Nazipropaganda onder Duitse jeugd was effectief

4

De nazipropaganda onder de Duitse jeugd door middel van beelden was heel effectief, constateert Gerard Groeneveld in zijn nieuwste boek, ”Hitlers jongste hoop”. „Leer de jeugd van nu een kritische houding aan ten opzichte van beelden.”

Groeneveld (1956), docent aan Hogeschool Rotterdam, heeft al een behoorlijk aantal boeken over de Tweede Wereldoorlog op zijn naam staan. In 2016 verscheen van hem ”Rotterdam Frontstad 10-14 mei 1940” en vorig jaar ”Nach Holland, de meidagen van 1940 door Duitse ogen”. Daarin zijn foto’s te zien, gemaakt door Duitse soldaten die betrokken waren bij de verovering van Nederland in mei 1940.

In ”Hitlers jongste hoop. Nazipropaganda voor de jeugd” staan veel plaatjes. Het bevat honderden gekleurde propagandabeelden en foto’s die voor en in de Tweede Wereldoorlog in Duitsland in omloop waren. Groeneveld heeft in tien jaar tijd zo’n veertig boekjes met propagandaplaatjes uit de nazitijd aangeschaft. Het kostte hem behoorlijk wat moeite om aan het materiaal te komen omdat de meeste boekjes direct na de oorlog waren weggegooid of vernietigd. Via internet kocht hij het materiaal vanuit alle uithoeken van de wereld.

De afbeeldingen zijn keurig gerangschikt naar onderwerp: schoolboeken, prentenboeken, leesboeken, stripboeken, sigarettenplaatjes, tijdschriften en dagboeken. Ten slotte volgt nog een hoofdstuk over nazipropaganda in Nederland, die overigens niet zo aansloeg.

In Duitsland was dat wel het geval, vertelt Groeneveld in zijn huis in Santpoort-Zuid. Hij noemt als voorbeeld de sigarettenplaatjesalbums. „Bijna iedere Duitse volwassen man rookte in die tijd. Bij elk pakje sigaretten dat men kocht, kreeg men gratis plaatjes die later in een album geplakt konden worden. Moet je je voorstellen: Duitse kinderen vroegen aan elkaar: „Heb jij Goebbels dubbel, dan krijg je Goering van mij.””

Sommige van die albums behaalden een oplage van meer dan een miljoen stuks. Het album ”Deutschland erwacht!”, over de geschiedenis van de nazipartij, was bijzonder succesvol, evenals ”Adolf Hitler, aus dem Leben des Führers”, over Adolf Hitler. Groeneveld: „Ouders vonden het mooi dat hun kinderen bezig waren met het verzamelen en ruilen van sigarettenplaatjes. Zij waren zich waarschijnlijk niet bewust van de propagandistische waarde, maar het was intussen wel een van de manieren waardoor jongeren gemanipuleerd werden.”

De nazi’s waren volgens de schrijver meesters in het voeren van propaganda en ze maakten als geen ander in die tijd gebruik van het beeld en de fotografie. De jeugd was een ontvankelijke doelgroep. In het Derde Rijk was karaktervorming belangrijker dan intellectuele ontwikkeling. Hitler wilde jeugd met pit, jongeren die moed en durf hadden, die in bomen klommen en soldaatje speelden. Vanaf hun tiende jaar konden jongens lid worden van het Jungvolk en vanaf hun veertiende van de Hitlerjugend. Meisjes gingen bij de Jungmädel en bij de Bund Deutscher Mädel. Deze clubs, waar jongeren werden geïndoctrineerd, waren ongekend populair. Dat kwam mede door de propaganda op school die al eerder had plaatsgevonden en door de aantrekkingskracht van uniformen, vlaggen en het kamperen in de natuur.

Vanaf 1933, het jaar van Hitlers machtsovername, was propaganda massaal aanwezig in de leesboeken op de Duitse scholen. Deze boeken, Fibeln genoemd, bevatten oefeningen voor het leren schrijven, rekenen en lezen en werden opgesierd met plaatjes. De illustraties leken vaak onschuldig, zoals die van voorbij marcherende SA-mensen in een gezellige omgeving of van een vader aan het front die een brief naar huis stuurde. Groeneveld: „Het waren beelden van een ideale wereld, waarin iedereen gezond en sterk was, blond haar en blauwe ogen had.”

