de nodige cryptische lagen heeft. Houwaert vormt het uitgangspunt vanwaaruit De Kooter ook de andere vragen rond het Wilhelmus te lijf gaat: de tijd van ontstaan, de betekenis van de tekst. Geen wonder dat het hele verhaal zodoende iets van een cirkelredenering krijgt.

Intussen verdient Houwaert zeker nader onderzoek. Dat is de verdienste van dit boek: dat het de groep Wilhelmusspecialisten die onderzoek doet naar Datheens mogelijke auteurschap er weer bij bepaalt dat er ook nog andere mogelijkheden zijn. En dat het altijd de moeite waard blijft om verschillende sporen te volgen.

Boekgegevens

”Hoe Houwaert zijn naam verborg in het Wilhelmus. Een nieuwe kijk op een oud raadsel”, D. J. de Kooter; uitg. Pumbo.nl; 210 blz.; € 19,99.