Recensie: Afscheid van het orthodoxe Jodendom

In de New Yorkse wijk Williamsburg leven zeker 80.000 aanhangers van de chassidische Satmarbeweging. beeld RD
3

Niet alleen de gereformeerde gezindte kent haar ‘afhakersliteratuur’; ook orthodoxe Joden die hun achtergrond de rug toekeerden, schreven hierover. Hun boeken bieden een inkijkje in gesloten gemeenschappen. Én vormen een spiegel.

„Ik schrijf de biografie van iemand die niet meer bestaat, iemand die ik nu met woorden herdenk. Mijn twee identiteiten hebben zich eindelijk gesplitst, en ik heb die andere vrouw gedood, haar meedogenloos maar terecht vermoord. Dit boek bevat haar laatste woorden.”

Hoe is het om afscheid te nemen van een orthodox Joods milieu? Deborah Feldman, opgegroeid in de orthodoxe Satmarbeweging in New York, windt er in haar boek ”Onorthodox” geen doekjes om: het voelt als sterven. Het verlies van een gemeenschap, familie en traditie geeft een gevoel van ontworteling. „Het gebrek aan roots wordt in mijn spieren gekerfd als de pijn na een intensieve inspanning. Ik verlang ernaar om me weer met anderen verbonden te voelen.”

Eind vorig jaar verschenen twee Nederlandse vertalingen rond dit thema. Feldman beschreef haar vertrek uit de Satmars, een van de grootste chassidische groeperingen ter wereld. Na een gearrangeerd huwelijk en de geboorte van een zoontje, verliet zij in 2012 als jonge twintiger de gemeenschap. Vrijwel tegelijkertijd publiceerde ze haar boek: een autobiografisch verhaal dat uitloopt op haar vertrek.

Bestseller

Een heel andere aanpak koos Naomi Alderman –die deel uitmaakte van een orthodoxe Londense gemeenschap– in haar roman ”Ongehoorzaam” (2007), waarvan de vertaling nu verscheen in een herdruk. Centraal staat de terugkeer van de dochter van een overleden rabbijn naar de gemeenschap waarvan zij afscheid nam. De ontmoeting met een jeugdvriendin met wie zij in het verleden een lesbische relatie had, zet de levens van beide vrouwen op de kop.

Feldmans boek werd een bestseller, Alderman won met haar roman verschillende prijzen. Er is blijkbaar markt voor de verhalen van vertrekkers. Soms krijgt die interesse iets ongemakkelijks: als de uitgever achter op Aldermans boek schrijft dat zij „zelfs in haar studententijd de Joodse wetten nog naleefde en pas in 2006 afstand nam van haar religie” vallen vooral de woorden „zelfs, nog en pas” op; de Joodse orthodoxie als curiositeit uit het verleden. De boeken hebben echter meer te vertellen dan het inkijkje dat ze bieden in gesloten en traditionele gemeenschappen.

Een centrale lijn in beide boeken is het isolement van de orthodoxe groeperingen. Terwijl deze afzondering door de hoofdpersonen als beklemmend wordt ervaren, vindt hun gemeenschap het isolement van levensbelang. Als Joden zich aanpassen aan de wereld –zo leeft de gedachte– verliezen zij hun identiteit. „De oorzaak van de Holocaust was assimilatie”, citeert Feldman een lerares van haar school. „Als we proberen ons onder de rest van de bevolking te mengen, straft God ons voor ons verraad.” Ook de stichting van de staat Israël streed met dit isolement, leerde Feldman: „Goede, godsdienstige Joden wachten op de komst van de Messias; die grijpen niet naar geweer en zwaard om het zelf op te knappen.”

Bij de afzondering horen de heldere, vastomlijnde regels van de orthodoxie: rond de sabbat, kleding of reinheid. „Uiterlijke tekenen van vroomheid maken aan anderen duidelijk dat wij anders zijn dan zij”, schrijft Feldman.

Verhalen

Hoe krachtiger het isolement, des te dieper is de kloof met de buitenwereld, des te ingrijpender is het proces dat leidt tot het verlaten van een gemeenschap. Beide auteurs beschrijven hoe verhalen een centrale rol speelden in dit proces. „Als ik lees, voel ik me zo ontzettend vrij”, schrijft Feldman over haar kinderjaren. De verhalen van Roald Dahl, Chaim Potok of Lewis’ ”Narnia” toonden haar een andere wereld. De boeken die haar grootvader „verraderlijke slangen noemt, zijn mijn beste vrienden geworden. Ik ben al gecorrumpeerd; ik kan het alleen erg goed verbergen.”

Ook Alderman wijst op verhalen die haar hoofdpersoon in contact met de buitenwereld brengen: „Voor mij, toen ik opgroeide, waren het tijdschriften. (...) Je hebt een venster op een andere wereld nodig om uit te vogelen wat je van je eigen wereld vindt.”