Hakenkruisvlag

De auteur laat een plaatje zien uit zo’n Fibel: een pagina met een schrijfoefening en daarboven een illustratie uit het boek ”Hand in Hand fürs Vaterland” uit 1933. Er staan vier jongens en een meisje in uniform in een militaire houding, terwijl een van hen een standaard met de hakenkruisvlag vasthoudt. Ernaast zit een hond, als teken van trouw, keurig rechtop.

Hij toont ook een plaatje uit een schoolboek uit 1943 dat Hitler tekent als de redder van het vaderland. De Führer staat in een open Mercedes en wordt toegejuicht door een grote groep kinderen die met een adorerende blik naar hem kijken. Opvallend zijn de banieren boven hun gestrekte armen en de moeder met het opgeheven kind vooraan.

„Je ziet dat Hitler contact maakt met de groep en dat de kinderen hem een hand willen geven. Hij had een enorm charisma”, zegt Groeneveld. „Hij bezat aantrekkingskracht op vrouwen en hij had een status die een popster tegenwoordig heeft. Hij was bereikbaar. Bij het hek van zijn huis op de Obersalzberg verzamelden zich dikwijls moeders met kinderen. Hitler maakte vaak een praatje met hen en nodigde dan een aantal kinderen uit om binnen te komen. Daar kregen ze wat te eten en te drinken en kregen ze een persoonlijke handtekening van Hitler. Dat alles maakte natuurlijk een geweldige indruk die ze de rest van hun leven niet meer vergaten.”

Plaatjes

Al die plaatjes hebben volgens Groeneveld aanzienlijk bijgedragen aan het ontstaan van een mentaliteit die het de nazi’s mogelijk maakte om door te vechten tot het einde. „De ouderen begonnen vanaf 1943 te twijfelen maar de jeugd bleef ”begeistert”. Een jongen die voor het eerst een uniform aantrok, zei tegen zichzelf: „Jetzt bin ich mehr wert” („Nu ben ik meer waard”).

Illustratief noemt hij het verhaal van Gregor Dorfmeister, een jongen van zestien jaar. Hij moest aan het einde van de oorlog met zeven klasgenoten in het Beierse Bad Tölz een brug bewaken over de rivier de Isar. Toen er allemaal vluchtende Duitse soldaten over de brug kwamen, was hij de enige van de acht die ervandoor ging. Toen hij terugkwam, waren zijn zeven klasgenoten gesneuveld. Twaalf jaar na de oorlog schreef hij een boek over wat hij meegemaakt had, ”Die Brücke”, dat later verfilmd is. Groeneveld: „Die kinderen waren duidelijk geïndoctrineerd door nazipropaganda.”

Gebeurt iets dergelijks nu nog?

„Het fenomeen van kindsoldaten tref je niet alleen aan in het Derde Rijk. Kijk maar naar de kindsoldaten van de rebellenbewegingen in Afrika en die van IS. Die laatsten worden ook door middel van filmpjes gemanipuleerd en zijn dan bereid zich dood te vechten voor hun ideaal.”

Is er in ons land sprake van propaganda?

„Het gebeurt meer dan je denkt, bijvoorbeeld in de marketing. Op Instagram wemelt het van de influencers: jongeren die door de commercie betaald worden om reclame te maken voor een bepaald merk kleding, schoenen of parfum. Jongeren die de filmpjes zien, hebben dat vaak niet in de gaten en worden zo ongemerkt beïnvloed.

Je komt het ook tegen in de politiek, onder andere in het klimaatdebat. Als je een foto ziet van afkalvend ijs en er staat bij dat het smeltend poolijs is, schrik je. Maar wie zegt dat het echt poolijs is? Ik herinner me ook beelden van mensen in Canada die zeehondjes aan het doodknuppelen waren. Je schrikt en kiest automatisch partij. Dat is juist de bedoeling van de makers van de beelden. Ik zeg niet dat de beelden niet waar zijn, maar wel dat je met beelden kunt manipuleren.”

Wat moeten we ertegen doen?

„Gelukkig is Nederland een democratie waarin voldoende tegenkrachten zijn, in tegenstelling tot veel andere landen, waar beelden nauwelijks weersproken worden. Het is wel nodig dat de jeugd kritisch leert nadenken, niet alleen over teksten maar ook over beelden die ze onder ogen krijgen, omdat die een directe werking op de emoties hebben.”

Boekgegevens

Hitlers jongste hoop. Nazipropaganda voor de jeugd, Gerard Groeneveld; uitg. Vantilt; 320 blz.; € 29,95.