Licht op dé held van de jihadisten: Ibn Taimiyya

3

Wie zich in de jihadistische scene verdiept, stuit keer op keer op dezelfde naam: die van de 13e-eeuwse rechtsfilosoof Ibn Taymiyya. Een belangrijk boek van hem is nu in het Nederlands vertaald, zodat iedereen zelf een mening over hem kan vormen.

De Nederlandse titel van het oorspronkelijke werk van Ahmad ibn Taymiyya (1263-1328) is ”Bid, vecht en heers” geworden. Het is vertaald door Machteld Allan, rechtsfilosofe aan de Rijksuniversiteit Leiden. Niemand minder dan de vermaarde islamcriticus Ayaan Hirsi Ali, die ooit in Nederland woonde, voorzag het van een voorwoord.

De vertaling is zonder meer verdienstelijk, want er is niet zo heel veel islamitische bronliteratuur beschikbaar in het Nederlands. Toch is de invloed van dergelijke literatuur immens. Het is bijvoorbeeld een simpel feit dat veel islamitische terroristen hun inspiratie ontlenen aan Ibn Taymiyya, of, als dat te ingewikkeld is, van latere islamitische radicalen die zich op hem beroepen.

Neem Anwar al-Awlaki, een terrorist die jaren geleden door de VS in Jemen werd vermoord. Hij beheerste perfect Engels en bombardeerde YouTube met lezingen en adviezen. ”De Bin-Laden van internet”, werd hij wel genoemd. Talloze jonge jihadisten en zelfs gewone salafisten die niet snel zelf naar geweld zullen grijpen, laven zich aan zijn preken. Maar wie is de grote inspiratiebron van al dat verbale geweld? Inderdaad, dezelfde Ibn Taymiyya.

Ook de ex-jihadist Dennis Honing keek ooit hoog op tegen de middeleeuwse schriftgeleerde. „We gingen best ver. De middeleeuwse geleerde Ibn Taymiyya, die heel radicaal was in de richting van niet-moslims, was een held voor ons. Ik las hem met plezier”, zei hij in 2015 in het Reformatorisch Dagblad.

Er zijn nog vele andere beruchte namen uit de jihadistische scene te noemen die Ibn Taymiyya als inspiratiebron namen. Ayaan Hirsi Ali staat vooral stil bij degene die in haar Nederlandse tijd heel veel stof deed opwaaien: Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. B. spietste in 2004 een dreigbrief vast op het ontzielde lichaam van Van Gogh die was gericht aan Ayaan Hirsi Ali.

Kort voor zijn terreuraanslag had B. persoonlijk een tekst van Ibn Taymiyya vertaald. De titel daarvan laat weinig aan de verbeelding over: ”Verplichting tot het doden van degene die de profeet uitscheldt”. Hoeveel duidelijker kan iemands inspiratiebron zijn?

Beslagen ten ijs

Datzelfde geldt voor de grondlegger van al-Qaida (Osama bin Laden), voor de topfiguren van de moslimbroederschap (Hassan al-Banna, Sayyid Qutb, Yusuf al-Qaradawi), voor de grondlegger van het Saudische wahabisme (Mohammed ibn Abdul Wahab) en voor de kalief van Islamitische Staat (Abu Bakr al-Baghdadi).

Wie de motieven van deze en vele andere hedendaagse gewelddadige of geweldloze jihadisten, salafisten en islamisten wil begrijpen, doet er dus goed aan deze islamitische geleerde te bestuderen. Het is eigenlijk net als met de Koran, waarvan Maarten Luther zei dat die vertaald moest worden in de volkstaal zodat mensen die de islam willen weerleggen in elk geval beslagen ten ijs komen.

Natuurlijk zijn er verschillen. De motieven van Allan zijn niet religieus, zoals bij Luther, maar wetenschappelijk en misschien zelfs wel politiek. Ze vindt het belangrijk dat de bronnen van de islam breed bekend zijn en trekt daarbij ergens een vergelijking met nazipropaganda, waarvan je de kwaliteit kunt bewonderen zonder ermee in te stemmen.

Islamcriticus

Allan is bezig met een promotieonderzoek naar Ibn Taymiyya aan de Universiteit Leiden onder leiding van Afshin Ellian, die bekendstaat als een zeer uitgesproken islamcriticus. En dat geldt nog meer voor Ayaan Hirsi Ali, die het voorwoord schreef. Zelf houdt Allan zich in haar inleiding die voorafgaat aan de vertaling overigens helemaal bij de wetenschappelijke leest. Het levert een helder betoog op dat het hedendaagse belang van Ibn Taymiyya goed beargumenteerd onderstreept.

