Snowden over het gevaar van de staat die privacy maar lastig vindt

Via videoverbinding geeft Edward Snowden regelmatig vanuit Moskou lezingen elders op de wereld. Foto: bijdrage aan bijeenkomst van de Raad van Europa in Straatsburg.  beeld AFP, Frederick Florin
2

Of Edward thuis was, vroeg de man aan de telefoon. Mevrouw Snowden beet haar tienerzoon toe: „Wat heb je gedaan?” Nou niets, alleen een beveiligingslek ontdekt bij het nucleaire hoofdkwartier.

Edward Snowden (1983) was onafscheidelijk met zijn computer. Dag en nacht zwierf hij over de nieuwe wereld die bezig was uit te groeien tot internet. Roken en drinken deed hij niet, maar hacken wel. Zo drong hij binnen bij het atoomcentrum van de Verenigde Staten en kon hij bij persoonlijke gegevens van medewerkers. Via een mailtje meldde hij wat er fout zat, maar hij kreeg geen reactie. Toen hij het telefonisch probeerde, kreeg hij een antwoordapparaat. Maanden later belde iemand terug, die het risico onderkende.

Dat voorval beschrijft Edward Snowden in zijn boek ”Onuitwisbaar” waarin hij voor het eerst zijn verhaal vertelt. In de jaren negentig was iedereen nog goedgelovig als het ging om veiligheid op het web. Dat laatste geldt trouwens voor de meeste mensen nog steeds.

Als kind wilde Edward eens een brief voor zijn vader openen. Zijn moeder tikte hem op de vingers en zei dat dat een „federaal misdrijf” was. Het briefgeheim illustreert voor Snowden de vanzelfsprekendheid van privacy. Iedereen heeft een persoonlijke ruimte waar niemand –ook de staat niet– zonder toestemming mag binnenkomen. Een dictatuur leest alle post en luistert telefoontjes af. Maar een rechtsstaat erkent dat dit alleen in noodsituatie mag.

Toen Edward als systeembeheerder begon bij de Amerikaanse inlichtingendiensten CIA en NSA, zag hij dat de praktijk anders was. Met het excuus van terreurbestrijding verzamelde de NSA alle gegevens over iedereen die ooit maar online was geweest. Zodra iemand een smartphone heeft, is bekend wat zijn bedtijden zijn, waar hij uithangt en met wie hij contact heeft. Dat levert zogeheten metadata op, die een zeer scherp profiel van iemand geven.

Volgens Snowden probeerde de NSA deze gegevens van vrijwel alle mensen ter wereld op te slaan en te doorzoeken. Dus toen een ingenieur uit Indonesië een brief schreef aan een universiteit in Iran, kwam er een sterretje bij zijn naam. Snowden kreeg opdracht verder op hem in te zoomen. Via de webcam zag hij hem zitten met zijn zoontje op schoot en hoorde hij alles wat ze zeiden. Totdat de ingenieur recht in de webcam keek en het leek of hij de NSA-man kon zien. Snowden voelde zich betrapt.

Naaktfoto

De hoeders van de Amerikaanse veiligheid werden in de digitale tijd niet belemmerd door het briefgeheim. Zonder enige gêne snuffelden ze in smartphones en computers. Zodra iemand een naaktfoto aantrof, toonde hij die trots aan zijn collega’s.

Voordat Snowden betrokken was bij de daadwerkelijke spionage, had hij als systeembeheerder in geheime documenten al over de bulkvergaring gelezen. Tegelijk las hij echter in de krant dat de regering-Obama ontkende dat de NSA gegevens „verwierf.” Wat bleek? De NSA beschouwde het verzamelen niet als „verwerven” in juridische zin; dat begon pas zodra deze gegevens actief werden nagezocht.

Zo werd de wet omzeild. Maar volgens Snowden was Amerika gelijk geworden aan China. Congresleden van de oppositie konden gewoon worden gevolgd; rechters konden hun vonnis alleen nog geheimhouden door het met de hand te schrijven en er nooit over te telefoneren.

In het diepste geheim kopieerde Snowden documenten en smokkelde ze versleuteld mee naar huis. In ”Onuitwisbaar” vertelt hij hoe lastig dit was. Lezen en kopiëren kan immers nauwelijks zonder sporen na te laten. Bovendien kon hij het NSA-gebouw niet in of uit zonder door een detector te gaan. Hij werkte met mini-SD-kaartjes, die hij in zijn mond of in zijn sok verstopte.

In het geheim legde hij contact met twee journalisten van The Guardian en The Washington Post. Met contant geld kocht hij een ticket naar Hongkong, waar hij met de journalisten afsprak. Daar was hij een week lang met de journalisten bezig voordat ze in juni 2013 de artikelen schreven die de wereld schokten. Obama had Bush bekritiseerd omdat die zonder reden telefoongesprekken tapte, maar schond hij nu zelf het briefgeheim? En waarom werd Merkel afgeluisterd?

De autoriteiten hadden jarenlang de staat beschermd, in plaats van de burgers. Tegen hen die zeggen dat ze „toch niets te verbergen” hebben, zegt Snowden dat je er zodoende mee instemt dat je in de toekomst nooit meer dissident kunt zijn. Hij snapt niet dat mensen die altijd nog de wc-deur achter zich dichttrekken, toch hun privacy laten kapen, inclusief hun liefdesmails en gezinsfoto’s.

Uiteraard was direct duidelijk dat Snowden achter de onthullingen zat. Op een tussenlanding in Moskou, onderweg van Hongkong naar Ecuador, merkte hij dat zijn paspoort was ingetrokken. Hij had geen andere keus dan in Rusland te blijven. Daar zit hij nu nog altijd. Zijn Amerikaanse vrouw Lindsay, die hij nooit iets had verteld, is in 2014 bij hem ingetrokken.

Anarchist

”Onuitwisbaar” is een mooi geschreven verhaal van iemand die veel in het nieuws is geweest. Vooral belangrijk is de motivatie die hij geeft. Anders dan Julian Assange van WikiLeaks is Snowden geen anarchist die eigenlijk vindt dat de overheid niet hoort te bestaan. Snowden is een klassieke Amerikaanse democraat. In een dictatuur gunt de staat rechten aan de burgers; in een democratie gunt de burger rechten aan de overheid. Wetten zijn er om de (over)macht van de staat in te tomen. Een overheid die zonder toestemming de staatsvrije ruimte betreedt, overtreedt dus de wet.

Daarmee heeft dit boek dus iedereen iets te zeggen die de democratie het beschermen waard vindt.

Boekgegevens

Onuitwisbaar, Edward Snowden; uitg. Balans; 380 blz.; € 24,99