Menselijke passie als enig houvast

Een belangrijke bron van Rascha Pepers nieuwste boek “Vingers van marsepein” is de biografie van Frederik Ruysch, de anatoom en onderzoeker uit de zeventiende/achttiende eeuw die wereldberoemd werd door zijn vaardigheid om te preparen en te onderzoeken. Gravure van Jan Wandelaar.

Titel: ”Vingers van marsepein”
Auteur: Rascha Peper
Uitgeverij: Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2008
ISBN 978 90 4680 382 0
Pagina’s: 317
Prijs: € 18,50.

Rascha Pepers zevende roman heet ”Vingers van marsepein” omdat de uitgever de door haar verzonnen titel ”De roze vingers van de dood” afkeurde. Dat de dood een belangrijk thema is voor Rascha Peper is wel duidelijk, maar de uitgever laat dat liever iets langer in het midden.

Een belangrijke bron van Pepers nieuwste boek is de biografie van Frederik Ruysch, de anatoom en onderzoeker uit de zeventiende/achttiende eeuw die wereldberoemd werd door zijn vaardigheid om te preparen en te onderzoeken. Bijzonder is dat een belangrijk deel van zijn collectie bewaard is gebleven. Op 79-jarige leeftijd verkocht Ruysch zijn verzameling van 2000 objecten namelijk aan tsaar Peter de Grote. Tot op heden zijn 900 objecten van de collectie bewaard gebleven in de Kunstkamera in Sint-Petersburg. Zijn persoon en verzameling staan centraal in Pepers verhaal.

De auteur heeft voor een meervoudig perspectief gekozen, zowel wat verhaalfiguren als wat tijd betreft. De ene verhaallijn speelt zich af in de achttiende eeuw, waarin we Ruysch aan het werk zien door de ogen van zijn tienjarige nichtje Bregtje. De andere maakt een tijdsprong van 300 jaar, naar het leven van Ben die met zijn vader en diens vriendin Rusland bezoekt en daar de collectie van Ruysch te zien krijgt.

De parallellen tussen de twee kinderen zijn duidelijk: beiden zijn eenlingen die observeren en niet echt deel uitmaken van hun peergroup. Daarnaast hebben ze allebei een broertje gehad dat niet meer leeft. Ze moeten zich allebei handhaven in de wereld van volwassenen waarin niet alles rozengeur en maneschijn is. En beiden krijgen te maken met een neushoorn die zijn hoorn afgestoten heeft.

Spionne
Bregtje is in het huis van haar oom terechtgekomen nadat haar ouders gestorven zijn aan de ”hete koorts”. Ze is bijzonder geboeid door het werk dat haar oom doet en als hij op een dag een neushoorn aangeboden krijgt, is ze bijna niet uit zijn buurt te krijgen. Haar positie daarbij is dubbelzinnig; naast toegewijde nicht is ze spionne. En die rol speelt ze met verve totdat ze ontdekt dat ze bedrogen is door haar opdrachtgever. Met haar wraakactie lijkt ze de weg terug naar haar familie af te snijden, totdat het tegendeel blijkt.

De tweede hoofdpersoon, Ben, lijkt heel veel op haar. Hij wordt door meerdere klasgenoten als een loser gezien, een watje. Zijn moeder biedt hem te weinig ruggensteun: sinds de dood van haar zoontje kan ze haar leven niet meer echt op orde krijgen. Zijn vader heeft het leven wél weer opgepakt en probeert zijn verdriet te vergeten met Sylvia, zijn nieuwe liefde.

Ben vat een passie op voor de resultaten van Ruysch’ ontledingswerk die hij aanschouwt in Rusland. En in een opwelling om zijn eigen kracht te bewijzen, maakt hij een noodsprong die maar ternauwernood goed afloopt.

Peper heeft in een interview gezegd dat ze de twee verhalen als afgerond geheel naast elkaar geschreven heeft, alvorens ze in elkaar te passen. Of het daaraan ligt, weet ik niet, maar de verhaallijnen blijven, hoewel zorgvuldig parallellen aangebracht zijn, onafhankelijke delen. Ze zijn allebei prachtig, Peper schrijft heel boeiend, maar ze hebben elkaar niet zo veel te vertellen. Daar kan de vermeende verschijning van Bregtje aan Ben in de vorm van een bleek Russisch meisje met blauwe sjaal 300 jaar later weinig aan veranderen. Het blijven boeiende, losstaande fragmenten.

Onbeschermd leven
Iemands passie beschrijven, daar is Peper goed in. Ze is wars van het geloof in een hogere macht en is van mening dat iedereen in deze wereld onbeschermd leeft. Bedreigingen van de kinderen van verschillende kanten zijn daar een onderdeel van. Haar personen zijn niet zo zwak dat ze er machteloos aan overgeleverd zijn; ze verzetten zich altijd zo veel als mogelijk is. Het enige houvast dat ze daarbij hebben, is de passie van de mens. Ruysch, en ook Bregtje, wordt totaal gefascineerd door de fraaiheid van de anatomie en later raakt Ben bevangen door diezelfde passie. Passie blijkt hun enige houvast te zijn, een houvast dat wel veel overeenkomsten laat zien met drijfzand. Hoe de romanfiguren daarmee omgaan, is een boeiend aspect van Pepers roman.

Storend vind ik de tamelijk hoge dosering aan impliciet of soms ook expliciet seksueel getinte passages. Peper is een vakbekwaam, aantrekkelijk auteur met een prachtige woordenschat en thematiek die dit facet gemakkelijk zou kunnen inruilen voor een beter. Want dat beide kinderen ’toevallig’ allebei op een negatieve manier te maken krijgen met seksualiteit is wat mij betreft een storende, slecht gedoseerde parallel. Misschien kan Peper in het vervolg deze kleine steken ophalen om nog beter vakwerk af te leveren. Want dat is de uitdaging van de passie.