Sterven als opstanding tot het eeuwige leven

De wereldwijd vermaarde Duitse theoloog Jürgen Moltmann heeft binnen zijn omvangrijke oeuvre ook veel geschreven over de eschatologie, het hoofdstuk uit de geloofsleer dat aan de toekomst is gewijd. Zijn bekendste werk is de ”Theologie der Hoffnung” (1964). Nu hij inmiddels op hoge leeftijd is gekomen (hij is geboren in 1926) heeft hij opnieuw zijn gedachten laten gaan over het leven na dit leven. In 2016 overleed zijn geliefde vrouw Elisabeth en deze ingrijpende verlieservaring heeft bij Moltmann geleid tot wat hij zelf een „perspectiefwisseling” noemt.

Heilsfeit

Eerder vond hij het te individualistisch om expliciet stil te staan bij de vraag hoe het direct na het sterven zal zijn en richtte hij zich veel liever op de brede horizon van het Koninkrijk Gods. Nu echter acht hij het wel degelijk belangrijk om aandacht te vragen voor troost en hoop bij sterfbed en graf, alsook in de verwerking van het verdriet om de geliefden die ons ontvallen zijn. Het gaat hem daarbij niet zozeer om een ars moriendi (stervenskunst) als wel om een ars resurgendi (de kunst van het opstaan tot een nieuw leven).

De basis voor de hoop over de doodsgrens heen ligt in de opstanding van Christus. Moltmann belijdt dit heilsfeit onverkort en schrijft een goed hoofdstukje over „het lege graf” als historisch feit. Met recht geeft hij aan dat de discipelen zich met hun boodschap van Jezus’ opstanding in Jeruzalem belachelijk hadden gemaakt als het graf in de hof van Jozef van Arimathea niet werkelijk leeg was geweest.

Tegelijkertijd wijst hij ook nu, zoals in eerdere werken van zijn hand, de lichamelijke opstanding op de jongste dag af. Hij ziet wat bijvoorbeeld de apostel Paulus daarover schrijft als apocalyptische voorstellingen waaraan we als hedendaagse gelovigen niet meer gebonden zijn.

Daartegenover stelt hij zich –in navolging van rooms-katholieke dogmatici als Karl Rahner en Gisbert Greshake– de opstanding voor als iets wat direct na het sterven plaatsvindt. Vandaar de titel ”Auferstanden in das ewige Leben”: wanneer het menselijk lichaam gestorven is, is de ”ziel”, in de zin van het eigenlijke leven van de overleden mens, bij God en wordt daar bekleed met een nieuwe lichamelijkheid zoals Jezus die ook heeft sinds de paasmorgen. Het lichaam dat tot ontbinding overgaat, heeft volgens Moltmann geen toekomst meer. Het is in deze visie niet zo dat lichaamloze zielen in de hemel nog moeten wachten op de komende opstandingsdag. Vandaar dat hij voorstelt om op de graven van onze overledenen hun geboortedag én hun opstandingsdag (namelijk hun sterfdag!) te vermelden. Zodra ik gestorven ben, ben ik niet dood, maar opgestaan tot het eeuwige leven bij God.

Katholieke belijden

Op deze wijze doet Moltmann echter geen recht aan belangrijke delen van de nieuwtestamentische verkondiging en buigt hij af van het katholieke belijden van de Kerk der eeuwen. Dat houdt immers in dat op de jongste dag de graven worden geopend en de lichamen van alle mensen herrijzen tot eeuwige heerlijkheid óf tot eeuwig afgrijzen. Verder betoont Moltmann zich opnieuw een aanhanger van het heilsuniversalisme: het komt volgens hem uiteindelijk eeuwig goed met alles en iedereen. Gods oordeel ziet hij als een tijdelijke loutering en niet als een eeuwig doemvonnis.

Wie met onderscheiding kan lezen, vindt in dit boekje menige waardevolle gedachte. Vanuit gereformeerd gezichtspunt zijn er echter fundamentele bezwaren. Moltmann is een theoloog om kritisch mee in gesprek te blijven.

Auferstanden in das ewige Leben. Über das Sterben und Erwachen einer lebendigen Seele, Jürgen Moltmann; uitg. Gütersloher Verlagshaus; 110 blz.; € 12,00