Lot noorderling in handen lezer

Een gestut huis in de omgeving van Loppersum. De versterking en de verduurzaming van getroffen huizen is een alibi voor gaswinning, aldus Louis Schiller in "Gasland". beeld ANP, Jerry Lampen
3

Op Tweede Kerstdag 1986 beefde de aarde in Groningen voor het eerst. Ruim dertig jaar later nemen twee auteurs de schade op. Met een roman en een journalistiek verslag.

De kunst heeft zich het lot van de noorderling aangetrokken. In de afgelopen maanden verschenen twee boeken over de bevingsproblematiek in Groningen. ”Gasland” van schrijver en journalist Louis Stiller, en ”Schokland”, de vierde roman van Saskia Goldschmidt.

In Goldschmidts roman, met een hoofdrol voor het gezin Koridon, gaat het vooral over de passie voor het boerenbedrijf. Drie generaties bewoners van de historische kop-hals-rompboerderij Schokland verschijnen ten tonele: opa Zwier, zijn dochter Trijn en kleindochter Femke. Tegen de achtergrond van de bevingen is Femke vastbesloten om het melkveebedrijf anders te gaan aanpakken: ze wil bioboer worden.

Ondertussen worden de bevingen heftiger, met alle schade van dien. De aardschokken roepen protesten op van bewoners, die de scheuren in hun muren, het steeds dreigende gevaar en de trage hulp van instanties zat zijn.

”Gasland” is een informatief journalistiek verslag waarvan de titel hint naar de Amerikaanse documentaire uit 2010 over de schaliegaswinning in de Verenigde Staten. Stiller heeft zich duidelijk vastgebeten in de materie. Hij verhaalt uitgebreid over het ontstaan van ”gasland” (zoals hij Nederland dat in de ban is van gas noemt) en verklaart hoe het kan dat er ondanks de bevingen en de schade nog steeds naar gas geboord wordt. Zijn conclusie: de gasindustrie –met de NAM, De Maatschap Groningen en de Staat als hoofdrolspelers– is in nevelen gehuld. Nederland is een gasdictatuur.

Perspectief

Twee boeken dus over dezelfde problematiek. Waar liggen de verschillen? Allereerst op het niveau van het vertelperspectief. ”Schokland” heeft een merkwaardige combinatie van een auctoriaal en personaal perspectief. De verteller kijkt mee met zowel Zwier, Trijn als Femke maar de lezer weet van laatstgenoemde het meest. En dat heeft gevolgen voor de mate waarin hij of zij zich betrokken voelt bij het verhaal.

In ”Gasland” worden ook talloze spelers opgevoerd, maar nergens is het mogelijk een blik te werpen in de hoofden van deze mensen. Dat komt ook doordat de auteur zich er steeds tussen plaatst – Stiller gebruikt de ik-vorm.

Een ander verschil tussen de roman en het journalistieke verslag is het principe ”show, don’t tell” (vertel het niet, maar laat het zien). ”Schokland” toont de mensen achter de feiten. Als in ”Gasland” staat dat de grond in het Groninger hogeland tweehonderd keer beefde, maakt dat weinig indruk. Veel schokkender is de passage in ”Schokland” waarin Femke na een desastreuze beving in de wei uithuilt; het vee om haar heen. Daar is de roman op zijn best: „De koeien staan stil te kijken, met hun grote bolle ogen onder hun lange witte en zwarte wimpers, ze snuffelen met hun roze, snuivende snuiten, de oren bewegen van voor naar achteren.”

Ook in mate van nuance zijn de verschillen groot. ”Gasland” laat, in tegenstelling tot ”Schokland”, de bevingsproblematiek van meerdere kanten zien. In Groningen worden woningen die door bevingen zijn aangetast, vervangen door duurzame huizen. Maar dit is niet per se een verandering ten goede, laat een inwoner van Loppersum aan Schiller zien: door de warmtepomp en extreem goede isolatie is het klimaat in zijn woning veel te droog. Bovendien is de versterking en de verduurzaming van de getroffen huizen een alibi voor gaswinning, schetst Schiller: „Waarom zou je de gaswinning stoppen als dorpen en steden, straten en buurten, boerderijen en scholen versterkt zijn en op schokdempers staan?”

”Schokland” dwingt de lezer in de schoenen van de Koridons te gaan staan en daarmee in een stringent wij-zij-denken: de Groningers tegen de gasinstanties, de overheid en de ambtenarij. Gaandeweg het lezen dringt zich de vraag op of dit de andere partij recht doet.

Genadeloos

”Gasland” zet de verhoudingen anders neer. Simpel wij-zij-denken ontmaskert Schiller genadeloos. Volgens de journalist zijn niet alleen overheid en bedrijven schuldig aan de bevingen in Groningen, maar ook ‘wij’: de kiezers, bestuurders, journalisten en „al die anderen met meer of minder macht. Wij hadden die bevingsproblematiek veel eerder moeten aankaarten en veel krachtiger moeten veroordelen.”

Het is bovendien een constructief boek: het tweede deel schotelt de lezer zeven lessen voor die zouden leiden tot een betere toekomst in energiewinning. Les één: zorg dat de bevolking trots kan zijn op de energiewinning.

De lezer komt er in ”Gasland” niet zo makkelijk vanaf. En dat is misschien maar beter ook. Want, zoals Schiller terecht constateert, van de gaswinning profiteren bewoners van Loppersum niet méér dan bewoners van Schin op Geul (Limburg) of Geul op Cadzand (Zeeland). We zijn als Nederlanders allemaal verantwoordelijk voor de schade die Groningers lijden.

Daarom is het goed dat deze boeken er liggen. Hoewel de roman passages bevat die tegen de borst stuiten; de lesbische relatie die Femke aangaat voegt weinig toe aan de verhaallijn. En ook de vloeken doen afbreuk aan het verhaal. Daarmee verliest Goldschmidt lezers.

Ook Schiller bedient zich zo nu en dan van grof taalgebruik. Enerzijds om personages die hij opvoert te illustreren, anderzijds om uiting te geven aan zijn eigen frustraties.

”Schokland” wordt gepresenteerd als „de eerste grote roman over de gevolgen voor de bewoners van het aardbevingsgebied.” Dat schept hoge verwachtingen. Goldschmidts roman is zeker niet de ”Max Havelaar” van de aardbevingsproblematiek. Wel zet ”Schokland” de deuren van de Groninger huizen wagenwijd open, zodat de argeloze passant een blik naar binnen kan werpen.

Uitgebalanceerd

De beide boeken vullen elkaar aan. De aanklacht in ”Gasland” is groter, die in ”Schokland” menselijker.

”Gasland” is bevredigend voor wie een uitgebalanceerd verhaal over het ontstaan en de uitwassen van de gaswinning wil lezen. Maar wie zoekt naar gezichten achter de feiten, kan bij ”Schokland” terecht.

Boekgegevens

Schokland, Saskia Goldschmidt; uitg. Cossee; 317 blz.; € 19,99;

Gasland, Louis Stiller; uitg. De Geus; 272 blz.; € 18,99.