Wat zegt Ibn Taymiyya nu precies dat voor zo veel extremistische moslims vandaag de dag nog steeds de moeite waard is? Het belangrijkste element, zijn ”geheime wapen”, is het concept van takfir. Dat wil zeggen dat je andere moslims tot ongelovigen kunt verklaren en je dus een religieuze vrijbrief hebt om hen te bestrijden.

De ontwikkeling van dat concept wordt begrijpelijk voor wie naar de biografie van Ibn Taymiyya kijkt. Hij leefde in een periode waarin het verval van de islam snel om zich heen greep. Vijf jaar voor zijn geboorte, in 1258, namen Mongoolse hordes Bagdad in. Dat was tot dan dé hoofdstad van het islamitische rijk, die met al zijn pracht en praal de islamitische gouden eeuwen representeerde. De val van die stad is te vergelijken met wat het verlies van Constantinopel voor de christelijke wereld betekent – hoewel de veroveraars, de Mongolen, in naam zelf ook islamitisch waren.

Ook persoonlijk ondervond Ibn Taymiyya de kwade bedoelingen van de Mongolen. Als jongetje van zes vluchtte hij met zijn ouders voor de Mongolen vanuit wat nu Turkije is naar Damascus. Daar ontpopte hij zich als een islamitische hardliner. Als rechtsgeleerde vond hij dat alle ballast uit de islamitische geschiedenis overboord moest. Alles wat telt is de Koran en de soenna (de tradities van Mohammed). De daaruit voortkomende sharia, de islamitische wet, stond voor hem dan ook boven alles.

Maar wat te doen met de Mongoolse hordes? Het beste zou zijn ze te bevechten, maar de islamitische bronnen staan niet toe om andere moslims te beoorlogen. Ibn Taymiyya vond een oplossing om de gehate Mongolen tóch van repliek te kunnen dienen. Ze volgen hun eigen wetten boven de sharia, stelde hij. Het gevolg: de Mongolen zijn geen moslims meer, maar afvalligen en ongelovigen – kafirs. En die mag je bevechten, daar zijn de bronnen helder over.

Het is deze vondst van takfir die als een rode draad door de geschiedenis van het jihadisme loopt, vooral binnen de islamitische wereld zelf. Het vormt een belangrijke verklaring waarom regimes als die van Saudi-Arabië gezworen aartsvijanden zijn van de moslimbroederschap. Saudi-Arabië mag dan door de buitenwereld als uiterst conservatief en streng islamitisch worden beschouwd, daar denken sommige moslimbroeders en salafisten heel anders over. Die zien vooral dat het koningshuis sterk verwesterd is – waar ze beslist een punt hebben. Om dat volgens de regels van de islam te kunnen veranderen, passen sommigen de stap toe om de Saudische vorsten tot afvalligen te bestempelen. Ze passen takfir toe. De weg ligt dan open om hen te bevechten, want ongelovigen mogen immers worden bevochten – daar zijn de islamitische bronnen niet onduidelijk over.

Revoluties

Het door Allan vertaalde boekje van Ibn Taymiyya opent overigens niet zomaar de weg tot allerlei islamitische revoluties. Integendeel. De islamgeleerde schrijft in het werk: „Zestig jaar heerschappij van een tiran is beter dan één nacht zonder machthebber. De ervaring bewijst dit.” In plaats daarvan wil het boekje oproepen tot een hervorming van de bestaande structuren, zodat de eeuwige verordeningen van Allah door de staat in alle aspecten van het dagelijks leven worden toegepast. In die omstandigheden is het vooral de staat zélf die takfir toepast, op individuen die onder zijn macht vallen – wat vanzelfsprekend evenmin een aanlokkelijk vooruitzicht is, vooral niet voor ex-moslims.

Dat is vooral wat dit boekje wil meegeven: de staat die Ibn Taymiyya als ideaal ziet, en tallozen in zijn kielzog, is heel wat minder ideaal voor niet-moslims. Wie wil weten hoe Ibn Taymiyya die staat tot in details voor zich ziet, doet er goed aan dit boek te bestuderen. Mede door het uitstekende notenapparaat verschaft het een goede toegang tot een brontekst die anders voor velen gesloten zou zijn geweest.

Boekgegevens

Bid, vecht en heers. Regeren in overeenstemming met Allahs Wet ter hervorming van de herder en de kudde, Taqi al-Din Ahmad ibn Taymiyya (vertaald door Machteld Allan); uitg. Prometheus; 280 blz.; € 24,99