Vertaler, ondergeschoven kindje in de literatuur

beeld iStock
3

Romans van buitenlandse auteurs gaan in Nederlandse boekhandels vaak als zoete broodjes over de toonbank. Maar lezers vergeten snel dat achter een Turansky, Zafón of Hosseini nóg een persoon schuilgaat. Is het tijd voor eerherstel voor de literair vertaler?

Weggemoffeld in de colofon, onzichtbaar op de achterflap, vergeten in de recensie: met de positie van de literair vertaler lijkt het niet al te best gesteld. Boeken worden gelezen om de auteur, niet om de persoon die de vertaling heeft verzorgd.

Erg jammer, volgens Molly van Gelder, met haar veertig jaar vertaalervaring een „oudgediende.” „Vertalers verrijken de Nederlandse literatuur.” Zoals de Portugese schrijver José Saramago stelde: De literatuur van een land wordt gemaakt door schrijvers, de wereldliteratuur door vertalers (vertaling Harrie Lemmens).

Volgens Van Gelder, die meer dan negentig Engelstalige romans naar het Nederlands overzette, is vertalen een vak. Ongeveer twaalf jaar geleden startte ze daarom de Vertalersvakschool, een equivalent van de Schrijversvakschool. Studenten kunnen er kiezen voor Duits, Engels en Frans maar ook voor meer exotische talen als Turks, Japans en Russisch. Alle docenten zijn literair vertaler. Jaarlijks trekt de Vertalersvakschool enkele tientallen leerlingen.

Wat onderscheidt een literair vertaler van een ‘gewone’ vertaler? De laatste categorie houdt zich bezig met het vertalen van zakelijke teksten: bijsluiters van medicijnen, officiële brieven, douanedocumenten. Een literair vertaler richt zich uitsluitend op het vertalen van literatuur: romans, gedichtenbundels en literaire non-fictie. Bij zakelijk vertalen is precisie nodig, bij literair vertalen speelt daarnaast creativiteit een grotere rol.

Initiatieven voor vertalers zijn er te over. De Europese Literatuurprijs, een van de weinige boekenprijzen die zowel de auteur als de vertaler belonen, en de daaraan gelieerde Vertalersgeluktournee, waar vertalers het boek en hun vertaling bespreken. Bovendien zijn er Literaire Vertaaldagen en is er jaarlijks het symposium Vertaalslag.

Toch leveren die initiatieven niet de gewenste waardering op. Volgens Van Gelder heeft dat ermee te maken dat op de activiteiten voornamelijk vertalers afkomen – mensen dus die al weten wat vertalen inhoudt. Buitenstaanders realiseren zich vaak niet dat vertalen een geschoold werk is, volgens Van Gelder. „Het is een moeilijk vak.” Bij boekbesprekingen mag een vertaler al blij zijn als wordt gezegd dat het boek ”leest als een trein” of dat de vertaling ”heel mooi” is.

De ondergeschoven positie van de literair vertaler komt volgens haar deels door diens eigen houding. Het beeld van iemand die in zijn eentje op een zolderkamer zit te werken mag overdreven zijn, vertalers opereren nog altijd op de achtergrond. Een vertaler zou zelf vaker moeten schrijven over zijn vak, vindt Van Gelder.

In diverse media spreken vertalers zich inmiddels ook uit. Martin de Haan, vertaler van de Franse schrijver Michel Houellebecq, maakte zich eind augustus in de Volkskrant hard voor een herwaardering van het literaire vertaalwerk. Schrijver Abdelkader Benali sprong in Trouw in de bres voor de literair vertaler. NRC kopte in juni: ”De Nederlandse vertaalcultuur is ernstig in gevaar”. Hun gemeenschappelijke punt: vertalingen zijn onmisbaar voor een betere kijk op de wereld.

Geen vetpot

Grootste probleem waar de vertalers –stuk voor stuk zzp’er– tegenaan lopen is de vergoeding. Het beroep van literair vertaler is geen vetpot. Het bodemtarief per woord is 6,6 cent. Hoe sneller een boek af is, hoe hoger het jaarsalaris uitpakt. Literair vertalers die minimaal één werk afgeleverd hebben, kunnen voor een beurs aankloppen bij het Letterenfonds, een fonds voor de promotie van (vertaalde) literatuur in Nederland. Zij krijgen er per woord zo’n 10 cent bij.

