Thriller over doolhof rond Paulus in Leiden

beeld iStock
2

Als de burgemeester van Leiden het startsein voor de bouw van een ondergronds afvalinzamelingssysteem geeft, stort hij met graafmachine en al in de diepte. Onder de stad blijkt een onbekend gangenstelsel te liggen dat door een geheim genootschap wordt gebruikt.

Peter de Haan, docent aan de Universiteit Leiden, wordt in ”Het Pauluslabyrint” van Jeroen Windmeijer tegen wil en dank een speelbal van deze mysterieuze groepering. Nadat De Haan heeft meegemaakt hoe de burgemeester in een onbekende diepte is gevallen, wordt de archeoloog in hem wakker. Met een collega daalt hij nieuwsgierig in het onbekende gangenstelsel af om op onderzoek uit te gaan. Tot hun grote ontsteltenis ligt er een bebloede, halfnaakte jongen.

Het begint De Haan pas echt te duizelen als er een verband blijkt te zijn tussen het tunnelsysteem en de geheimzinnige appjes die hij binnenkrijgt op een gevonden smartphone. Die appjes, die zichzelf steeds na een paar seconden wissen, sporen hem aan tot verder onderzoek.

Ondertussen tikt de teller op de smartphone door. Als De Haan de raadsels niet binnen 24 uur heeft opgelost, heeft hij een probleem. Welke raadsels dat zijn en welk probleem hij dan zal hebben, wordt echter pas in de loop van het boek duidelijk.

Speurtocht

Voor wie niet onbekend is in Leiden, is ”Het Pauluslabyrint” een feest van herkenning. Aan de hand van bekende en minder bekende locaties schetst Windmeijer een herkenbaar en uitnodigend beeld van de universiteitsstad. Lezers kunnen met het boek in de hand de hele route van De Haan volgen. Dat maakt de thriller herkenbaar en intrigerend tegelijk. Het roept de vraag op welke geheimen er allemaal schuilgaan onder de Hooglandse Kerk, de Pieterskerk en het Rijksmuseum van Oudheden.

Al even intrigerend zijn de vele uitstapjes naar eeuwenoude godsdiensten. Windmeijer verwerkt een overweldigende hoeveelheid kennis van het christendom en mystieke godsdiensten tot een spannend en meeslepend verhaal. Uit alles blijkt dat hij zich erg in het christendom en de verhouding met andere godsdiensten heeft verdiept.

Oude wijn

Tegelijkertijd kan juist dat de christelijke lezer tegen de borst stuiten. Windmeijer schetst het beeld dat alle godsdiensten een gemeenschappelijke basis hebben. Centrale elementen uit heidense godsdiensten, zoals de zonnewende en de dood en wederopstanding van een god, worden gelijkgeschakeld met de geboorte, het sterven en de opstanding van Christus. Langzaam maar zeker ontstaat het idee dat het christendom helemaal niet uniek is, maar door een gedesillusioneerde en listige Paulus als oude wijn in een nieuwe zak gepresenteerd.

In de epiloog, met zijn huiveringwekkende beschrijving van een Romeinse theatervoorstelling, prevelt hij de woorden die Jezus sprak tijdens Zijn laatste avondmaal. Deze teksten, en vele andere, zouden echter al eeuwen voor de komst van Jezus zijn terug te vinden in het mithraïsme, een Romeinse soldatengodsdienst.

Ook Windmeijers verklaring voor de roeping van Paulus en zijn doorn in het vlees doen profaan aan. Wie de visioenen van Paulus in het boek leest, kan schrikken van het gemak waarmee er een verklaring wordt gegeven voor onderwerpen die de Bijbel laat rusten.

”Het Pauluslabyrint” is dan ook een boek dat, ondanks de drie bastaardvloeken, aan het denken zet. Dankzij het sterke verhaal, soms met wel erg wijdlopige zinnen, blijven lezers als vanzelf zoeken naar antwoorden op raadsels. Tegelijkertijd vragen de ideeën over het mithraïsme en de visie op Paulus’ rol als apostel om een kritische houding.

De overzichten met geraadpleegde literatuur en websites bieden voldoende aanknopingspunten voor lezers die meer over die theologische vraagstukken willen weten.

Boekgegevens

”Het Pauluslabyrint”, Jeroen Windmeijer; uitg. HarperCollins Holland, Amsterdam, 2017; ISBN 978 94 027 2230 7; 400 blz.; € 19,99.