Uit de boekenkast: Rebecca Koppejan ziet boeken als raadgevers

Uit de boekenkast
Rebecca Koppejan uit Gouda. beeld Sjaak Verboom
8

Als kind al las ze „verschrikkelijk veel.” Lezen is voor Rebecca Koppejan dan ook een grote hobby. Meer nog: ze stilt er haar innerlijke honger mee. En als ze vragen heeft, fungeren boeken als raadgevers.

Ze was een meisje voor wie de boeken niet aan te slepen waren. In de kleine bieb in Hoevelaken greep Rebecca daarom al snel naar het leesvoer voor oudere kinderen. Soms te spannende boeken, waardoor ze ’s avonds niet kon slapen.

Toen ze naar Zoetermeer verhuisde –ze was 10– was de bibliotheek daar een „heerlijkheid”: zó veel boeken. Zoetermeer bracht haar in Gouda, waar ze naar de middelbare school ging. En bij boekhandel Smit, waar ze als 18-jarige haar boekenbon ging besteden. Daar stond Job Koppejan –tien jaar ouder– achter de toonbank. Het werd wat tussen die twee. En zodoende kreeg de leesgierige Rebecca er zomaar een boekwinkel bij: Job nam de Goudse zaak –vlak bij de Sint-Jan– namelijk in 2009 over.

Het leven van Rebecca Koppejan (33) staat dus in het teken van boeken. Ze doet de administratie van de boekhandel, springt bij in de winkel en leest nieuwe boeken om te kijken of ze geschikt zijn voor een christelijk publiek. Wat ze het liefst leest? „Literatuur, en boeken over theologie en geloofsopbouw.” Wanneer ze leest? „Vooral ’s avonds. Overdag is het lastig, met vier kleine kinderen om me heen. Lezen is voor mij ontspannen. Een dag niet gelezen is een dag niet geleefd.”

1. Vreugdenhil: geschiedenis

„Kijk, dit boek is nog van de opa van mijn vader geweest: ”De kerkgeschiedenis verteld aan jong en oud” van Johan Vreugdenhil. Als meisje van een jaar of 9 las ik de vier delen voor het eerst. Later nog twee keer. Ik heb er heel veel van geleerd; had een honger naar kennis. Stripverhalen las ik nooit, daar heb ik nog steeds een hekel aan. Maar zo’n kerkgeschiedenis kwam tegemoet aan mijn hang naar kennis: de geschiedenis van de kerk en het inzicht dat het geloof niet bij mij begonnen is. Als ik er nu doorheen blader, vallen me de ouderwetse woorden op: weldra, doch. En de toepassing bij elk verhaal. Ik zal het m’n dochter van 9 niet aanraden. Die haakt waarschijnlijk snel af. M’n zoon van 10 heb ik het wel aangeraden, hij leest net zoveel als ik vroeger.”

2. Magorian: oorlog

„Vroeger thuis hadden we een video met ”Goodnight Mister Tom”. De verfilming van een boek van de Engelse schrijfster Michelle Magorian. Over een jongetje –William Beech– in de Tweede Wereldoorlog dat een slechte jeugd heeft en vanuit Londen naar het platteland wordt geëvacueerd. Hij komt terecht bij Tom Oakley, een chagrijnige weduwnaar. Maar Mister Tom ontdooit en accepteert het ondervoede jongetje. Er groeit liefde en William krijgt zelfvertrouwen. De beelden van de video zijn me altijd bijgebleven. Toen ik voor mijn studie Engels een scriptie moest schrijven, kwam ik weer bij dit verhaal terecht. Pas toen heb ik voor het eerst het boek gelezen. Weer raakte het me. Ik studeerde in die tijd ook pedagogiek. In dit boek kwamen voor mij alle lijnen bij elkaar: Engels, geschiedenis, kinderen, opvoeding. Het biedt ook een waarheidsgetrouw beeld van de oorlog; heel anders dan ”Snuf de hond”, waarin de oorlog wordt geromantiseerd. Tegelijk shockeert Magorian niet, omdat ze focust op de relatie tussen William en Mister Tom.”

3. Boyd: antwoorden

„In mijn tijd op het gymnasium had ik vragen, over God en het geloof. Dat zit wel in mijn aard, dat ik snel twijfel. Lezen is dan voor mij ook een manier om antwoorden te vinden op vragen, om de raadsels op te lossen. Mijn ouders hadden het boek ”Brieven van een scepticus” in de kast staan. Daarin schrijft de Amerikaanse theoloog Gregory Boyd dertig brieven aan zijn vader, Edward Boyd, die agnost is. Toen ik dat boek las, was ik misschien 14 of 15. Misschien een beetje jong, ja. Maar de brieven van Boyd lieten me zien dat er goede argumenten zijn om te geloven, dat het christendom niet iets raars is. Ik zag tegelijk dat die argumenten niet de doorslag geven. Het gaat uiteindelijk om de relatie met God: dat je leert in liefde met Hem te leven. Ik weet nog dat ik in die tijd contact had met een jongen die ik van de basisschool kende. Zijn vader was overleden en hij had veel vragen. Een aantal keer heb ik met hem zitten bellen met het boek van Boyd op schoot, om hem daaruit dingen aan te reiken.”

