Prof. Lisa Kuitert: geboeid door het boek, ook overzee

beeld RD, Henk Visscher
3

Als ze het woord ”boek” of ”drukpers” tegenkomt, veert prof. dr. Lisa Kuitert op. Een „obsessie”, noemt ze het zelfs. Voor haar jongste publicatie bestudeerde ze de boekcultuur overzee, in het Nederlands-Indië van de 19e eeuw. „Fascinerend.”

Ze ontvangt aan de Universiteit van Amsterdam haar bezoek in een kleine ruimte mét een wand boeken. „In de nieuwe bibliotheek die hier komt, hebben alle studieruimten een boekenkast”, zegt prof. dr. Lisa Kuitert. „Onderzoek toont aan dat studenten beter kunnen werken met boeken om zich heen dan in een kale ruimte.”

Het tekent hoe Kuitert (60) gefascineerd is door de wereld van de boekcultuur. In haar colleges, haar onderzoek, haar publicaties: voortdurend draait het om het boek. En dan in de volle breedte: de totstandkoming, de uitgave, het ontvangende publiek, alles.

Bent u al uw leven lang geobsedeerd door het boek?

„In mijn jeugd zou niemand gezegd hebben: Lisa gaat haar leven wijden aan het boek. Het idee was dat ik kunstenares of zangeres zou worden, actievoerder of woesteling. Ik heb ook een periode gehad dat ik hoegenaamd niet las, tussen m’n 18e en 26e. Toen was ik inderdaad een woesteling. Toen een zus van mij overleed, een drama, ben ik het leven serieuzer gaan opvatten. Sindsdien ben ik gegrepen door het boek; ik ben een absolute lezer.”

U bent een dochter van de bekende theoloog prof. Harry Kuitert. U groeide dus op tussen de boeken.

„Ik heb nooit in de pastorie gewoond; mijn vader was in 1960 al studentenpredikant hier in Amsterdam. Maar inderdaad, bij ons thuis waren heel veel boeken. We waren een echt boekengezin en mijn ouders lazen altijd. Ik herinner me nu ineens dat ik mijn vader hielp met zijn kaartenbakjes. Hij knipte lijstjes met boektitels uit en die moest ik dan op kaartjes plakken. Dat heb ik hele middagen zitten doen.”

En nu hoogleraar boekwetenschap.

„Na acht jaar studie Nederlands studeerde ik af met een scriptie over het boek. Vervolgens was het de vraag wat ik zou gaan doen. Hier aan de UvA was een onderzoeksplek, dus ik dacht: laat ik dat maar doen. Zo rol je erin. Ik deed onderzoek naar de literaire uitgeverijen in de 19e eeuw en promoveerde in 1993. Acht jaar later volgde mijn aanstelling als hoogleraar boekwetenschap.”

Wat doet een boekwetenschapper?

„In mijn vak gaat het om de geschiedenis en de betekenis van het boek. Heel breed: van het hele proces waarin een boek tot stand komt en wordt uitgegeven, tot aan het leesgedrag van mensen en de rol die boeken in de samenleving spelen. Gelukkig is de aandacht voor het vak aan de UvA flink toegenomen sinds 2001. Toen zat ik met vijf studenten, inmiddels hebben we hier zo’n twintig masterstudenten voor dit vak. Zij komen vaak in bibliotheken en archieven terecht, of in het actieve boekenvak, zoals bij een uitgeverij.”

De wereld van het boek fascineert u.

„Een fysiek boek is voor mij een tastbaar overblijfsel, een symbool, van een cultuur. Bij een historisch boek: een voorbije cultuur. Daar is in geïnvesteerd en tijd aan besteed in een proces van schrijven tot uitgave. Zo’n boek staat in je kast; je kunt ernaar grijpen. Heel anders dan een website of een Wikipediapagina. Daarvoor geldt: zo gewonnen, zo geronnen. In 2015 heb ik een soort schotschrift geschreven over de teloorgang van het boek: ”Het boek en het badwater”. Er waren toen zelfs ideeën voor boekloze bibliotheken: hoe dom kun je zijn! Overigens ben ik niet bang dat het fysieke boek verdwijnt. De verkoop stijgt juist weer.”

Uw nieuwe boek gaat over de boekcultuur in Nederlands-Indië in de 19e eeuw. Wat hebt u met Indonesië?

„Gezien mijn afkomst niets; m’n vader was een Fries, m’n moeder een Zweedse. Ik was er nog maar één keer geweest. Zo’n tien jaar geleden kwam er in ons vak aandacht voor de transnationale betekenis van het boek; dus bijvoorbeeld hoe er elders in de wereld door en voor Nederlanders boeken werden gemaakt en gelezen. Een poosje hield ik me bezig met Zuid-Afrika; hier in Amsterdam heb je in het Zuid-Afrikahuis een fantastisch archief. Heel leuk, maar het bleek dat er al best veel onderzoek naar gedaan was. Ik zou dan als spuit elf daar ook nog eens mee bezig gaan; dat leek me niet zo leuk. Ik doe graag dingen die verschil maken. Vervolgens ben ik me gaan verdiepen in Nederlands-Indië. Hoe gaat dat: je stuit op een archiefje van een uitgeverij die daar actief was, je geeft er college over, je verzamelt materiaal. Vier jaar geleden vond ik dat ik met het schrijven van dit boek kon beginnen.”

Er leefde bij vakgenoten scepsis over wat er te vinden zou zijn, schrijft u.