„In het begin kun je van vertalen niet bestaan”, blikt Van Gelder terug. „Je moet zorgen voor meerdere potjes waar geld in zit. Ik heb vijftien jaar ondertitels vertaald van films en documentaires. Sommige vertalers werken voor kranten of musea.”

Om uit te komen op een modaal inkomen, moet een vertaler al gauw drie boeken per jaar afleveren. En dat is veel, volgens Van Gelder. „Romans die ik vertaal, hebben gemiddeld 80.000 woorden en 300 bladzijden. Daar doe ik ongeveer vijf maanden over. Als het een lastiger boek is misschien een half jaar.”

Van Gelder kent diverse oudere vertalers die noodgedwongen doorwerken, omdat ze geen pensioen hebben opgebouwd. Van alleen een AOW kunnen ze niet rondkomen. GroenLinks-kamerlid Corinne Ellemeet vroeg in juli in een motie daarom nog om een betere beloning voor literair vertalers.

Ondanks de lastige kanten blijft Van Gelder enthousiast. „Vertalen is een heerlijke bezigheid. Je dompelt je helemaal onder in de stijl van een auteur. Dat is geweldig.” Vertalen is voor Van Gelder „een soort verslaving. Zolang mijn hoofd nog goed werkt, is vertalen een fijne bezigheid.”

Peretti

Een verslaving zou Lia van Aken vertalen niet noemen, wel het „leukste werk van de wereld.” De 62-jarige vrouw uit Amersfoort-Hoogland rolde in 1998 via haar schoonzus de vertalerswereld binnen. „Die had tijdens haar studie kennisgemaakt met iemand die een eigen vertaalbureau begonnen was. Samen met een vriendin heeft ze een boek van Frank Peretti (bekend van ”De duisternis aanwezig”) vertaald.

Via die vriendin maakt Van Aken, opgeleid als secretaresse, kennis met een christelijke uitgeverij waarvoor ze onder meer een boek van Randy Alcorn vertaalt. De vertaling van een vijftal romans volgt. Te weinig, naar haar zin. Ze stuurt een paar stukken van een recent vertaalde roman naar de christelijke uitgeverij Kok en mag daar meteen aan de slag. Talloze Amerikaanse romans maakt ze toegankelijk voor het Nederlandse publiek: boeken van onder meer Julie Klassen, Mesu Andrews en Jody Hedlund.

Van Aken richt zich vooral op de historische romans. Die hebben hun eigen uitdagingen, ontdekte ze. „Ze zijn soms in hedendaags Engels geschreven, maar in de vertaling moet ik opassen met woorden die te modern zijn. Sorry schreef ik bijvoorbeeld niet op, of oké. Zo spraken de mensen vroeger niet.”

Het vertalen van de doorgaans christelijke Amerikaanse romans luistert soms nauw, ontdekte Van Aken. „Amerikanen beleven hun geloof anders. Ze gaan gerust zondag na de kerkdienst eten en naar de ijsbaan. Dat kan niet in de Nederlandse versie van de roman.” Volgens Van Aken, zelf kerkelijk, is het handig als je als vertaler thuis bent in de christelijke wereld. „Ik heb veel Amishromans vertaald. Daar komen geregeld Bijbelteksten in voor, soms ook impliciet. Die teksten herken je eerder als je zelf die achtergrond hebt.”

Amerikanen, ook christenen, drukken zich gemakkelijker wat grover uit. In september vertaalde Van Aken voor het eerst een werk van Carrie Turansky: ”No Ocean too wide” (vertaald ”Een oceaan van hoop”). In die roman moest de vertaler meerdere malen noodgedwongen kiezen voor een mildere variant. ”Blimey” werd ”verdraaid”, ”Gracious saints above” vertaalde ze met ”Lieve help”. In het Nederlands voelt een wat grovere uitdrukking snel als een vloek, legt Van Aken uit. „Lieve help is zo’n beetje het ergste wat mag. Dat vond ik weleens lastig. Grote kerels in het boek zeggen ”Lieve help” als ze iets lastig vinden. Ik begrijp dat lezers geen grove woorden willen lezen, maar het komt onnatuurlijk over.”

