Roman geeft oorlogstrauma een gezicht

Nuri en Afra Ibrahim, de hoofdpersonen in ”De bijenhouder van Aleppo”, verlaten de gebombardeerde stad pas als uitstel niet langer mogelijk is. Aleppo is een stad in het noordwesten van Syrië, vlakbij de Turkse grens. Het is een van de oudste steden ter wereld. beeld EPA, Aleppo Media Center
2

De beslissing om te vluchten zo lang mogelijk uitstellen, tot het wel moet. Weggaan. Alles verliezen. Alleen nog herinneringen hebben. En dan toch de hoop houden op betere omstandigheden, ooit. Het indringende boek ”De bijenhouder van Aleppo” laat haarscherp zien wat het betekent om een vluchteling te zijn.

Aleppo is een spookstad geworden, vergeven van stof. De bijenkorven van imker Nuri Ibrahim zijn in brand gestoken door de rebellen. Bijna iedereen is de stad ontvlucht, maar Nuri en Afra Ibrahim, de hoofdpersonen in ”De bijenhouder van Aleppo”, zijn er nog. Afra wil niet weg, omdat ze de plek waar haar zoontje Sami is omgekomen bij een bombardement niet wil verlaten. Pas als Nuri gedwongen wordt zich bij het leger aan te sluiten, besluit het echtpaar te vluchten.

Na een lange en gevaarlijke reis door Europa belanden ze in een bed & breakfast aan de Engelse kust. Terwijl ze in afwachting zijn van de asielprocedure, blikt Nuri in de roman terug op de gevaarlijke reis.

Wie het nieuws volgt, kent de verhalen over boten vol vluchtelingen, tentenkampen en mensensmokkelaars. Maar dit verhaal geeft de massa vluchtelingen een persoonlijk gezicht. Niet verwonderlijk, want schrijver Christy Lefteri heeft twee jaar als vrijwilliger bij een vluchtelingenopvang in Athene gewerkt. De verhalen die ze daar hoorde, heeft ze indirect in deze roman verwerkt. Ze gaan over de machteloosheid die Nuri voelt als een smokkelaar hem financieel afzet. Hij kan er niets aan doen, want hij is van de man afhankelijk voor een veilige overtocht. Ze gaan over de angst van de blinde Afra, die in een rubberboot de oceaan over moet, terwijl ze niets ziet en niet kan zwemmen. Ze gaan over de frustratie van het wachten op papieren, de bureaucratie en de absurde vragen die aan Nuri en Afra worden gesteld tijdens het asielgesprek om te testen of ze echt uit Syrië komen. „Wat is de actuele situatie in uw land?”

Illusie

Als lezer kom je er al snel achter dat Nuri en Afra lijden aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Zo komt Nuri in de achtertuin van de bed & breakfast een jongetje tegen. De jongen, Mohammed, vergezelde hem ook tijdens de reis. Mohammed bestaat niet, maar is een verzinsel van zijn eigen brein om het trauma van het verlies van zijn zoon beter te kunnen verdragen. „Soms doen wij mensen dat – een illusie scheppen die zo krachtig is dat we niet verdwalen in de duisternis.”

Afra sluit zich op in zichzelf. Ze praat niet of nauwelijks met haar man en verliest zich in haar herinneringen aan een Syrië van voor de oorlog.

In hun peilloze verdriet groeit het echtpaar uit elkaar. De auteur beschrijft de afstand tussen de twee –en de toenadering die ze ondanks alles steeds weer zoeken– zo treffend dat je als lezer de pijn bijna fysiek voelt. „De ogen van mijn vrouw boezemen me angst in. Dode vensters zijn het. (...) Mijn verdriet stolt tot iets wat bijna voelbaar is, als een hartslag, en het maakt me bang, bang voor verdriet en pijn, voor de manier waarop het leven je van het ene moment op het andere alles kan ontnemen.” In beschrijvingen als deze is de roman op zijn sterkst.

Kleine minpunten zijn er ook. Zo wekken de voortdurende wisselingen in tijd –van een Syrië voor de oorlog, tot de vlucht, tot de huidige situatie in Engeland– soms wat verwarring op. Als lezer weet je niet altijd waar je bent in het verhaal.

In de laatste hoofdstukken ontmoet Nuri zijn neef Mustafa weer, met wie hij in Syrië bijen hield. De mannen maken plannen om in Engeland bijen te gaan houden. En om ooit terug te gaan naar Aleppo en hun oude bedrijf te herbouwen. Dat einde voelt wat abrupt, na zo’n indringend verhaal over de pijn en moeite die het Nuri en Afra kost om de afstand tussen hen te overbruggen en hun verdriet samen te verwerken.

Dat doet niets af aan de kracht van de roman. Het gaat over peilloos verdriet, maar ook over nieuwe hoop. En over de kracht om door te gaan, ook na een groot trauma. „Geef niet op. Want opgeven is soms heel erg gemakkelijk”, in de woorden van Nuri.

Boekgegevens

De bijenhouder van Aleppo, Christy Lefteri; uitg. Mozaïek; 336 blz.; € 20,99