Via Albert Schweitzer naar Bach

Dirigent Barend Schuurman schreef een boek over Schweitzer en Bach. „Schweitzer nodigt je uit om je af te vragen wat Bach bedoelt, en hoe je dat muzikaal moet overbrengen op je luisteraars.” Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom
4

Jarenlang was Barend Schuurman als dirigent bezig met de muziek van Bach. Nu de Rotterdammer drie jaar dirigent in ruste is, verschijnen er in één keer twee publicaties van zijn hand. Over Schweitzer, Bach en de Matthäus Passion. „Bach is ongeëvenaard, maar echt niet het enige.”

Nog één keer dirigeerde Barend Schuurman (1938) zondag in de Rotterdamse Laurenskerk ’zijn’ Laurens-Bachorkest en een aantal solisten. Om nog één keer een cantate van Bach uit te voeren. Welke? De cantate voor de dertiende zondag na trinitatis, BWV 164: ”Ihr, die ihr euch von Christo nennet”. Waarom die? „Omdat ik deze in al die jaren nog nooit gedaan had. Én omdat ik vond dat de cantate in de geest van Albert Schweitzer is. Toen ik echter bij Schweitzer na ging lezen wat hij over deze cantate schrijft, bleek dat-ie hem niet heel bijzonder vond, en de tekst droog. Zo kun je zien hoe je je in iemand kunt vergissen, ook al heb je je drie jaar lang in hem verdiept.”

Tijdens de feestelijke bijeenkomst zondag werd Schuurmans boek gepresenteerd waarin hij nagaat hoe Albert Schweitzer (1875-1965) over Johann Sebastian Bach schreef.

Precies honderd jaar geleden, in 1908, publiceert de theoloog-filosoof-musicus Schweitzer zijn grote Duitse Bachboek, 776 pagina’s dik. Drie jaar eerder schrijft hij in het Frans een minder omvangrijk boek over Bach. Op orgelles bij Charles-Marie Widor in Parijs heeft Schweitzer namelijk ontdekt dat de Fransen niet uit de voeten kunnen met de orgelkoralen van Bach. Omdat ze de lutherse koralen die eraan ten grondslag liggen, niet kennen.

Het is Widor zelf die in 1899 de 24-jarige Schweitzer vraagt iets over de achtergronden van Bachs orgelkoralen op papier te zetten. Het leidt tot het Franse boek, dat uitgroeit tot het Duitse standaardwerk, dat op zijn beurt recordoplagen beleeft en wereldwijd vertaald wordt.

Inlegkunde

Na een eeuw is Schweitzers boek echter vrijwel vergeten, zowel in Duitsland als in Nederland, constateert Schuurman. „Schweitzer heeft de naam dat hij aan inlegkunde doet. En sinds de heftige ontwikkelingen op het gebied van de zogenaamde authentieke uitvoeringspraktijk worden Schweitzers inzichten als achterhaald beschouwd.”

Nu is Schuurman zelf iemand die tot vijftien jaar geleden altijd „een beetje puristisch” is geweest. In zijn tijd als cantor-dirigent van de Laurenskerk in Rotterdam, van 1966 tot 2005, voerde hij in de diensten weliswaar alle soorten muziek uit, van Schütz tot De Klerk en van Bach tot Adriaan C. Schuurman. „Maar als je toen in m’n hart keek, had ik toch liever een psalm van Sweelinck dan een motet van Mendelssohn.”

Als oriëntatiepunt voor z’n eigen manier van werken noemt Schuurman dan ook Nicolaus Harnoncourt, een van de pioniers van de authentieke uitvoeringspraktijk. En de naam van Philippe Herreweghe klinkt als het gaat om uitvoeringen op cd waar Schuurman weg van is. „Die staat absoluut bovenaan.”

Hoe komt Schuurman dan bij de romantische Schweitzer terecht? „Zijn Bachboek had ik altijd wel staan, maar ik las er slechts stukjes uit, bijvoorbeeld als ik toelichtingen schreef voor de cantatediensten in de Laurenskerk.” Het zei hem nooit zo veel. „Behalve het stuk over de Matthäus Passion. Vooral de beschrijving van het sterven van Jezus trof me altijd weer. Schweitzer beschrijft het zó dat je er als het ware bij staat. Het is een dramatische weergave van het lijdensverhaal.”

