Sociale media als dotterbehandeling voor de kerk

Digitale media
Beeld RD RD
2

De kerk kan sociale media niet negeren. Netwerken zoals Facebook en Twitter bieden kansen om onkerkelijken te bereiken en de gemeente te bouwen, betogen protestantse en rooms-katholieke ervaringsdeskundigen in hun boek ”De sociale netwerk kerk”.

Onze maatschappij is veranderd in een netwerksamenleving. De kerk is niet langer het vanzelfsprekende cement dat mensen met elkaar verbindt. Jongeren hebben nauwelijks nog iets met het instituut kerk. Daarom bieden sociale media uitgelezen kansen om als kerk naar buiten te treden en mensen (opnieuw) te bereiken of juist vast te houden.

Gemeenteopbouw, evangelisatie en zelfs pastoraat: het kan én het gebeurt via sociale media. Daarbij is het verstandig niet over één nacht ijs te gaan. Verschillende auteurs, onder wie hervormd predikant Jan Holtslag en priester Anton ten Klooster, geven onder redactie van docent sociale media Robin Effing tal van handvatten om aan de slag te gaan met Facebook, Twitter, LinkedIn en andere netwerken.

Ze beschrijven valkuilen en succesfactoren, geven een aanzet tot een strategisch stappenplan en zelfs een rekenmodel om het effect van sociale media achteraf te meten. Ook gaan ze in op het –spaarzame– wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Aangevuld met een tweetal casestudies bevat het boek praktisch materiaal te over voor kerkelijke gemeenten die worstelen met de vraag of, en zo ja hoe ze zich op sociale media moeten wagen.

En wie kan hen beter over de streep trekken dan de succesvolle rooms-katholieke mediapriester Roderick Vonhögen uit Amersfoort? In een uitgebreid interview deelt hij zijn ervaringen en beschrijft hij hoe hij er via sociale media in slaagt verbindingen te leggen met gelovigen en niet-gelovigen over de hele wereld.

Op de vraag of nieuwe media wel bij het eeuwenoude instituut van de kerk passen, zegt Vonhögen: „Je kunt de communicatielijnen vergelijken met de bloedtoevoer naar het hart van de kerk. Naar Christus. Ik vind sociale media een fantastische dotterbehandeling voor de kerk, om al die verkalkte communicatiekanalen weer eens goed door te prikken.”

Het enthousiasme werkt aanstekelijk, maar het is wel jammer dat de mogelijkheid om als kerk juist níét actief te zijn op sociale media voor de meeste auteurs eigenlijk geen optie is. Terwijl daar ook valide argumenten voor aan te voeren zijn. Fysieke ontmoeting en Woordverkondiging dienen immers centraal te staan. Het streven naar een ”sociaal koninkrijk”, waar Effing mee afsluit, zal menigeen nogal ambitieus in de oren klinken.

Er zijn nog altijd kerkelijke gemeenten die niet eens een website hebben. Laat staan dat ze hebben nagedacht over de inzet van sociale media. Toch zouden ook zij kennis moeten nemen van dit boek. Met name jongeren begeven zich met het grootste gemak in twee werelden: die van de zondag, en die van doordeweeks waarin ze 24 uur per dag bereikbaar zijn en heel hun leven –óók hun levensvragen– delen op sociale media.

Ze vormen online allerlei verbintenissen en ontdekken nieuwe gemeenschappen. Hun wereld is grenzeloos. Het gevaar dat hun kerkelijke gemeente daardoor naar de marge wordt gedrongen is reëel. Investeren in jeugdwerk is cruciaal voor de toekomst van de gemeente. En dan is een (besloten) groep op Facebook, waar catechisanten elkaar ontmoeten en de drempel om hun geloofsvragen te delen lager is dan in de fysieke wereld, helemaal zo gek nog niet.


De sociale netwerk kerk. De verbindende kracht van Facebook, YouTube, Twitter en LinkedIn, Robin Effing (red.);
uitg. Kok Utrecht, 2013, ISBN 978 90 43521 406; 192 blz.; € 17,50.