„Lastig mannetje” op de Amsterdamse wallen

Frits Rouvoet zet zich op de wallen in Amseterdam in voor vrouwen die slachtoffer zijn van mensenhandel en prostitutie. beeld RD, Anton Dommerholt
2

Hij is geraakt door het leed van vrouwen die slachtoffer zijn van mensenhandel en prostitutie. Met de organisatie Bright Fame zet Frits Rouvoet zich vol overgave voor hen in, op de wallen in Amsterdam.

Onder de titel ”U ook hier?! Frits Rouvoet op de Wallen” tekende Peter de Bruijne „het waargebeurde verhaal achter Bright Fame” op. In 22 hoofdstukken komen behalve Frits zelf onder anderen zijn vrouw Jacqueline en dochter Petra aan het woord. Ook sprak de auteur met Frits’ broer André Rouvoet, voormalig leider van de ChristenUnie, en met de huidige CU-leider, Gert-Jan Segers, evenals met ex-prostituees en medewerkers van Bright Fame.

Het eerste hoofdstuk gaat over Robin, die in Zuid-Korea zou zijn geboren als ongewenst kind van een prostituee. Ze werd geadopteerd door Nederlanders, viel ten prooi aan jongens die haar misbruikten en belandde achter een raam op de wallen in Amsterdam. In een christelijk opvangcentrum beroofde ze zich van het leven, nadat een psycholoog haar had verteld dat haar pooier alle aanklachten had ontkend tegenover de politie en was vrijgelaten.

Voor Frits en Jacqueline Rouvoet is „de tragische dood van Robin” de reden om „ons helemaal toe te wijden aan vrouwen die in de prostitutie zijn beland.” Ze noemen hun organisatie naar Robin. In het Engels betekent die naam ”bright fame” (schitterend door roem). Door uiteenlopende ervaringen weet Rouvoet „heel zeker dat God ons voor de vrouwen op de Wallen heeft geroepen.”

Bright Fame werkt bewust zonder overheidssubsidie, mede om de vrouwen vrij te kunnen vertellen „over de levende God die onvoorwaardelijk van ze houdt.” Rouvoet heeft bovendien een eigen kijk op regels en protocollen die in zijn optiek bij andere organisaties te veel op de voorgrond staan. Het werk van Bright Fame kent „een nogal eigenzinnige aanpak”, ziet ook Gert-Jan Segers. „Dat geeft het werk een bepaalde charme, maar houdt ook een zeker risico in. Protocollen zijn er immers niets voor niets.”

Pinkstergemeente

Voordat Rouvoet Bright Fame opricht, werkt hij onder meer in een groentezaak en een slijterij. In die laatste periode kampt hij enige tijd met een gokverslaving. Hij krijgt op staande voet ontslag als ontdekt wordt dat hij geld uit de kas van zijn baas steelt.

Rouvoet groeit op in een christelijk gereformeerd gezin in Hilversum. Dat hij zich laat overdopen, kost zijn ouders moeite, vertelt broer André Roevoet. Hun huwelijk laten Frits en Jacqueline in 1988 bevestigen in een pinkstergemeente. In de loop der jaren veranderen ze een paar keer van gemeente, soms na een periode van problemen. Hun afscheid van de Berea-gemeente zien ze echter niet „als een negatieve reactie op wat er allemaal was gebeurd.” „God vond dat we een nieuwe weg moesten inslaan”, is hun overtuiging.

Het boek geeft een beeld van zowel de persoon en het leven van Rouvoet als van de wereld van hulpverlening aan –vooral– vrouwen in de wereld van prostitutie. De auteur schetst voorbeelden van prostituees die braken met hun werk en in de Heere Jezus gingen geloven. Daarbij geven de mensen van Bright Fame telkens aan dit niet hún verdienste is. „Jij kunt wel je steentje bijdragen, maar het blijft Gods werk.”

De titel ”U ook hier?” is ontleend aan een uitspraak van een prostituee die Rouvoet en een medewerker in een cafeetje ontmoet. Ze noemt daarbij in één adem de Naam van Jezus, wat klinkt als een vloek. De barkeeper merkt op dat Frits Jezus niet is, „maar ze werken wel goed samen.”

Ex-prostituee Trees noemt Rouvoet „een lastig mannetje.” Ze ging vaak met hem in discussie, toen ze nog „blij” was met haar werk. Aan het eind bad hij voor haar. „Het kan geen kwaad”, zei Trees dan. Later heeft ze zich laten dopen, „maar dat wil niet zeggen dat ik een brave christelijke kerkganger ben.”

In het boek klinken veel loftuitingen over Rouvoet. „Frits vervult voor veel vrouwen de vaderrol. De man die geneest wat andere mannen kapot hebben gemaakt”, zegt iemand. Een ander vertelt dat onder de handen van Frits vrouwen zijn „genezen of bevrijd” van angsten en demonen. „Soms komen mensen spontaan tot bekering. Frits wandelt echt in het bovennatuurlijke, zonder dat je dat direct aan hem ziet.”

Rouvoet zelf laat zich intussen kritisch uit over de kerk. „In de gemiddelde kerk staat de zondagse eredienst centraal. Maar eigenlijk gaat het daar niet om. Het gaat erom dat je als kinderen van God midden in de maatschappij staat om het Koninkrijk van God zichtbaar te maken. (...) We zouden als kerk veel zichtbaarder moeten zijn op straat.” Of: „Buitenstaanders meenemen naar de kerk is geen optie. Toen ik mijn buurman een keer meenam, was hij voorgoed genezen. Die man komt waarschijnlijk nooit meer in een kerk.”

Met zulke opmerkingen doet hij onvoldoende recht aan de waarde van de eredienst en aan de complexe vragen over missionair kerk-zijn. Het lezen van dit boek geeft bovendien soms een wat ongemakkelijk gevoel als er kritische geluiden klinken richting met name genoemde organisaties en personen die hun kant van het verhaal niet kwijt kunnen.

Dat laat onverlet dat deze uitgave tot nadenken stemt, ook over thema’s als de seksualisering van de maatschappij en het „man-zijn zoals God het heeft bedoeld.” Maar vooral brengt het de complexe wereld van (hulp aan) prostituees dichtbij, waarvoor een christen de ogen niet mag sluiten.

Boekgegevens

U ook hier?! Frits Rouvoet op de Wallen. Het waargebeurde verhaal achter Bright Fame, Peter de Bruijne; uitg. Scholten; 260 blz.; € 15,-