Tegenstellingen in nazi-Duitsland verdelen gezin en huwelijk

In de jaren 1933-1945 werd een heel volk –keurige mensen allemaal– verblind door een enkele leider: Hitler. beeld German Federal Archive
5

Er is moed voor nodig om de erfenis van je ouderlijk huis naar buiten te brengen, als die erfenis ontluisterend is. Joachim Krause, scheikundige en theoloog, heeft dat wél gedaan. Ook al is het een en al pronazigezindheid wat de klok slaat – op het eerste gezicht.

In ”Onbekende erfenis” brengt Joachim Krause de nalatenschap van zijn ouders en aanverwanten uit brieven en dagboeken ten tijde van nazi-Duitsland (1933-1945) voor het voetlicht. ”Een ontluisterende familie- en oorlogsgeschiedenis” heet het in de ondertitel. En daarmee is alles gezegd.

Het gezin

De auteur laat de geschiedenis beginnen bij Willibald Krause, natuurkundeleraar in de regio Nedersaksen, al in 1933 lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). In het boek gaat het vooral om zijn twee zoons: Christian (de vader van de schrijver) en diens broer Helmut.

Christian wilde al vroeg predikant worden, ging theologie studeren in Leipzig, onderbrak de studie vanwege geloofstwijfel maar vatte deze toch weer op. Hij trouwde met Margarete Liebelt, dochter van een arts, wier foto omgeven door een keurig gezin in het boek staat afgedrukt. Ook (groot)vader Liebelt had zich al in 1933 bij de NSDAP aangesloten. Margarete zelf was tot de ineenstorting van het Duitse Rijk in mei 1945 „een vurig aanhangster van het nationaal-socialistische gedachtegoed en overtuigd van de uiteindelijke overwinning.”

Christian daarentegen sloot zich in Erlangen aan bij de Bekennende Kirche, die positie koos tegenover de nazigezinde zogeheten Duitse Christenen. Hij nam, „zeer tegen de zin van zijn bezorgde ouders”, deel aan acties waarin kritiek werd geuit op het nationaalsocialisme. Nochtans wordt hij in het boek niet als ‘verzetsheld’ opgevoerd. Hij zocht meer naar een manier om zijn christelijk geloof in overeenstemming te brengen met de „dynamiek van de nationaalsocialistische nieuwe tijd.”

En ten slotte broer Helmut. Hij sneuvelde in oktober 1941 in de slag bij Warschau als „een enthousiast soldaat en een fanatiek voorvechter van de nationaalsocialistische ideeën.”

Kist met brieven

Na het overlijden van zijn ouders onthulde Joachim Krause samen met zijn broer en zuster de inhoud van een kist vol krantenknipsels, brieven, dagboeken en notitieboekjes. Al spoedig bleek hun dat de inhoud meer dan alledaagse dingen bevatte, hoewel ook die niet ontbraken. Hun ouders en oom Helmut hielden er een uitgebreide briefwisseling op na, waarin ze hun visie op het nationaalsocialisme verwoordden.

Grootmoeder Krause (de moeder van Christian en Helmut) deed ook haar duit in het zakje. Ze trachtte enerzijds zoon Christian over zijn geloofstwijfels heen te helpen. In een lange brief probeerde ze hem te overreden om toch vooral de studie theologie voort te zetten. Maar anderzijds drong ze er niet minder bij hem op aan bij het nationaalsocialistische gedachtegoed te blijven.

Hetzelfde geldt voor de briefwisseling tussen Christian en Margarete, die overigens pas in 1943 in het huwelijk traden. De jaren erna diende Christian in het leger en tot het einde van de oorlog zagen ze elkaar slechts twee keer, tijdens een verlof.

Grootse dagen

Ik kan het boek het best typeren door enkele citaten weer te geven. Het begint met een kerstgroet van een oom en tante aan Margarete uit 1924: „Het is heerlijk in een tijd te leven die de mensen voor grote opgaven stelt. Adolf Hitler. Vrolijk Kerstfeest.”

