Koloniale verleden was meer dan slavernij

beeld Rijksmuseum
2

De kunstenaar Rembrandt van Rijn liet zich inspireren door Indiase miniaturen. Andersom lieten Indiase schilders zich beïnvloeden door Vlaamse en Nederlandse prenten. Jammer dat daar niet wat meer oog voor is, vindt prof. Jos Gommans.

Volgens de hoogleraar koloniale geschiedenis en wereldgeschiedenis (Leiden) gaat het in discussies meestal over de keerzijde van ‘ons’ koloniale verleden in onder meer India; slavenhandel, zelfverrijking en uitbuiting. Hoe waar wellicht ook, zeker gezien door de 21e-eeuwse bril van de westerling, er was méér in de Gouden Eeuw. Er had een „fascinerende culturele dialoog” plaats tussen Nederland en India.

Gommans schreef het zevende boek in de Landenreeks van het Amsterdamse Rijksmuseum. Met de serie boeken wil het Rijksmuseum ook aandacht vestigen op de eigen collectie. „Je zoekt steeds wegen om die collectie voor het voetlicht te brengen. De allermooiste stukken krijgen een plaats in de museumzalen, maar er blijft nog zo veel moois over. Het is jammer om dat in depots te laten verstoffen”, aldus het hoofd geschiedenis, Martine Gosselink, bij de uitgave van deel 1, over Ghana (2013).

Bloei

Het Rijksmuseum bezit een grote collectie voorwerpen over de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de Verenigde West-Indische Compagnie (WIC) en over de gebiedsdelen die ooit tot Nederland behoorden, van de 17e eeuw tot diep in de 20e eeuw. Objecten met een eigen geschiedenis, maar die gezamenlijk het verhaal van een land vertellen. Het gaat niet alleen om kaarten, tekeningen, gravures en schilderijen, maar ook om gebruiksvoorwerpen en sieraden, soms een foto, waarachter een verhaal schuilgaat.

Zowel Nederland als India beleefde in de zeventiende eeuw een periode van economische voorspoed en culturele bloei. Tijdens deze gedeelde Gouden Eeuw werden beide landen meegezogen in de toenemende globalisering. Beide groeiden uit tot wereldrijken. De brug tussen de landen vormde de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

Textiel

Er ontstond een wisselwerking, niet alleen op het gebied van handel, maar ook was er een intellectuele en kunstzinnige onderstroom die de landen met elkaar verbond. Terwijl het Indiase textiel voor een kleine revolutie in het Nederlandse consumptiepatroon zorgde, droeg de VOC met haar edelmetalen bij aan de monetaire stabiliteit van het Indiase Mogolrijk.

”De verborgen wereld” geeft gedetailleerd inzicht in de Indiase cultuur vanaf 1550. Enige voorkennis is bij het lezen wel gewenst.

Inmiddels verschenen er boeken over het gedeelde verleden van Nederland en Indonesië, Japan, China, India, Sri Lanka, Zuid-Afrika en Ghana. Het laatste deel van de serie gaat over Suriname en is in voorbereiding.

Boekgegevens

”De verborgen wereld. Nederland en India vanaf 1550”, Jos Gommans; uitg. Rijksmuseum/VanTilt, Amsterdam/Nijmegen, 2018; ISBN 978 94 6004 373 4; 272 blz.; € 24,50.