Uit de boekenkast van mr. Dirk Vergunst: Citaten die zich vastschroeven in je hart en je leven

Uit de boekenkast
„​Hebben wij onze kinderen, misschien onbedoeld, in hun geest gevangen genomen?​”  beeld Sjaak Verboom​
7

Hij groeit op tussen de klassieken van een eenvoudig refo-gezin: van Hotze Hiddes tot Simon Gieke en van Van de Hulst tot Norel. De vader van Dirk Vergunst las ze voor. „Boeken met een grote plaats voor God, Nederland en Oranje en een vertekend beeld van de werkelijkheid van die dagen.”

Vergunst noemt zichzelf een boekenverslinder. „Natuurlijk was er plaats voor Lego en buitenspelen. Maar de wereld ging op mijn kamer boven tussen de boeken echt open.” Het is moeilijk kiezen over welke boeken het nu moet gaan, de tafel ligt vol. „Ik weet van heel veel boeken nauwelijks nog de verhaallijn. Dat is ook niet zo belangrijk. Bij mij denderde de essentie van een werk of soms slechts een citaat mijn hart binnen en schroefde zich vast in mijn leven.”

De boekerij vertolkt de passie van Vergunst voor opofferende liefde die uitstijgt boven onrecht, en zelfs kloven overbrugt tussen zwart en wit. Tekent zijn geworstel om „Gods ongekend ruime hart dat onder orthodoxe protestanten zo vaak is toegesnoerd.” Toont het zoeken van (h)erkenning van het beeld van Christus dat in deze wereld op zovéél manieren kan oprijzen. Wijst op de noodzaak om onbevangen het feilen en falen van christen en christendom toe te geven, opdat zo de geborgenheid van Gods liefde kan worden gewonnen.

Al pratend zoekt Vergunst met enige moeite orde te scheppen in de wereld om zich heen, het kerkelijke leven en niet het minst in eigen complexiteit.

1. Lewis: gehoorzaam door liefde

„Nog voor J.R.R. Tolkiens werk werd verfilmd, had ik zijn boeken al gelezen. Ik was een jaar of zestien en was geboeid door het thema goed en kwaad, recht en onrecht. Bij Tolkien zie je die strijd terugkomen, waarbij mensen boven zichzelf uitstijgen. Maar er zijn ook anderen, die door de mand vallen; te klein voor de verantwoordelijkheid die ze dragen. Wil je dat enigszins begrijpen, dan moet je de Planetenserie van C. S. Lewis gaan lezen. In een denkbeeldige wereld leeft een Eva-figuur, in ongevallen staat. Dan komen enkele mensen van de planeet aarde en een van hen wil de vrouw verleiden tot het kwaad. De vrouw heeft een onbegrijpelijke opdracht van God gekregen. Zij mag niet op het vasteland slapen, maar moet tegen zonsondergang het land verlaten en de zee opvaren. Daarover gaat de kwade man met haar in discussie; wat een rare vraag van God. Hij stapelt zijn bezwaren op. De vrouw raakt in verwarring en de kwade man lijkt te winnen; waarom slaap je niet op de oever? De vrouw zwijgt en zegt na enige tijd: „Omdat ik van Hem houd.” Toen doorzag ik de zonde van de zondeval. Het was de proef op de som. Omdat ik van Hem houd. Gehoorzaamheid moet gedragen worden door de liefde.”

2. Unset: vergeving

„Veel ouder dan 13 jaar was ik niet toen ”Kristin Lavransdochter” mijn pad kruiste. Ik heb deze trilogie van Sigrid Unset, die zich in de middeleeuwen afspeelt, wel drie keer gelezen. Het taalgebruik is van een geweldige schoonheid. Maar de inhoud is dat in zijn bedoeling ook. Er komt een vaderfiguur in voor die uitstraalt een navolger van Christus te zijn. In de nacht voor het huwelijk van zijn dochter Kristin komt de vader erachter dat zij zwanger is. Het maakt hem heel verdrietig – net als de keuze voor haar huwelijkspartner. In die nacht bekent echter zijn eigen vrouw dat haar huwelijk met hem ook niet haar eerste keus was. Jaren later is dan haar schuchtere vraag: „Lavrans, vergeef me”. Waarop hij liefdevol antwoordt. „Hoe zou ik je moeten vergeven, vrouw. Wie ben ik dat ik je zelfs maar iets zou kunnen verwijten. Ik die elke dag van Christus vergeving moet ontvangen.” Deze passage is zo teer en zet mijn hart op z’n kop. Het houdt mij een levenshouding voor die ik zelf zo vaak mis. Dit soort religieuze momenten, passages, zoek ik graag terug, om me te laten inspireren.”

3. Greene: onder Zijn vleugels

„In Mexico was ooit een lokale machthebber die de godsdienst verbood in zijn gebied. Graham Greene schrijft in ”Het geschonden geweten” over de enige priester die was achtergebleven. De man verdrinkt zijn ellende en dwaalt door het land. Hij komt in een dorp en wordt er liefdevol ontvangen. Een priester! Die hebben ze in geen vijf jaar gezien. Ze vragen of ze bij hem te biecht mogen. Want na al die jaren valt er veel zonde te belijden. En zou hij de eucharistie willen bedienen? De interesse van de priester gaat meer uit naar drank en roes, maar hij komt er niet onderuit. Dan beschrijft Greene zo ontroerend hoe de dorpelingen die dienst ervaren. De tijd staat even stil. Voor het eerst sinds vijf jaar is God hier aanwezig. Even nabij God te zijn. Even onder de vleugelen van de Koning. De situatie laat zich zo moeilijk vertalen naar onze kerken. Het mag toch onversneden klinken: „Kom toch, dit is het lichaam van onze Heere. Neemt, eet en gelooft!” Maar worden er niet te veel voorwaarden gesteld, beperkingen opgelegd? Terwijl de armen van Koning Jezus toch niet voor niets zo wijd zijn uitgebreid?”

