Rubens in de schildersweegschaal

”Leeuwenjacht”, ca.1621, Peter Paul Rubens. Collectie Alte Pinokothek München
3

De kunstschilder Roger de Piles (1635-1709) ontwikkelde een ”schildersweegschaal”. Elke kunstenaar kreeg zijn eigen gewicht. Boven aan de lijst, op een gedeelde eerste plaats met Raphaël, prijkte Peter Paul Rubens. Een van de beste schilders ter wereld dus. Daar valt wel wat voor te zeggen, maar evenveel tegen in te brengen. In ieder geval was Rubens zijn gewicht in goud waard.

De Duitse hoogleraar middeleeuwse en moderne kunstgeschiedenis Nils Büttner (1967) schreef biografieën over Jeroen Bosch, Johannes Vermeer en Rembrandt van Rijn die in het Nederlands werden vertaald. Zijn boek over Peter Paul Rubens –dat al in 2007 verscheen– is nu ook in het Nederlands op de markt gebracht.

In de levensbeschrijving van Rubens zie je de oude geschiedenislessen van de middelbare school weer voorbijtrekken. En dat is ook de grootste verdienste van Büttners boek. Hij schildert Rubens in zijn tijd en omgeving. Dat waren (later) vooral de kringen van rijken, machtigen en intellectuelen. De mensen uit de sloppen en stinkende steegjes blijven ver weg. Maar wat hadden zij met kunst, zijde en sieraden? Bed en brood waren al nagenoeg onbereikbaar.

Antwerpen

Of Rubens in Antwerpen is geboren (28 juni 1577) valt te betwijfelen. Over het belang van deze stad voor Rubens is iedereen het eens. En andersom is Rubens van grote betekenis voor de stad. Het Rubenshuis aan de Antwerpse Wapper ontvangt jaarlijks zo’n 200.000 bezoekers, niet de minste attractie in Antwerpen dus.

Enkele jaren voor de geboorte van Peter Paul ontvlucht zijn van calvinisme verdachte vader Jan de stad. Hij vestigt zich eerst in Keulen, daarna in Siegen. Keulen is er trots op; tegen de gevel van de Ratsturm staat een beeld van Peter Paul Rubens, in het bonte gezelschap van Joost van den Vondel, keizer Augustus, Karl Marx en Heinrich Böll. De stad Siegen wist het geboortehuis van Peter Paul aan te wijzen: Burgstrasse 10. Wist; helaas trok de Tweede Wereldoorlog zijn sporen in Siegen, zeker ook in de Burgstrasse. Daar valt dus niet veel meer te zien.

Hogere kringen

Het gezin verhuist in 1578 terug naar Keulen. Na de dood van vader Jan vertrekt moeder Maria Pypelinckx met haar drie kinderen naar Antwerpen. De jongste, Peter Paul, verblijft van jongs af aan in de hogere kringen. Voor hem lijkt een politieke carrière vanzelfsprekend. Maar de getalenteerde Rubens kiest voor het in zijn kring geminachte handwerk en wordt schilder.

Onder een drietal leermeesters van goede naam wordt de jonge Peter Paul in 1598 opgenomen als meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Verder valt er weinig met zekerheid te melden over de beginnende carrière van Rubens. Over de rest van zijn leven des te meer. Er is een enorme hoeveelheid kunstwerken, brieven, documenten, verklaringen van hem overgeleverd, aangevuld met veel gissingen en vermoedens.

Peter Pauls levensweg voert in ieder geval naar het Italiaanse Florence en Rome. De volgende halte is het Spaanse Madrid, waar hij aan het hof verblijft, niet alleen om te schilderen maar vooral vanwege een diplomatieke opdracht. De Nederlanden blijven echter trekken en in 1608 vestigt hij zich in Antwerpen, waar hij trouwt, kinderen krijgt en als schilder ongekend beroemd wordt. In 1626 ontvalt hem zijn vrouw Isabella Brant. Een klap voor Rubens, want zij bezat „geen enkele vrouwelijke ondeugd. (...) Tijdens haar leven was zij om haar deugden bemind en na haar dood beweend door iedereen.”

Lichaamsvormen

Rubens schildert vooral portretten en altaarstukken en veel Bijbelse en mythologische voorstellingen, meestal in opdracht van kerk of adel. Gaandeweg maakt zijn oriëntatie op de klassieke oudheid plaats voor de stijl van de Italiaanse kunstenaars van de renaissance. Lichaamsvormen –gespierd of juist niet– weet hij in alle directheid weer te geven. In zijn composities is Tintoretto terug te vinden, in het gebruik van de warme kleuren kunnen de gedachten uitgaan naar Titiaan.

Zoals gebruikelijk in die tijd maakt Rubens school, door in zijn atelier veel assistenten in dienst te nemen. De schilder verzorgt zelf het eerste ontwerp, zijn assistenten bouwen het ontwerp uit, waarna Rubens het ‘aflakt’. De meeste Vlaamse kunstenaars van de vroege zeventiende eeuw leren hun manier van werken van Rubens.

Hofleven

Rubens is in de eerste plaats belangrijk vanwege zijn kunstenaarschap en de geweldige collectie kunst die hij de wereld nalaat. Daarnaast is zijn leven –achteraf gezien– interessant omdat het nauw verbonden is met het hofleven van de West- en Zuid-Europese koningshuizen. Nagenoeg alle bekende namen komen in zijn levensverhaal terug, van de ‘Italiaanse’ Medici, Spaanse Filipsen en Bourbons, de Engelse Hendrikken en Karels tot de Hollandse Willem van Oranje. Althans, diens vrouw Anna van Saksen van wie Rubens’ vader een poosje secretaris is.

Daartussendoor lopen pausen en kardinalen als Gregorius I en Richelieu. En vanzelfsprekend Rubens’ voorlopers, tijdgenoten, leerlingen en navolgers. Mannen als Caravaggio, Huijgens, VanDijck, Jordaens en Rembrandt.

Büttners boek is niet dik, zo’n 160 bladzijden. Het geeft ook geen opzienbarend nieuwe inzichten. Het is compact geschreven, Büttner heeft niet veel woorden nodig. Er staan niet overweldigend veel foto’s in; een katern van zestien pagina’s met afbeeldingen op wit, glanzend papier. Allemaal redenen om het juist wel te kopen. Want het boek biedt in een notendop Rubens en de Europese historie van de vroege zeventiende eeuw. Eén vraag blijft hangen. Waarom moet het tien jaar duren voordat een dergelijk boek vertaald wordt?

Boekgegevens

Rubens. De schilder van mythen en goden, Nils Büttner; uitg. Meulenhoff, Amsterdam, 2017; ISBN 978 90 290 9235 7; 168 blz.; € 17,99.