Nominaties NS Publieksprijs: Zware kost lichtvoetig verpakt

Als doorsnee van de Nederlandse boekenmarkt geven de nominaties voor de NS Publieksprijs geen eenduidig beeld van waar lezers heden ten dage voor vallen. beeld ANP, Robin Utrecht
7

Dat de Nederlandse literatuur actueel en diepgravend kan zijn, bewijzen de nominaties voor de NS Publieksprijs 2019. Oppervlakkigheid voert veelal niet de boventoon.

Nog 6 nachten slapen. Dan horen de auteurs van de best verkochte Nederlandstalige boeken uit de afgelopen anderhalf jaar wie dit jaar de NS Publieksprijs wint. Özcan Akyol (”Pessimisme kun je leren!”), Martine Bijl (”Rinkeldekink”), Peter Buwalda (”Otmars zonen”), Paulien Cornelisse (”Taal voor de leuk”), Murat Isik (”Wees onzichtbaar”) en Ilja Leonard Pfeijffer (”Grand-hotel Europa”) dingen mee naar bekendste literaire publieksprijs van Nederland.

Opvallend genoeg dingt Martine Bijl postuum mee. De tv-bekendheid stierf in mei van dit jaar aan complicaties van een hersenbloeding, waarover ze uitvoerig schreef in haar genomineerde autobiografie. Al even opvallend is de dichtbundel die dit jaar werd genomineerd. ”Pessimisme kun je leren” –met een bloemlezing van gedichten van Lévi Weemoedt– is zowel qua vorm als qua inhoud in niets met de andere nominaties te vergelijken.

Bont gezelschap

De nominaties voor de NS Publieksprijs vormen dit jaar dan ook weer een bont gezelschap. ”Pessimisme kun je leren” is met zijn 84 pagina’s onbetwist de dunste nominatie, op de voet gevolgd door de autobiografie ”Rinkeldekink”, die slechts 128 pagina’s telt. ”Taal voor de leuk” mag met 232 pagina’s gerust een boek worden genoemd, maar steekt toch nog altijd schril af bij de drie literaire romans. Die tellen stuk voor stuk tussen de 550 en 600 pagina’s. De vuistdikke topstukken uit de Nederlandse literatuur van de afgelopen anderhalf jaar vertellen een even intrigerend als boeiend verhaal dat lezers aan het nadenken zet.

Van de nominaties werden dit jaar, in tegenstelling tot andere jaren, geen verkoopcijfers bekendgemaakt. Afgaand op cijfers uit vorige jaren moeten de titels per stuk vele tienduizenden keren zijn verkocht. Dat is vooral geen geringe prestatie voor een dichtbundel en een bundel met –strikt beschouwd– soms filosofisch getinte taalbeschouwingen.

De podia die de auteurs kregen, zal ongetwijfeld aan de verkoopsuccessen hebben bijgedragen. Bijl genoot als tv-persoonlijkheid sympathie bij een groot publiek, Akyol schuift regelmatig aan als gast in talkshows en Cornelisse is als columniste en tv-presentatrice ook een bekende in medialand. Buwalda, Pfeijffer en Isik kunnen op niet minder bekendheid bogen, maar danken hun faam toch vooral aan hun literaire romans. Ze wonnen al diverse grote literatuurprijzen en gooien hoge ogen onder literatuurkenners.

Toegankelijk

Faam of niet, de nominaties geven er allen blijk van dat het Nederlandse lezerspubliek nog niet zo ten prooi is gevallen aan ontlezing of leesluiheid als weleens wordt beweerd. Hoe dun of vuistdik de verschillende boeken ook zijn, ze hebben ondanks hun verscheidenheid een belangrijke gemene deler: hun toegankelijkheid. Bijl slaagde erin haar hersenbloeding in voetige en soms breekbare taal onder woorden te brengen en de gevolgen ervan invoelbaar te maken voor iedereen die zich een dergelijk ernstige aandoening niet kunnen voorstellen.