4. Lewis: duivelswerk

„Ik ben een liefhebber van C. S. Lewis. Als eerste las ik het apologetische boek ”De sleutel tot het geheim”. En natuurlijk de Narniareeks; die lees ik nu voor aan de kinderen. Toen ik een jaar of 17, 18 was las ik ”Brieven uit de hel”. Daarin laat Lewis duivels optreden, zodat zichtbaar wordt hoe die te werk gaan. Je moet er maar opkomen! Later zijn de Amerikaanse schrijvers Randy Alcorn en Frank Peretti dat thema ook gaan gebruiken. Zo’n boek van Lewis zet aan tot zelfonderzoek. Ik ben daar wel gevoelig voor: graven in jezelf. Kloppen je daden en gedachten wel met wat je gelooft? Zijn je motieven zuiver? Lewis kan dat op een beeldende manier heel scherp analyseren. Die verbeelding in Lewis’ werk is mooi, maar is voor mij ondergeschikt aan de thema’s die hij aansnijdt. Dat doet hij heel scherp en slim. En toch gaat het bij hem uiteindelijk niet om de argumenten. Z’n autobiografie heet niet voor niets ”Surprised by Joy”: het is de vreugde waardoor hij is verrast.”

5. Stott: het kruis

„Het boek ”Het kruis van Christus” van John Stott heeft voor mij emotionele waarde. Ik kreeg het van mijn opa en oma toen ik in de Morgensterkerk in Zoetermeer belijdenis deed. Ik had er overigens zelf om gevraagd. Waarom een meisje van 18 zo’n lijvige studie van deze Engelse evangelicale theoloog wil hebben? Ik had behoefte aan verdieping. Het boek heeft me veel geleerd over de centrale plek die het kruis van Christus inneemt in de Bijbel. In al z’n aspecten: verzoening, rechtvaardiging, genoegdoening. Door zo’n boek word je verrijkt, doordat Stott dingen onder woorden brengt waar je zelf niet bij stilstaat. Nee, ik was destijds niet bezig met de vraag of in Stotts boek arminiaanse trekken zitten en of hij misschien de algemene verzoening leerde. Later kwam ik erachter dat er mensen zijn die dergelijke vragen bij zijn werk stellen. Als ik nu in de winkel zo’n boek zou verkopen –het is nu trouwens niet meer zo in the picture–, zou ik erbij zeggen dat het wel een pittig theologisch boek is. Dat de lezer dus wel wat aan moet kunnen.”

6. Robinson: goede literatuur

„Ik las dat er binnenkort een nieuw boek van Marilynne Robinson verschijnt. Dat wíl ik lezen. De boeken van deze Amerikaanse schrijfster spreken mij aan. Misschien omdat ze laten zien dat nadenken en christen zijn elkaar niet uitsluiten. Het bijzondere van de boeken van Robinson is dat ze uitgesproken christelijk zijn. Terwijl ze in Amerika bij een algemene uitgever verschijnen. ”Gilead” is trouwens in Nederland ook bij De Arbeiderspers uitgekomen. In dat boek schrijft de Amerikaanse dominee John Ames –hij is dan al 76– brieven aan zijn zoontje van 6. Daarin komt naar voren hoe de liefde tot God het alledaagse leven stempelt, juist ook in de kleine dingen. Het is knap hoe Robinson op een aannemelijke manier over het geloof schrijft. Heel anders dan de doorsnee Amerikaanse christelijke roman. ”Gilead” behoort voor mij echt tot de beste christelijke literatuur. Ik zou in Nederland zo geen vergelijkbare schrijver kunnen noemen. Er zitten zoveel lagen in het boek. Zelfs als je het voor de vijfde keer leest, ontdek je weer nieuwe dingen. Wat ook knap is, is dat allerlei personen uit ”Gilead” weer terugkomen in haar latere boeken ”Thuis” en ”Lila””

7. Voskamp: dagelijks leven

„Met ”Duizendmaal dank” van de Canadese schrijfster Ann Voskamp wordt het toch nog praktisch... Het boek heeft me geleerd hoe ik God kan dienen in m’n dagelijkse taak. Dan zit je daar als moeder, met een baby en een peuter op de bank. En Job staat lekker in de winkel... Wat is de betekenis van zo’n klein leventje? Voskamp laat zien hoe je dankbaar kunt zijn met het kleine, het gewone. Hoe je verwonderd kunt kijken naar regendruppels op een boomblaadje. Of neem het speelgoed: je kunt zuchten over de rommel die de kinderen maken. Je kunt ook zeggen: „Dank U voor al dat speelgoed.” Soms gaat Voskamp wel erg ver. Als ze schrijft over Gods aanwezigheid in een zeepbel, haak ik af. Je moet het boek dus wel met onderscheiding lezen. Maar haar boodschap, hoe God in het gewone, alledaagse werkt, heeft mijn leven erg verrijkt.”

---

Rebecca Koppejan-den Hartog

Rebecca den Hartog (1987) werd geboren in Stellendam, woonde vanaf haar 5e in Hoevelaken en verhuisde later naar Zoetermeer. Na het gymnasium aan de Driestar in Gouda deed ze de hbo-opleiding pedagogiek en de lerarenopleiding Engels aan hogeschool de Driestar. Ze was docent Engels aan het Driestar College en werkte bij De Reling in Gouda (hulpverlening aan jongeren). Lange tijd was ze als meelezer werkzaam voor uitgeverij Mozaïek, waarvoor ze manuscripten beoordeelde. Ze is getrouwd met Job Koppejan, met wie ze Boekhandel Smit in Gouda runt. Samen hebben ze vier kinderen, in de leeftijd van 3 tot 10 jaar. Het gezin woont in Gouda en is kerkelijk aangesloten bij de Sint-Jansgemeente.

---

serie

Uit de boekenkast

Mensen uit alle geledingen van de maatschappij vertellen over boeken die invloed hebben gehad op hun leven.