4. Potok: botsende stromingen

„Als vanzelf kom ik dan bij Chaïm Potok, die in ”Uitverkoren” de botsing beschrijft tussen Joodse godsdienstige stromingen, tussen traditie en moderne wereld en daarmee dus eigenlijk ook over de gereformeerde gezindte gaat. Een van de kinderen in dit boek, Reuven, heeft een rabbi op wie hij erg gesteld is. Deze leraar is een beroemd geleerde van de Talmoed. Op zeker moment vraagt de jongen zijn leraar of bepaalde passages toch niet anders gelezen kunnen worden. De rabbi vraagt hem na de les even te blijven. Dan zegt hij: Reuven, jij denkt wel heel scherpzinnig. Maar weet je, zo moet je eigenlijk niet denken. De jongen is onthutst. Dat zijn leraar, die hem leidt in de wijsheden van het geloof, op het cruciale moment de waarheid niet onder ogen wil zien. Het is zo herkenbaar in onze kring. Ik weet dat in de Bijbel een schat ligt, zeker. Maar wel een schat in een aarden vat. En dat vat gaat een keer barsten, omdat we met een grote boog om wezenlijke vragen van deze tijd heenlopen. En als dr. G. van den Brink een ultieme poging doet om zo’n vraag open tegemoet te treden, wordt hij verketterd. Laten we toch beseffen dat we feilbare mensen zijn. Dat was vroeger zo, dat is nog zo. Soms kunnen we dus niet om herinterpretatie heen. Dat is geen schande, dat is eerlijk. Hoe bedreigend het ook kan zijn, hoeveel pijn het kan doen. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. Kennis ís smart, omdat we in verwarring raken. Dat bedoelt Chaïm Potok ook. Want Reuven komt bij zijn vader, die hem troost. Natuurlijk mag hij zelfstandig denken. Tegelijk zegt hij: „Toch, Reuven, heeft de rabbi iets wat wij verloren hebben.” En dat herken ik ook.”

5. Cleaver: gevangen geest

„In de jaren zestig heb ik de rassenscheiding ervaren als schreeuwend onrecht. Twee soorten mensen, de een heerst over de ander. En de blanken bepalen. Dat kan toch niet waar zijn. Ik bleef, ook tijdens mijn studie, geïnteresseerd in die raciale verhoudingen en het westers imperialisme. In dat kader kwam ik het dagboek tegen van Eldridge Cleaver, ”Soul on ice”. Deze zwarte man zit gevangen en als hij droomt, droomt hij van vrouwen, „alleen, ze zijn ze altijd wit. Ik veracht mezelf. Ze hebben zelfs mijn geest gevangen genomen.” Dat raakt me zo diep. Stel je voor, Pim van vijf jaar loopt, zo rond maart, op straat. Ineens wijst hij met zijn vingertje: Mama, daar loopt er een, daar! Wat bedoel je, Pim? Daar, een zwarte Piet. Als wij, misschien onbewust, zo’n beeld overdragen aan onze kinderen en ze de verbinding gaan leggen tussen zwarte mensen en zwarte Piet, moeten we er onmiddellijk mee ophouden. Dan hebben wij onze kinderen, onbedoeld, in hun geest gevangen genomen en hun een spotbeeld opgedrongen van een waardig medemens.”

6. Fisher: goede bemoediging

De tafel ligt nog steeds vol. ”Rich christians in an age of hunger”, van Ronald J. Sider, die laat zien hoe de bijbelschrijvers fulmineren tegen sociaal onrecht en hoe dat ook ons iets te zeggen heeft. Nog één greep: ”Het merg van het Evangelie”, dat Edward Fisher in 1644 schreef. „U hebt een goed recht in Gods gebod en een goede bemoediging in Zijn beloften. Doe dan uw plicht en geloof in de Naam van de Heere Jezus. En door dit te doen, kunt u buiten twijfel stellen en bent u ervan verzekerd dat u ook een van Zijn uitverkorenen bent. Zeg dan maar met een vast geloof, de gerechtigheid van Christus is voor allen die in het geloof staan. Heere, ik geloof...”

Vergunst: „God legt het echt bij ons neer, zonder (oneigenlijke) voorwaarden. De rechtsgrond van de zaligheid ligt uitsluitend in Christus. Maar Hij biedt het heil vervolgens aan zonder prijs en zonder geld. Zou dat Hem als soevereine Koning niet vrijstaan? Dat dat vaak moeilijk is om te geloven, komt omdat we ons zelf zo goed kennen. Toch is daar Gods aanbod tot verzoening. „Doe dan uw plicht en geloof.”

Dirk Vergunst

Dirk Vergunst werd in 1957 geboren in het Amerikaanse Corsica. Hij groeide op in Nederland, waar zijn vader predikant was in de Gereformeerde Gemeenten. Hij studeerde geschiedenis en rechten in Leiden. Hij is rechter in de rechtbank Gelderland. Vergunst is getrouwd, heeft vier kinderen en zeven kleinkinderen en is lid van de Gereformeerde Gemeenten.