„Inderdaad, de gedachte leefde dat er in Nederlands-Indië helemaal geen boekcultuur was: geen handel, vochtig klimaat, insecten, analfabetisme. Dat bleek toch anders te zijn. Een mooi moment was toen ik voor de tweede keer in Jakarta was, nu specifiek voor mijn onderzoek. In de Nationale Bibliotheek moest ik me verstaanbaar zien te maken – ik ken geen Indonesisch. Men verwees me naar een afdeling op de zesde verdieping. Tot m’n verbazing vond ik daar een kast met mapjes met daarin de gegevens over vrijwel alle boeken uit de 19e eeuw, compleet met signatuur. Super spannend! Ik had gedacht dat ik wel met een middagje klaar zou zijn. Ik heb er drie dagen gezeten.”

Uw boek begint in 1816. Hoe was de situatie op boekengebied toen?

„Er waren nog weinig Nederlanders in Indië, enkele duizenden. Je had één drukkerij, de Landsdrukkerij, die bijvoorbeeld een krant, instructies en reglementen drukte. Deze drukkerij vertegenwoordigde het koloniaal gezag. Verder was er weinig.”

De zendelingen verspreidden in die tijd al wel drukwerk, laat u zien.

„Klopt. Dat is een onderbelicht thema in de beschrijving van de zendingsgeschiedenis. Zendelingen wilden natuurlijk Bijbels en stichtelijke lectuur verspreiden, in het Maleis of in de landstaal. Ze hadden daarvoor vaak een drukpers. Bijzonder is het voorbeeld van zendeling Joseph Kam, die in 1824 een drukpers vanuit Nederland naar de Molukken wilde laten komen. Hij had er al een, maar de vraag naar stichtelijk drukwerk was groot. Op het schip dat de drukpers vervoerde brak echter muiterij uit; het schip verging en de drukpers ging verloren. Die moet nog ergens op de bodem van de Stille Oceaan liggen. Een strop van bijna 400 gulden voor de zendeling.”

Uw boek beslaat ruim een eeuw. In 1920 was de situatie heel anders.

„Dan is er behalve de Landsdrukkerij een groot aantal particuliere boekhandelaren, die ook in andere talen dan het Nederlands drukken. Behalve deze commerciële bedrijven met Nederlandse roots, gingen ook Indonesiërs zelf hun drukwerk produceren. Vanuit het niets was de boekcultuur gegroeid tot een tak van honderden bedrijven en voorzieningen –bijvoorbeeld leesgezelschappen– voor een heel gevarieerd publiek.”

U noemt dat aan het slot van uw boek „brak water.”

„Aan het eind van deze periode loopt het door elkaar heen: wat er door en voor Nederlanders wordt gedrukt, en wat de Indonesiërs zelf produceren. Na 1920 scheiden die twee werelden zich steeds meer. En wat je ziet, is dat de boekcultuur voor de Indonesiërs gaandeweg een poort naar kennis opent. Het vergroot hun zelfbewustzijn en heeft uiteindelijk de roep om onafhankelijkheid in de kaart gespeeld. Op dat moment in het proces ben ik gestopt, in 1920. De periode daarna moeten anderen maar doen.”

Is er iets wat u had willen vinden, wat niet gelukt is?

„Leuke vraag. Dat zijn veel dingen, zoals meer verkoopcijfers, of klandizie van bibliotheken. Wat ik echt heel jammer vind, is dat ik geen getuigenissen van Indonesiërs zelf over hun leesgedrag heb kunnen vinden. We hebben wel rapportages van Nederlanders óver Indonesiërs, maar dat staat vaak in het kader van een positief verslag. Ik ken één autobiografie van een Indonesiër, geschreven rond 1860. In de vertaling ervan heb ik niets over boeken en lezen aangetroffen. Helaas, want zo’n getuigenis had heel bruikbaar kunnen zijn.”

Wat wordt uw volgende project?

„Ik ben al lang bezig met de geschiedenis van de literaire uitgeverijen in Nederland. Van 1900 tot nu. Er zijn veel deelstudies, maar de geschiedenis is nog niet beschreven. Dat zou ik graag doen.”

U hebt nog zeven jaar tot uw pensioen...

„Zo’n boek publiceer je pas als het af is, niet omdat je pensioen nadert. Mijn vader schreef zijn laatste boek toen hij al 90 was. Als dat zou kunnen: ik teken ervoor...”

Boekgegevens

Met een drukpers de oceaan over. Koloniale boekcultuur in Nederlands-Indië 1816-1920, Lisa Kuitert; uitg. Prometheus; 352 blz.; € 29,99

Prof. dr. Lisa Kuitert

Prof. dr. Lisa Kuitert (1960) is sinds 2001 hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Na haar studie Nederlands deed ze aan de UvA onderzoek naar literaire uitgevers in de 19e eeuw. In 1993 promoveerde ze op ”Het ene boek in vele delen”. Kuitert, die in Amsterdam woont, doet onderzoek op het snijvlak van de literatuur- en boekgeschiedenis. Ze is specialist op het gebied van de literaire uitgeverijen in de 19e en 20e eeuw en publiceerde onder andere over de boekenkast van dichter Lucebert (”De lezende Lucebert”, 2009) en over de betekenis van papieren boeken (”Het boek en het badwater”, 2015). Deze zomer verscheen ”Met een drukpers de oceaan over”, over de koloniale boekcultuur in Nederlands-Indië in de periode 1816-1920.