Niet alleen schrijft Schweitzer meeslepend, hij stelt ook dat Bachs woordgebonden muziek dramatisch is en daarom vraagt om een ”malerische” en ”dichterische” uitvoering. Schuurman: „Zo’n beeldende en poëtische manier van uitvoeren ging ik gaandeweg in praktijk brengen. Eerst bij de Matthäus Passion. Maar ik kreeg algauw in de gaten dat ook heel veel cantates van Bach zo’n dramatische lading hebben.”

Toen Schuurman het Bachboek van Schweitzer integraal ging lezen, was er in veel gevallen het feest der herkenning. „Wat ik voelde en intuïtief deed, wordt door Schweitzer verwoord.”

Esthetiek

Waarin onderscheidt Schweitzers boek zich van andere Bachboeken, zoals dat van Christoph Wolff uit 2000? Schuurman: „Wolff en anderen plaatsen Bach allereerst in de context van zijn tijd, op basis van nuchtere historische feiten. Schweitzer werkt vanuit de esthetiek. Hij put uit een diep innerlijk beleven van Bachs kunst. Hij schrijft daarbij als uitvoerend kunstenaar, niet zozeer als geleerde.”

Daarin ligt wat Schuurman betreft ook de betekenis van Schweitzer. „Het boek is sowieso een meeslepend document van grote cultuurhistorische waarde. Natuurlijk blijkt dat veel achterhaald is. Maar andere zaken die Schweitzer intuïtief zegt, zijn later door de wetenschap bevestigd.”

Vooral het ”malerische” van Schweitzer is actueel, zegt Schuurman. „Hij dwingt tot reflectie, om nog eens te kijken naar de innige verbinding tussen woord en toon bij Bach. Maar dan niet alleen retorisch gezien, dat Bach allerlei woorden en gedachten in de muziek laat terugkomen. Nee, het gaat ook om het effect op de luisteraars. Zo’n cantate dóét iets met een mens. En Schweitzer nodigt je uit om je af te vragen wat Bach bedoelt, en hoe je dat muzikaal moet overbrengen op je luisteraars.”

Dat is wat Schuurman met zijn boek wil meegeven: „Kijk nog eens naar Schweitzer en luister naar zijn pleidooi voor een aansprekende uitvoeringspraktijk.”

Toelichting

Niet alleen is het nodig Bachs muzikale taal te leren kennen, ook de teksten bij diens muziek vragen steeds weer om toelichting. Dat merkte Schuurman in zijn werk als dirigent. „Zangers en koorleden weten niet altijd wat ze zingen als ze de Matthäus Passion uitvoeren. Het ís ook lastig: het gaat om barokke, 18e-eeuwse taal, waarin ook nog eens metaforen worden gebruikt die soms tot de 12e eeuw teruggaan.”

Om de tekst van de Matthäus Passion -het libretto van Picander- wat dichter bij de 21e-eeuwer te brengen, schreef Schuurman een boekje waarin hij de achtergronden ervan schetst en tekst voor tekst toelicht. Bij het laatste onderdeel komt Schweitzer regelmatig om de hoek kijken…

Twee boeken, allebei over Bach. Wat is er nog meer te verwachten? Schuurman: „Ik heb nog een stapel cantatetoelichtingen liggen. Misschien dat ik daar iets mee kan. Inderdaad, weer Bach. Maar dat wil niet zeggen dat er naast Bach niets is.”

Sterker nog, in het begin was Schuurman helemaal niet zo georiënteerd op de Thomascantor. „Ik ben groot geworden in de nabijheid van mijn vader, Adriaan C. Schuurman. Die had weliswaar heel veel met Bach, maar was tegelijk als romanticus enorm gecharmeerd van Reger en Franck. Ik heb dat gezien, want ik stond er als registrant bij als hij die grote orgelwerken uitvoerde. Dat heeft me gestempeld. En dan zijn improvisaties: die waren vooral harmonisch heel mooi. Ze maakten grote indruk op me. Daarom: Bach is ongeëvenaard, maar echt niet het enige.”