In het al even toegankelijke ”Taal voor de leuk” worden lezers aangespoord om eens wat kritischer na te denken over hun taalbegrip. Cornelisse legt op een onderhoudende manier uit waar woorden vandaan komen, hoe subjectief begrippen kunnen zijn en hoe de betekenis van woorden kan veranderen. We zeggen immers weleens wat, maar weten we wel wát we zeggen?

”Grand-Hotel Europa”, ”Otmars zonen” en ”Wees onzichtbaar” lezen al even vlot weg, maar vormen zeker geen lichte kost. De romans zetten lezers aan het denken over ingewikkelde thema’s als een teloorgaande cultuur, een ingewikkelde vader-zoonrelatie en leven als immigrant in de Bijlmer. De begrijpelijke taal ten spijt jagen ze lezers in meer of mindere mate uit hun comfortzone om na te denken over zaken die vaak min of meer voetstoots worden aangenomen.

Wie in ”Wees onzichtbaar” bijvoorbeeld het leven door de bril van een immigrant in Nederland ziet, kan mogelijk meer begrip opbrengen voor de ongemakkelijke situatie waarin mensen uit een andere cultuur verzeild raken. En wie ”Grand-Hotel Europa” leest, denkt nog eens goed na over de toekomst van Europa en de Europeanen. Lichtvoetigheid bestaat niet – of het moet een vorm zijn om zware onderwerpen voor het voetlicht te halen.

Leeg

Tegelijkertijd laten de nominaties voor de NS Publieksprijs zien hoe perspectiefloos of leeg een leven anno 2019 kan zijn. De verzamelde gedichten van Weemoedt blinken weinig uit in diepgang en geven regelmatig blijk van een dubieuze seksuele moraal. De op schrift gestelde ervaringen van Bijl zijn ontwapenend, maar missen het perspectief op de zin van het leven en een getrooste dood.

Ook in de literaire romans blijkt het leven soms plat. Het taalgebruik is over het algemeen positief, maar de boeken blijken niet allemaal verschoond van vloeken en een onzuivere seksuele moraal. Dat maakt de boeken, hoe lezenswaardig ook, een typische exponent van deze tijd: tijdloos in hun thematiek, maar postmodern in hun moraal.

Het laat onverlet dat de meeste nominaties literair gezien in hun genre opvallen; ze zetten de lezers ertoe aan om de wereld wat minder oppervlakkig te bezien en ook hun eigen leven onder ogen te zien. Als doorsnee van de Nederlandse boekenmarkt geven de nominaties voor de NS Publieksprijs geen eenduidig beeld van waar lezers heden ten dage voor vallen. Wel laten ze zien dat het Nederlandse lezerspubliek bereid is tijd en geld te investeren in een boek dat raakt en aanspoort tot nadenken. Alle kritiek op ontlezing en leesluiheid ten spijt, zijn lezers nog steeds bereid een paar avonden gaat zitten om vuistdikke fictie te verslinden. Waarmee ook maar is aangetoond dat het vuur van de Nederlandse literatuur voorlopig nog niet is gedoofd.

NS Publieksprijs

De Publieksprijs voor het Nederlandse boek wordt sinds 1987 jaarlijks door het CPNB in november uitgereikt. De publieksprijs ontleent zijn naam aan de Nederlandse Spoorwegen, die hoofdsponsor is van de boekverkiezing.

Voor de NS Publieksprijs worden de zes bestverkochte boeken van het afgelopen jaar (1 juli 2018 tot 1 juli 2019) genomineerd. Het publiek kan vervolgens een stem uitbrengen op een van deze zes boeken of een vrije titel voordragen die in het achterliggende jaar werd uitgegeven en oorspronkelijk in het Nederlands is geschreven. Op woensdag 20 november wordt bekendgemaakt welk boek de meeste stemmen kreeg en zich winnaar van de NS Publieksprijs mag noemen.