Rie Cramer, meer dan een etiket op zoete plaatjes en lieve versjes

Was getekend
Illustratie uit Rie Cramers ”Roodkapje” (1925). beeld Rie Cramer c/o Pictoright Amsterdam
5

Het is typisch een tafereel van Rie Cramer: knappe kindertjes die genieten van het huiselijk leven. Soms met een troostende ”moes” in de buurt. Maar Cramers eigen avontuurlijke leven lijkt in niets op het gezellige gezinsplaatje dat ze in haar boeken schetste.

Femme souvenir, zo noemt ze zichzelf. Een soort aandenken van vlees en bloed. Rie Cramer (1887-1977) besefte heel goed dat haar naam voor velen gelijkstond aan lieve versjes en zoete plaatjes van vroeger. Zeker toen ze op latere leeftijd op Mallorca woonde, voelde ze zich zo’n ”femme souvenir”. In die periode kwamen allerlei toeristen uit Nederland haar opzoeken in haar huis op het Spaanse eiland – en Cramer genoot daar wel van.

De illustrator en schrijfster woonde ruim vijftien jaar op Mallorca en ze ging er noodgedwongen weg omdat ze slecht ter been werd. Uitzonderlijk, want Cramer hield het op de meeste plekken niet lang vol. Dan weer woonde ze in bij vrienden in Den Haag, dan kocht ze een huis (en verkocht het in een opwelling), of ze vertrok voor korte tijd naar Parijs of, veel langer, naar Zwitserland. Ze werkte ook gerust vanuit hotelkamers.

Echt alleen was ze weinig, ook al liepen er twee huwelijken stuk. Een lange stoet vriendinnen en bevriende kunstliefhebbers trok in haar leven voorbij. In Den Haag had ze ook contact met Louis Couperus („die me deed zwijmelen van trots toen hij me zei dat ik „leek op zijn dochter Eline””).

Vaak woonde ze samen met een vriendin. En als ze in haar eentje een huis betrok, ontving ze vaak logés. En anders waren er altijd een of meer katten. Ook had ze, kort na haar eerste huwelijk, een paar jaar een relatie met de getrouwde kunstcriticus Albert Plasschaert. Hij had veel invloed op haar leven en werk, zei ze.

Java

Misschien had het te maken met haar afkomst dat Cramer zich maar moeilijk bond aan een vaste plek. Marie Cramer werd op 10 oktober 1887 geboren in Sukabumi op Java, als de jongste van vier zusjes. Haar vader was kapitein en zelden thuis. Ze groeide op in een groot huis met veel bediendes. Toen ze negen jaar was, keerde het gezin –eerst zonder vader– terug naar Nederland. De jonge Rie woonde in Arnhem en later in Den Haag, waar ze van 1905 tot 1907 de Academie van Beeldende Kunsten bezocht.

In die tijd liet ze, zeventien jaar oud, werk zien aan uitgever De Haan. Ze mocht meteen een tweede bundel maken. Na ”Van meisjes en jongetjes” volgde ”Van jongens en meisjes”. „Ik voorzag in een behoefte”, zei ze zelf eenvoudig over haar succes.

Ze was bepaald niet tevreden met het leesvoer dat kinderen van toen onder ogen kregen, vaak opvoedkundig en soms gruwelijk moralistisch van toon. Volgens haar was er behoefte aan versjes over gewone dingen, in plaats van ingewikkelde teksten met „al die Uwen en Gijen.” Met boeken over het huiselijk leven in een zorgenvrije wereld boekte ze succes. Zeker haar romantische platen van mooie, gestileerde kinderen met vaak korte kopjes en opgetrokken kniekousen bleven hangen in het collectieve geheugen.

Ze vond haar inspiratie in een Engels kinderboekje, maar van welke illustrator precies is onbekend. Haar biografe Jacqueline Burgers noemt Mabel Lucie Attwell en Kate Greenaway als mogelijke inspiratiebronnen (in ”Rie Cramer, leven en werk”, 1974). Zelf noemde ze de Franse schilder Edmund Dulac (1882-1953) als een van haar voorbeelden.

Al snel breidde Cramer haar werkveld uit: ze illustreerde sprookjes, onder meer die van Andersen en Grimm. Ze maakte etsen en litho’s, houtsneden, schreef een aantal romans, maakte onder pseudoniem toneelstukken en ontwierp decors en kostuums. Maar de inktpot liet ze nooit los. Met haar kinderfiguren van zwarte inkt en aquarelverf zette ze een toon: haar stijl was lange tijd de norm in de kinderliteratuur. Ze raakte ook buiten Nederland bekend. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er een kentering: critici vonden haar werk te zoetig. Cramer ging in die periode ook samenwerken met haar vriendin, beeldhouwster Fransje Carbasius: Rie ontwierp en Fransje boetseerde en glazuurde.

Huishouden

Frappant is dat het leven dat Rie Cramer leidde in de verste verte niet leek op dat van de moeders in haar prentenboeken. Als kind had ze zo’n gezin ook nooit gekend. „De geijkte familie van vader, moeder en kinderen, onder de lamp verenigd om een ronde tafel, kende ik enkel van de plaatjes uit mijn eerste leesboekjes”, aldus Cramer. Ze was wel altijd druk in de weer met poppen – ook als volwassene bleef dat een liefhebberij. Misschien omdat ze hunkerde naar de gezelligheid van een echt gezin, dacht ze. Maar die hunkering sloeg later om „in een zeer wezenlijke afkeer.” Ze was niet geschikt voor het gezinsleven, meende ze. In het zich eindeloos herhalende ritme van het huishouden kon ze zich niet vinden. In haar tweede huwelijk, met toneelspeler Eduard Verkade met wie ze een kindje kreeg dat dood werd geboren, voelde ze zich opgesloten. Overigens weet ze het mislukken van dat huwelijk ook aan Verkades werkdrang en zijn ontrouw.

In 1931 –ze was toen officieel nog getrouwd met Verkade– begon ze zoals ze zelf zei „een nieuw leven.” Ze kocht een zwart Opeltje met lakrode banken en een paar sets kleding in dezelfde kleuren en reed met vriendin Fransje naar Zwitserland. Om geld maakte ze zich weinig zorgen, sparen deed ze niet. Ze was liever de „zingende krekel dan de zuinige mier” uit de fabel van Lafontaine. Overigens behandelde ze haar tekeningen net zoals haar geld: ook daarvan bewaarde ze er maar weinig.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Cramer in Den Haag, bij haar vrienden Dick en Betsy Verbeek. Twee romans van haar werden verboden, ”Zij, wij en jij” (1937) en ”Het land van belofte” (1938), omdat ze zich negatief uitliet over het nationaalsocialisme. Ze schreef anoniem verzetsgedichten en bracht ook regelmatig Joden naar onderduikadressen.

Na de oorlog verhuisde Cramer naar Laren, met het echtpaar Verbeek. Toen Dick stierf vertrok Cramer met Betsy naar Mallorca. Daar bleef ze, tot haar gezondheid minder werd. In 1971 verhuisde ze met vriendin Fransje –Betsy was inmiddels overleden– naar Blaricum. Zes jaar later overleed Rie Cramer in verpleeghuis De Stichtse Hof in Laren, 89 jaar oud.

Citaten van Rie Cramer zijn ontleend aan ”Flitsen”, een bundel memoires (1966).

zomerserie Was getekend

Dit is het derde deel van een vierdelige serie over illustratoren. Over twee weken: Rie Reinderhoff.