Mede n.a.v.

Titel: ”Albert Schweitzer over Johann Sebastian Bach”
Auteur: Barend Schuurman
Uitgeverij: Skandalon, Vught, 2008
ISBN 978 90 76564 70 8
Pagina’s: 255
Prijs: € 19,50;

Titel: ”J. S. Bach - Matthäus Passion. Over de achtergronden van het libretto”
Auteur: Barend Schuurman
Uitgeverij: Aspekt, Soesterberg, 2008
ISBN 978 90 5911 716 6
Pagina’s: 118
Prijs: € 16,95.



Schweitzer

Albert Schweitzer wordt in 1875 in Kaysersberg, in de Elzas, geboren. Wegens de tweetaligheid van het gebied heeft Schweitzer deel aan zowel de Franse als de Duitse cultuur.

In 1893 gaat hij theologie en filosofie studeren in onder andere Straatsburg. Hij promoveert driemaal: in 1899 op de godsdienstwijsbegeerte van Kant, een jaar later op het ”avondmaalsprobleem” en in 1913, na zijn studie geneeskunde, op de psychiatrische beoordeling van Jezus.

In 1893 meldt Schweitzer zich aan bij het conservatorium van Parijs als orgelleerling van Charles-Marie Widor, aan wie hij veel te danken heeft. Op verzoek van Widor schrijft Schweitzer in 1905 een Frans boekje over de koraalvoorspelen van Bach, ”J. S. Bach, le Musicien-Poète”, met een voorwoord van Widor. Drie jaar later verschijnt in het Duits een tweede, uitgebreide en herziene versie: ”J. S. Bach”. Het boek beleeft tal van drukken en vertalingen.

Na een tijd van concerteren, preken en colleges geven, besluit Schweitzer in 1913 in het West-Afrikaanse Lambaréné (Gabon) een ziekenhuis te bouwen. In totaal reist Schweitzer veertien keer naar Lambaréné.

Behalve publicaties over onder andere cultuurfilosofie, de mystiek bij Paulus, muziek en orgelbouw schrijft Schweitzer het bekende boek ”Geschichte der Leben-Jesu-Forschung”.

De arts-zendeling-theoloog-filosoof-musicus krijgt in 1952 de Nobelprijs voor de vrede wegens het stichten van het ziekenhuis in Lambaréné. In 1965 overlijdt hij in het Afrikaanse land.


Schuurman

Barend Schuurman wordt in 1938 geboren als zoon van de bekende (kerk)musicus Adriaan C. Schuurman. Hij studeert theologie in Amsterdam en Straatsburg en tevens hoofdvak dwarsfluit aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Frans Vester. Later studeert hij hoofdvak koordirectie en volgt hij lessen orkestdirectie bij Jaap Spaanderman.

In 1966 wordt Schuurman benoemd tot cantor-dirigent van de Laurenskerk in Rotterdam. Hij richt er de Laurenscantorij op, waarmee hij een grote ontwikkeling op gang brengt in de Laurenskerk, zowel op het gebied van de kerkmuziek als op het gebied van de koormuziek in het algemeen. Vooral de serie cantatediensten, waarbij er elke maand een cantate van Bach wordt uitgevoerd, wordt bekend. In 1996 is Schuurman betrokken bij de oprichting van het Laurens-Bachorkest; in 2002 richt hij ook het Laurens-Bachcollegium op.

Van 1982 tot 2002 is Schuurman docent koordirectie aan het Rotterdams conservatorium; ook doceert hij enkele jaren kerkmuziek aan de conservatoria van Rotterdam en Den Haag. Daarnaast is hij lange tijd als docent verbonden aan de Kurt Thomas Cursus voor dirigenten.

In 2005 neemt Schuurman afscheid als cantor-dirigent van de Rotterdamse Laurenkerk, waar hij wordt opgevolgd door zijn leerling Wiecher Mandemaker.