Reconstructie van de slavenopstand op ”De Neptunus” in 1785

Aan boord van het slavenschip Neptunus brak in 1785 een van de bloedigste opstanden uit in de geschiedenis van de trans-Atlantische slavenhandel.

Als ultieme wanhoopsdaad bliezen de in het nauw gedreven muitende slaven het schip op, met als trieste balans zo’n 400 doden, onder wie alle slaven en tientallen Europeanen.

Maritiem historicus Ruud Paesie (1956) uit Middelburg is gefascineerd door ons slavernijverleden. Eerder schreef hij een lijvig boek over de Middelburgse Commercie Compagnie. Nu beet hij zich vast in de revolte die op 17 oktober 1785 uitbrak aan boord van het slavenschip Neptunus. Minutieus en gedetailleerd reconstrueert hij in ”Slavenopstand op de Neptunus” de reis van het schip en beschrijft hij hoe het oproer zich voltrok.

Uit zijn uitvoerige relaas valt op te maken dat de muiterij door een reeks tegenslagen onvermijdelijk was. De Neptunus, een zogenaamd snauwschip (een zeilschip voor de binnenvaart of kustvaart), vertrok al met flinke vertraging. Dat leidde tot gemor over achterstallige gage onder de hoofdzakelijk Scandinavische en Duitse bemanning. Toen het schip eenmaal voor de West-Afrikaanse kust lag om slaven te halen, ging er van alles mis.

Aanvankelijk vlotte de aankoop van slaven niet. De Neptunus raakte in zwaar weer en verloor roer, anker en tuigage; het schip begon water te maken. De pompen schoten tekort waardoor er constant een flinke laag water in het ruim bleef staan. Tot overmaat van ramp verongelukte een sloep met vijf bemanningsleden.

De tijd verstreek en medio oktober 1785, anderhalf jaar na vertrek uit Texel, lag het schip nog steeds voor de kust van Afrika terwijl het volgens de planning allang via de Atlantische Oceaan aan de oversteek naar West-Indië had moeten beginnen. Op de rede voor het fort Elmina (aan de kust van Goudkust, het huidige Ghana) van de West-Indische Compagnie moest het een reparatie ondergaan.

In de vroege avond van maandag 17 oktober 1785 zagen enkele slaven (die al in de ruimen waren ondergebracht) kans om zich van hun hand- en voetboeien te bevrijden. Ze braken het ijzeren toegangsrooster open, klommen aan dek en vielen de toegeschoten bemanningsleden met allerlei slag- en steekwapens aan. De kok en de bootsmansmaat raakten daarbij gewond en verscheidene slaven zagen kans om overboord te springen.

Ondanks alle commotie slaagde het scheepsvolk erin de andere opstandelingen terug de ruimen in te drijven, maar het kon niet verhinderen dat de Afrikanen daar de palissaden en houten schotten van hun verblijven afbraken. De slaven kregen daardoor toegang tot de kruit- en wapenkamer en konden daarmee feitelijk aan boord de macht overnemen.

Er braken bloedige vuurgevechten uit die uren duurden. Toen Europeanen en Afrikanen samen het schip enterden was het pleit voor de opstandelingen snel beslecht. „Omdat elk uitzicht op vrijheid hen werd ontnomen, namen de opstandige slaven hun lot in eigen hand. In een ultieme wanhoopsdaad bliezen zij zichzelf en hun belagers op”, concludeert Paesie. Door de enorme explosie spatte het schip uiteen.

Honderden opstanden

Het is de verdienste van de auteur dat hij een onderbelicht stukje geschiedenis aan de vergetelheid ontrukt. Want uit zijn vlot geschreven verhaal blijkt dat er zich tijdens de meer dan drie eeuwen omspannende trans-Atlantische slavenhandel honderden opstanden hebben voorgedaan op slavenschepen. Die op de Neptunus met honderden doden was zonder enige twijfel de bloedigste, beweert Paesie stellig. Voor de aan boord gevangengehouden Afrikanen moet het langdurige verblijf in de vochtige, bedompte en verstikkende ruimen van het door stormen geteisterde slavenschip dan ook vreselijk zijn geweest.

Ruud Paesie slaagde erin de opstand in een brede historische context te plaatsen. Zo legt hij uit dat de Neptunus, die Zierikzee als thuishaven had, misschien wel nooit aan de riskante slavenreis met bestemming Afrika en West-Indië was begonnen als toentertijd de plaatselijke economie in het Zeeuwse stadje niet op zijn gat had gelegen.

Boeiend beschrijft hij de nasleep van het drama: de strijd om verzekeringsgeld door belanghebbenden die gebaat zouden zijn geweest bij een voorspoedige afloop van de noodlottig verlopen slavenreis. De bevrachter van de Neptunus, de Amsterdamse koopman Daniël Cornelis Wesselman, werd achtervolgd door schuldeisers en ging uiteindelijk failliet. Een kleinigheid natuurlijk, afgezet tegen de dood van zo veel onschuldigen die menselijkerwijs al bij voorbaat alles hadden verloren.

----

Boekgegevens

”Slavenopstand op de Neptunus. Kroniek van een wanhoopsdaad”, Ruud Paesie; uitg. WalburgPers, Zutphen, 2016; ISBN 978 94 624 9130 4; 144 blz.; € 19,95.