Loes Leeman van ”Vermist” brengt nog steeds vermissingen voor het voetlicht

Bij een vermissing zweven intens bezorgde ouders, familie en vrienden jarenlang tussen hoop en vrees. beeld iStock
2

Eindredactrice Loes Leeman legde zich niet neer bij de gedwongen stop in 2015 van tv-programma ”Vermist”. Ze broedde op een vervolg. Dat kwam er. In boekvorm.

De ondertitel van het boek, ”Twintig spraakmakende vermissingen”, had gemakkelijk allerlei andere bijvoeglijke naamwoorden kunnen hebben. Zoals hartverscheurend. Of ontroerend. Of beide.

Neem de vermissingszaak van Paula Hofstra, die bij haar geboorte door een ziekenhuis in Ecuador wordt weggegeven ter adoptie in Nederland. Moeder Gabriela heeft weinig geld en zwerft haar hele leven door de sloppenwijken en over de straat. Hoe de twee elkaar na 37 jaar via het programma ”Vermist” terugvinden, is met gemak ontroerend te noemen. Door deze twintig vermissingen raakt de lezer onder de indruk van de inzet en het doorzettingsvermogen van het opsporingsteam.

”Vermist” is indringend, aangrijpend en invoelend geschreven. De lezer leeft met de gevoelens van de achterblijvers mee. Vooral de knagende onzekerheid hakt erin. Het eerste hoofdstuk, toepasselijk ”Hoop” genoemd, is hier een voorbeeld van.

De 25-jarige Oscar Hogendorp vertrekt definitief uit Nederland. Hij laat een brief achter en daarna hoort de familie nooit meer iets van hem. Na 25 jaar zoeken, zweven intens bezorgde ouders, familie en vrienden nog altijd tussen hoop en vrees. „Tweeënhalve decennia van doffe berusting”, schrijft Leeman.

Twintig vermissingszaken kunnen een te grote opgave zijn voor de gemiddelde lezer, juist omdat de verhalen zo veel gevoelens en emoties kunnen losmaken. Zoals bijvoorbeeld het vermissingsverhaal van de 7-jarige Carolien uit Zwolle. Caroliens moeder, Jolanda, krijgt na 21 dagen van de politie te horen dat haar dochter is teruggevonden. Misbruikt en gewurgd. Als de rechercheur dit komt vertellen, kan de lezer haar verdriet voor zich zien: „Haar verdriet is zo groot dat ze niet eens kan huilen. Er komt een piepend geluid uit haar keel. Zo klinkt een moeder die haar kind verloren is. Niemand kan op dat moment troost bieden… (…) Ze gilt.”

Criminalitiet

Sommige verhalen bevatten een aantal vloeken of grove woorden. De reden daarvoor zou kunnen zijn dat een aantal verhalen zich afspeelt binnen de criminaliteit.

Zoals het verhaal over het 2-jarige meisje Mariska, dat verdwijnt nadat haar vader Bertus haar opgehaald heeft. Zelf is hij crimineel, pooier en pedofiel, terwijl de moeder van Mariska, Wanda, prostituee is en drugs gebruikt. Toch waren deze vloeken en scheldwoorden niet nodig geweest om de verhalen sterker te maken. Als dat al zou kunnen.

Opvallend is dat de namen en plaatsnamen in het boek zijn gefingeerd. Om privacyredenen. Voor een aantal zaken zal deze maatregel helpen, maar van veel zaken zijn de namen via internet gemakkelijk te achterhalen.

Zo gaat het laatste hoofdstuk over het ”Snelwegmeisje”, verdwenen in 1975. Een echtpaar vindt langs de A12 het lichaam van een jonge vrouw. Google levert bij deze gegevens talloze hits. Die leiden al snel naar het Heulmeisje. Niemand weet tot nog toe wie het Heulmeisje is, maar de naam van het in 1975 weggelopen meisje wordt zo wel duidelijk.

Door namen te fingeren mist het boek mogelijk zijn doel. In het voorwoord zegt Jongbloed te hopen op „hernieuwde belangstelling voor langlopende zaken.” De geïnteresseerde lezer zal vooral hopen dat een van de scenario’s zijn familie of gezin niet overkomt. Hoewel ”Vermist” een spannend en aangrijpend boek is, lijkt het de aandacht voor deze concrete zaken niet te vergroten.

Boekgegevens

Vermist. Twintig spraakmakende vermissingen, Loes Leeman; uitg. Ambo/Anthos; 256 blz.; € 20,-