Samuel Wells: putten uit Gods overvloed

Samuel Wells: „God bederft onze plannen, verstoort onze verwachtingen en keert onze strak georganiseerde wereld ondersteboven.” beeld Wikimedia
2

Wat een vreugde blijft het om Samuel Wells te lezen. Al heeft Wells, pastor van St Martin-in-the-Fields in Londen, een boekenplank volgeschreven, de opstellen, lezingen en preken die zijn samengebracht in ”Hoe zullen we leven?” brengen mijn potlood nog altijd in beweging.

Het schiet uit om rake observaties te onderstrepen, memorabele uitspraken te markeren of uitroeptekens in de marge te plaatsen. Wells lezen is een feest voor hart en hoofd tegelijk.

Die vreugde zit allereerst in wat een beroemde Fransman ”het plezier van de tekst” noemde. Wells kan schrijven: hij weet hoe hij een moeilijk onderwerp met een goed gekozen verhaal kan introduceren of waarom een dosis Britse zelfspot helpt om zijn boodschap over te brengen – vooral als die boodschap uitdagend of ongemakkelijk is.

Wells’ creativiteit is een andere bron van vreugde. Net als Stanley Hauerwas, zijn Amerikaanse inspiratiebron, is Wells een tegendraadse theoloog. Met enige voorliefde neemt hij onconventionele standpunten in of legt hij onvermoede verbanden. Als Wells aankondigt vier lessen over ouder worden te gaan ontlenen aan Simeon en Hanna (Lukas 2), dan vraag je je als lezer gespannen af: hoe gaat hij dit doen?

Beheersing

Op nog twee andere manieren laat het hoofdstuk over ouder worden zien waarom vreugde een kernbegrip in Wells’ boeken is. Zoals vrijwel alle teksten in het boek wil dit hoofdstuk een uitweg bieden uit een hardnekkig dilemma. In het geval van ouderdom is dat, volgens Wells, de neiging om veroudering te maskeren (proberen er zo jong mogelijk uit te zien) óf te verstoppen (in een tehuis voor bejaarden, „zodat de rest van de samenleving de illusie van eeuwige jeugd hoog kan houden”).

Beide opties gaan uit van de gedachte dat een écht mens jong, krachtig en gezond is. Beide komen voort uit een verlangen naar beheersing van het leven, het lichaam en de tijd. Terwijl volgens Wells niets zo kenmerkend voor het Evangelie is als het bevrijdende nieuws dat niet de mens, maar God ”in charge” is – dat Hij de levensadem geeft en dat zowel jeugd als ouderdom dus een geschenk uit Zijn hand is.

Dit brengt me bij de laatste, meest fundamentele dimensie van vreugde in Wells’ theologie: het zich verblijden in de Heere waarover Paulus in de Filippenzenbrief schrijft. „Wat als vroomheid zou betekenen dat we de dingen opzijschuiven waar de wereld een schrijnend tekort aan heeft, en ons aan de dingen vastgrijpen die God ons in overvloed aanbiedt?” Keer op keer laat Wells zien hoezeer mensen, ook in de kerk, in de greep van schaarste kunnen zijn. Hadden we maar meer tijd, geld, gezondheid, geloof, vrijwilligers, kerkgangers enzovoort!

Wells daarentegen wil consequent denken vanuit de rijkdom van Gods genade. Wat telt is niet de schaarste van mensen, maar Gods overvloed – Zijn goedertierenheid, die elke morgen nieuw is. De vraag is dus niet: Waaraan ontbreekt het oudere mensen? Maar: Wat ontvangen zij van God aan wijsheid, inzicht, geduld of geloof, en wat kunnen jongeren daarvan leren?

Leven vanuit overvloed heeft wel een scherp randje. Wat God geeft, is niet altijd wat mensen vragen. „Wij willen God gebruiken als een van de stukken die we naar eigen goeddunken op ons schaakbord kunnen verplaatsen”, stelt Wells. „Maar God leent zich daar niet voor. God bederft onze plannen, verstoort onze verwachtingen en keert onze strak georganiseerde wereld ondersteboven.”

Verstoring

”Hoe zullen we leven?” biedt geen uitgewerkte theologie van schaarste en overvloed. Het legt niet uit wat ”living out of control” betekent –ook voor Hauerwas en Rowan Williams hét kenmerk van een christelijk leven– en gaat nauwelijks dieper in op Gods verstoring van menselijke verwachtingen. Veeleer laat het boek aan de hand van concrete casussen zien wat leven uit Gods overvloed zou kunnen betekenen voor thema’s zoals het huwelijk, handicaps en hulp bij zelfdoding. De bundel dus biedt geen academische theologie, maar een „christelijke kijk op actuele thema’s”, qua genre laverend tussen preek en opinieartikel.

Enerzijds is ”Hoe zullen we leven?” daarmee een perfecte introductie tot Samuel Wells: geen andere titel van de Britse theoloog leent zich beter voor vertaling van deze. Anderzijds kan ik mij voorstellen dat deze vertaling mikt op lezers die met Wells willen kennismaken – niet op lezers die een boek over dementie, oecumene en moslimextremisme zoeken. Zou zo’n kennismaking met Wells dan niet gebaat geweest zijn bij iets meer achtergrondinformatie? Ik had graag een redactionele inleiding gelezen die een paar rode draden door de hoofdstukken had aangewezen en deze had gesitueerd in het geheel van Wells’ theologie (vooral in relatie tot ”Improvisation: The Drama of Christian Ethics”, het zeer lezenswaardige boek waarin Wells zijn theologie van schaarste en rijkdom grondig uiteenzet).

Homoseksualiteit

Dat niet elk hoofdstuk in ”Hoe zullen we leven?” even overtuigend is, hoeft nauwelijks te worden gezegd. De opstellen over sociale media en de Europese Unie stelden mij teleur, omdat Wells met deze ingewikkelde thema’s wel érg snel klaar is. Daarentegen vind ik het hoofdstuk over homoseksualiteit –de langste en ingewikkeldste bijdrage aan deze bundel– de meest tot nadenken stemmende tekst over dit onderwerp die ik sinds Richard Hays’ ”The Moral Vision of the New Testament heb gelezen”. (Wells’ conclusies zal ik niet verklappen. Wat telt is niet zijn ”positie”, maar het niveau waarnaar hij de discussie probeert te tillen.)

”Hoe zullen we leven?” is, kortom, een vreugdevol én tot bezinning uitnodigend boek.

Boekgegevens

”Hoe zullen we leven? Christelijke kijk op actuele thema’s”, Samuel Wells (vert. Carola van der Kruk-de Boer); uitg. Boekencentrum, Utrecht, 2018; ISBN 978 90 239 5224 4; 248 blz.; € 21,99.