Matthew Henry was een verlicht puriteins theoloog

Mattehw Henry. beeld The Congregational Memorial
2

Matthew Henry, de bekende Bijbelverklaarder, was vooral een apologeet. Dr. David Murray schetst hem zelfs als een ‘verlichte’ puritein die focust op redelijkheid, geluk en vreugde als effectieve aansporingen tot geloof.

Nee, Henry blijft een puritein, al is hij vertegenwoordiger van het late puritanisme, zo zet David Murray uiteen in zijn boek ”Matthew Henry (1662-1714): The Reasonableness and Pleasantness of Christianity” (De redelijkheid en aangenaamheid van het christendom), waarop hij vrijdag in Amsterdam promoveerde.

Maar Henry is in de eerste plaats een apologeet. Dat aspect is volgens Murray volkomen ondergesneeuwd. Zelfs een nieuw te verschijnen handboek over Henry dat dit jaar verschijnt –waarvan Murray meelezer was–, negeert dit perspectief. Al heeft zijn Bijbelcommentaar een pastorale en praktische insteek, gericht op persoonlijke vroomheid en praktische toepassing, ook dit werk is feitelijk ondergeschikt aan zijn apologetisch streven, adus Murray.

In zijn boek ”The Pleasantness of a Religious Life” (1714), dat Henry slechts 23 dagen voor zijn dood naar de drukker stuurde en dat in 2000 nog in het Nederlands verscheen onder de titel ”De vreugde van het geloven”, schrijft hij over zijn bijzondere liefde voor dit leerstuk: „De vreugde die er ligt in de dienst van God; ik heb iedere gelegenheid te baat genomen om dit te verkondigen.”

Voor Henry behoren de dienst aan God en de gemeenschap met Hem tot het meest aangename leven dat iemand kan leiden. Dat zegt iemand die in zijn persoonlijk leven met veel tegenslag te kampen had. Henry verloor twee echtgenotes en verschillende kinderen, maar vond desondanks steeds vreugde in God en hoop op Zijn genade.

Cultuur

Murray plaatst Henry in de context van een cultureel klimaat dat gestempeld was door de opkomst van natuurlijke theologie, deïsme en rationalisme. Invloedrijk was de stroming van de gematigde anglicanen, de ”Latitudinarians”, die de rede gebruikten als het meest effectieve instrument om de Bijbel en het christendom te promoten. Zij keerden zich daarmee tegen de ”enthousiasten”, onder meer aanwezig bij de non-conformisten (met hun accent op gevoel en ervaring), de rooms-katholieken (hun onderwerping aan de kerk) en de rationalisten (verheerlijking van de rede).

De Latitudinarians wilden de kerken verenigen rondom een eenvoudig en praktisch geloof. In dat kader moet Henry geplaatst worden, aldus Murray. In de tijd van Henry’s bevestiging tot predikant, in 1687, vormden de Latitudinarians de meest invloedrijke partij in de Kerk van Engeland. In 1689 publiceerde John Locke zijn beroemde brief over tolerantie, waarin hij een pleidooi voerde voor religieuze tolerantie als sleutel voor burgerlijke vrede. Later volgde zijn boek ”De redelijkheid van het christendom” (1695), waarin hij het mysterie van het geloof minimaliseerde tot enkele waarheidsuitspraken.

Henry’s eerste boek uit1690 gaat over het wezen van schisma, waarin hij christenen aanspoort om elkaar lief te hebben als een effectief en succesvol getuigenis naar de ongelovigen. Henry startte in 1696 een serie preken over „de redelijkheid om in waarheid religieus te zijn.” Deze serie weerspiegelde de toenmalige overtuiging dat de rede de beste manier was om het christendom te verbreiden. Religie was ook goed voor de samenleving. Henry steunde de oprichting van de ”Society for the Reformation of Manners” in 1698, waar hij de openingspreek van de bisschop van Chester bijwoonde.

Henry gaat uit van de redelijkheid van de religie. Rede en geloof vormen geen tegenstellingen. Rede en wetenschap zijn betrouwbare bronnen van kennis, mits ondergeschikt aan de Schrift. Henry was een aanhanger van de natuurlijke theologie en was daarin beïnvloed door Hugo de Groot. Dat neemt niet weg dat hij evenzeer de noodzaak van goddelijke openbaring benadrukte.

Het gaat in het geloof ten diepste om vreugde, blijdschap en geluk, zo was Henry’s overtuiging. Godsdienstige vreugde onderscheidt zich van alle andere ‘wereldse’ vreugden. Hij trekt dat ook door in zijn bekende boek over het avondmaal, dat hij beschrijft als een feest vol geestelijke vreugde. Hij waarschuwt zijn lezers voor de geestelijke nadelen om het avondmaal te verwaarlozen.

Henry streefde naar „zichtbare christelijke eenheid” (Murray) als middel om de christelijke religie te bevorderen. Hij wenste een coalitie van „gematigde en vreedzame” christenen. Hij stelde in een preek in Londen in 1704 dat zij die het genoegen hebben ervaren met andere christenen gemeenschap te hebben een geestelijke betrokkenheid kennen voor christenen wereldwijd. Hij minimaliseerde niet de christelijke leer noch maakte deze ondergeschikt aan de christelijke praktijk; wel benadrukte hij de christelijke ethiek en een heilig leven als zekere wegen tot het geluk, aldus Murray.

Evaluatie

Murray brengt een onbekende Henry voor het voetlicht. Hij noemt hem een irenicus die een cultureel „betrokken” apologetiek bracht. Henry gebruikte de natuurlijke theologie als „aanknopingspunt” met de cultuur en beschouwde deze als een brug naar de bijzondere openbaring. Hij week volgens Murray wel af van de gereformeerde orthodoxie door te stellen dat mensen gered konden worden met alleen natuurlijke theologie. Bovendien riskeerde zijn nadruk op de rede in het komen tot geloof soms het verkleinen van de diepte van de menselijke verdorvenheid en het onderwaarderen van het noodzakelijke en soevereine werk van de Heilige Geest, aldus Murray.

Beïnvloed door –de door calvinisten fel bestreden arminiaanse– Hugo de Groot keerde Henry zich tegen verdeelheid onder christenen en zocht hij hen bijeen te brengen rond belangrijke kernwaarheden, dit met het doel om de wereld te overtuigen. Hij was met De Groot gericht op wat verenigt in plaats van verdeelt, aldus Murray. Al ging De Groot veel verder in het ondergeschikt maken van de dogmatiek aan de ethiek.

Uiteindelijk gaat het Henry om de verkondiging van het christelijk geloof door de aantrekkelijkheid ervan te tonen. Dat aspect weegt voor hem zwaarder dan het leerstuk van de rechtvaardiging door het geloof, zo stelt Murray. Geen beter apologetisch argument voor Henry dan een heilig en goed leven. Dat werkt aanstekelijk, niet alleen voor de individuele mens maar voor de gehele samenleving en de natie.