Toegift

De Hooglandse herkent net als Van Gelder dat een vertaler weinig eer voor zijn werk krijgt. Op internet struint ze geregeld door lezersrecensies. „Het is een toegift als mensen over de vertaling schrijven.” Ook dan blijft het oordeel summier. Verder dan „Een vlekkeloze vertaling” of „Het leest lekker vlot weg” komen boekenwurmen niet. Van Aken blijft nuchter. „Misschien is het te veel gevraagd om de kwaliteit van de vertaling apart te bespreken.”

Van Aken doet gemiddeld zeven weken over een boek. Ze probeert elke dag wat te doen, al maakt ze zelden dagen van acht uur. „Er zitten grenzen aan creativiteit.”

Volgens Van Aken is een vertaling geslaagd als deze „prettig leesbaar” is in correct Nederlands. Wat ze doet om de beheersing van haar moedertaal te perfectioneren? „Goede Nederlandse schrijvers lezen. A.F.Th. van der Heijden bijvoorbeeld.”

----

Software maakt vertaling sneller en consistenter

Vertalers van zakelijke teksten maken er al jaren gebruik van: vertaalsoftware. Zouden literaire vertalers ook gebaat zijn bij dit hulpmiddel, vraagt postdoctoraal onderzoeker Joke Daems van de Universiteit Gent zich af. Ze doet onderzoek naar het nut van vertaalsoftware in de literaire vertaalpraktijk. Als eerste onderdeel van haar onderzoek bevroeg ze in een enquête literaire vertalers –92 Nederlandse, 30 Vlaamse– op hun vertaalmerites en hun ideeën over vertaalsoftware.

Hoe werkt vertaalsoftware?

„Het zijn computerprogramma’s waarin een vertaler een tekst kan uploaden. De software herkent herhalingen, dus exacte zinnen of zinnen die grotendeels overeenkomen. De vertaler krijgt dan de suggestie om deze zinnen op dezelfde manier te vertalen. Het programma biedt ook ondersteuning in terminologie. Namen of woorden die belangrijk zijn in een verhaal, bijvoorbeeld personages of titels die steeds terugkeren, laat het programma opvallen voor de vertaler. Daarnaast biedt de software suggesties aan van automatische vertaalsystemen. De vertaler kan deze als vertrekpositie bij zijn vertaling gebruiken.”

Doodt zulke software niet de creativiteit van de vertaler?

„Dat is de vraag. Is een vertaler geneigd de suggesties van het programma over te nemem, of gaat hij zelf aan de slag? En, wellicht belangrijker, wat merkt een lezer ervan dat een vertaler software heeft gebruikt? Belangrijk is dat vertalers kritisch blijven. Het is zeker niet de bedoeling dat technologie de vertaler gaat vervangen. Nu gebruiken veel vertalers een digitaal woordenboek en gaan ze op verschillende plekken op zoek naar hun informatie. Zo’n programma is een extra hulpmiddel. De vertaler kiest hoe hij de tekst vertaalt.”

Hoe kijken literaire vertalers zelf tegen het gebruik van deze technologie aan?

„Vertaalsoftware wordt op dit moment door de meeste vertalers uit mijn onderzoek niet gebruikt. Veel vertalers denken dat de software voor literaire vertalers geen nut heeft. Voor terminologische ondersteuning staan ze open, voor het gebruik van automatische vertaalsystemen minder. Ze zijn wellicht bang dat er een vertaling à la Google Translate uitrolt. Terwijl de software niet zo werkt. De interactieve systemen die op de markt zijn, passen hun suggesties aan op wat de vertaler typt. Ze werken vergelijkbaar met de woordvoorspelling op de mobiele telefoon. In alle gevallen houdt de vertaler de controle. ”

Welke voordelen kan het gebruik van vertaalsoftware de literair vertaler volgens u opleveren?

„Grootste voordeel is dat een vertaler sneller en consistenter kan werken. Daardoor levert een vertaler meer boeken af en komt er meer geld binnen. Consistentie zie ik ook als een pre. Voor een lezer is het prettig als verschillende boeken van dezelfde auteur een gelijke sfeer oproepen. In verder onderzoek gaan literair vertalers daadwerkelijk aan de slag met de software. Er kan ook uitkomen dat automatische vertaalsystemen niet werken voor literaire teksten.”