Helmut aan Christian in 1939: „Ikzelf heb deze grootse dagen grootse dingen beleefd. Ik ben trots en gelukkig dat ik zo actief heb kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van het grootste volk ter aarde. (…) Weet je dat je je bestaan alleen dankt aan het feit dat je voorvaderen ooit meedogenloos andere volken hebben verdrongen die cultureel lager stonden of die geestelijk of lichamelijk in verval waren?”

En Margarete aan Helmut in 1939: „Morgen spreekt Hitler de Rijksdag toe. Ja, het is een tijd, zo groot, dat we het haast niet kunnen bevatten, of beter gezegd: niet kunnen begrijpen hoe groots hij is. Ik weet maar één ding en dat is dat ik altijd onvoorwaardelijk achter Hitler zal staan, wat er ook moge gebeuren.”

Taak van de kerk

Christian schrijft echter aan Helmut in 1938: „Ik kon niet anders dan mij voorstellen hoe Jezus Christus in mijn plaats naar de tocht van de Führer door Leipzig zou hebben gekeken. (...) Eerst zou hij Hitler prijzen omdat hij zijn beroep met overgave vervult. (…) Maar daarna zou Hij ook iets anders tegen hem moeten zeggen: U smeekt de Almachtige of het lot steeds om zegen. Waarom vraagt u het Mij niet? Waarom leest u het niet na in de Bijbel of laat u het zich vertellen door degenen die Mij gezien hebben? (…) De staat mag van de kerk niet eisen dat zij propaganda maakt voor het nationaalsocialisme. Ze heeft haar eigen taak, namelijk het Duitse volk verkondigen dat Christus de Zoon van God is. Dat moeten vooral de Duitse Christenen goed in hun oren knopen.”

Christian aan Helmut in 1939: „Waarom staat de christelijke tegenover de succesvolle nationalistische levensbeschouwing? Omdat de laatste de grondslag mist die hij nodig heeft; de christelijke God.”

Christian aan Margarete: „Lieve lieverd, (…) Jij komt zo op voor het nationaalsocialisme en ziet achter al het sombere zoveel zon dat ik het haast niet over mijn hart kan verkrijgen er weer nieuwe wolken voor te schuiven. (…) Gisteren heb ik me over een paar pagina’s met uitspraken van de Führer gebogen. Alles, ook de norm voor goed en kwaad, is toegesneden op het Duitse volk.”

En ten slotte vader Krause bij de dood van zijn zoon Helmut: „Veel liever gestreden en eenzaam gestorven, dan vrijheid verloren en ziel bedorven.”

Luther

Om nu te zeggen dat deze enkele citaten tot meer lezen moeten uitnodigen is een gotspe. Daarvoor is het allemaal inderdaad te ontluisterend. Wel wordt duidelijk hoe de tegenstellingen in nazi-Duitsland dwars door een gezin en zelfs een huwelijk konden heenlopen. Hoe waren velen verblind door de machtsaspiraties van een Führer, aanvankelijk louter omdat hij uitzicht beloofde na de ‘vernedering’ die Duitsland onderging na de Eerste Wereldoorlog. Hij sleepte het Duitse volk ook mee in Jodenhaat. Van tijd tot tijd werd daartoe door hem helaas, zoals in sommige fragmenten ook blijkt, Luther geciteerd. Christian was echter resoluut als het ging om de onderkenning van en afschuw van de Jodenmoord.

Zo’n boek als dit laat zien hoe een volk –keurige mensen allemaal– verblind kan raken door een enkele demagogische leider. We zijn gewaarschuwd voor nationalisme waarin het volk absolute (meer)waarde krijgt. Tolle lege!

Boekgegevens

”Onbekende erfenis. Een ontluisterende familie- en oorlogsgeschiedenis in dagboeken en brieven 1933-1945”, Joachim Krause; uitg. Meulenhoff, Amsterdam, 2018; ISBN 978 90 023 1089 4; 544 blz.; € 29,99.