Naast de overeenkomsten vallen met name verschillen tussen beide boeken op. Feldman koos voor een autobiografie, Alderman voor fictie. Opvallend genoeg zijn Aldermans personages gelaagder en echter dan in Feldmans waargebeurde verhaal. Omdat ze schrijft over de terugkeer van iemand die jaren eerder afscheid nam, is er ruimte voor distantie en reflectie. De eerste pijn van het scheiden is als het ware weggeëbd. Vanwege de afstand die er in de jaren gegroeid is, komen de botsende werelden van orthodoxie en moderniteit in Aldermans roman beide volwaardig aan het woord.

Rauw

Juist die distantie ontbreekt in Feldmans autobiografie en dat is de grootste zwakte van haar boek. In een bepaald opzicht is een ervaringsverhaal altijd waar en niet ter beoordeling aan de lezer. Feldmans boek is scherp, rauw en eerlijk – minder gepolijst dan de afgewogen roman van Alderman.

Anderzijds dringt zich tijdens het lezen de vraag op of Feldmans boek niet te vroeg geschreven is. Al voordat zij de stap zette om haar gemeenschap te verlaten, tekende ze het contract voor deze autobiografie. Ze schrijft erover: „Als dit boek mijn ticket naar de vrijheid is, wil ik het zo snel mogelijk inwisselen.” Er is relatief weinig aandacht voor de periode na haar vertrek – waarover ze overigens in 2014 een tweede boek schreef.

Het gebrek aan distantie toont zich met name in de beschrijving van de kinderjaren van Feldman. Ze tekent hoe zij als kind vaak het gevoel had dat ze „verdwaald was in een vreemd land.” Regelmatig lezen haar kinderlijke reflecties echter als te volwassen: gekleurd door haar latere vertrek.

De keuze voor een autobiografie roept ook ethische vragen op. Feldman anonimiseerde haar personages –van wie de meesten er niet best vanaf komen– maar zegt haar levensgeschiedenis waarheidsgetrouw te hebben beschreven. Dat wordt betwist: de Joodse gemeenschap die zij achterliet, beschuldigt haar van meerdere onjuistheden in het boek. Zelf geeft Feldman aan „niet als journalist” geschreven te hebben.

Familiefoto

Hoewel de namen onherkenbaar zijn gemaakt, is bij ieder hoofdstuk een familiefoto geplaatst van Feldman. Zo kijkt de lezer haar voormalige echtgenoot recht in de ogen. Uitvoerig beschrijft Feldman in haar boek de mislukte huwelijksnacht en het steeds stroever lopende huwelijk. Het roept de vraag op hoe haar echtgenoot op dezelfde periode terugkijkt. Zijn kant van het verhaal blijft onbeschreven.

In beide boeken speelt seksualiteit een centrale en (soms te) expliciete rol. Feldman laakt het verzwijgen van dit onderwerp in de orthodoxe gemeenschap. „Ik voel me verraden door alle vrouwen die ik ken”, schrijft ze nadat ze haar eerste huwelijkslessen ontvangt. Ze omschrijft de openheid in haar boek als een reactie op taboes uit haar jeugd. In Aldermans boek speelt de acceptatie van homoseksualiteit in Joods-orthodoxe kring een sleutelrol. Beide boeken worden ontsierd door een enkele vloek.

Treur

Auteur Maarten ’t Hart zei over Feldmans boek dat het „verwantschap heeft met Franca Treur.” Die vergelijking is niet onlogisch. Tijdens het lezen van beide boeken vallen overeenkomsten tussen Joodse en christelijke orthodoxie –en hun afhakers– herhaaldelijk op. Tot op zekere hoogte kunnen de boeken daarmee als spiegel functioneren.

Een van de –twijfelende– karakters in Aldermans roman reflecteert op het ritme van de vrijdag voor orthodoxe Joden: een dag die vol is van de voorbereiding op de sabbat. Als zij zich plotseling bewust wordt van de vele seculiere New Yorkers om haar heen, beseft ze hoezeer deze tradities scheiding maken tussen haar en haar omgeving. „Nooit de vrijdag te horen, er geen enkele weet van te hebben. Het was alsof ze nooit liefde gekend hadden: zowel verschrikkelijk als prachtig. (...) Zonder afscheidingen en grenslijnen, zonder zin en orde, zonder anker. Iets om zowel te vrezen als te wensen.”

De vele vaste tradities van een geïsoleerde gemeenschap kunnen verbindend werken – maar voor wie aan de zijlijn komt te staan, kunnen ze vervreemdende blokkades worden. Opvallend in beide boeken is dat het omgaan met en afstand nemen van deze rituelen een belangrijkere rol lijken te spelen dan het godsbestaan: op momenten lijken de rituelen plaatsvervangers van een persoonlijke God. De vraag die de verhalen stellen aan een christelijke gemeenschap is of achter haar tradities en gebruiken de God zichtbaar is Die gekend wordt als Persoon in Jezus Christus.

Ongehoorzaam, Naomi Alderman; uitg. Atlas Contact; 320 blz.; € 21,99

Onorthodox. De schokkende breuk met mijn roots, Deborah Feldman; uitg. de Geus; 336 blz.; € 21,99