Kinderboekenweekgeschenk ”Haaientanden” van Anna Woltz: humoristisch én ingetogen en de moeite waard

Illustratie uit "Haaientanden". beeld Maartje Kuiper
4

In het Kinderboekenweekgeschenk ”Haaientanden” zit humor. Maar het is óók ingetogen en fijngevoelig. Volgens auteur Anna Woltz moet elke zin een functie hebben – anders sneuvelt hij. Die houding leidde tot een schitterend eindresultaat.

„Kinderen vind ik een stuk leuker dan volwassenen”, zei Anna Woltz (1981), auteur van het Kinderboekenweekgeschenk, twee jaar terug in een interview. „Mijn hoofdpersonen zijn aan de ene kant heel volwassen en gaan steeds beter snappen hoe de wereld in elkaar zit, maar aan de andere kant denken ze soms ook nog: „Hoezo is dat dan eigenlijk?””

Bij de twee hoofdpersonen in ”Haaientanden” is dat niet anders. De elfjarige ik-verteller Atlanta vertrekt op haar fiets vanuit Enkhuizen. Haar doel: in 24 uur rond het IJsselmeer fietsen. Na 4,9 kilometer knalt ze keihard tegen een jongen aan.

Deze jongen, Finley, wil weten hoe Atlanta aan haar naam komt. „Mijn vader en moeder wilden van Europa naar Amerika zeilen”, legt Atlanta uit. „De hele Atlantische Oceaan over. Maar voor ze konden vertrekken kregen ze mij. En toen was ik het plan.”

Medicijnen

Na wat strubbelingen besluiten Atlanta en Finley samen verder te fietsen. Tijdens de lunch (op 40,7 kilometer) pakt Finley een donker zakje, het enige voorwerp dat hij mee heeft, en maakt het open. „Haaientanden”, zegt hij zacht. „Mijn moeder heeft ze gevonden toen ze door Amerika reisde. Ze brengen geluk. Dat denkt ze in elk geval.”

Atlanta en Finley hebben allebei problemen met hun moeder. Finley vertelt hier heel open over: „Ze heeft spijt van me.” Atlanta stopt haar gevoelens het liefst ver weg: „Aan het begin van de Afsluitdijk waren sluizen. Reusachtige metalen deuren die ervoor zorgen dat de zoute zee niet zomaar het IJsselmeer instroomt. Zulke deuren heb ik nodig in mijn hoofd. Een moedersluis. Alles over mama moet achter de deuren blijven.”

Pas later wordt ze eerlijk en vertelt ze dat haar moeder al zeven maanden borstkanker heeft en dat morgen blijkt of de kuren hebben geholpen. Daarom is ze ook aan deze lange en zware fietstocht begonnen: „Mijn moeder voelt zich al maanden verrot door alle medicijnen, vandaag is het mijn beurt. Laat mijn spieren branden, mijn longen gloeien, mijn schouders steken.”

Trefzeker

Woltz, van wie in 2002 het eerste kinderboek verscheen, won met haar werk al meerdere prijzen. ”Gips” (2015) werd bekroond met de Gouden Griffel en ”Alaska” (2016) met een Zilveren. In het Kinderboekenweekgeschenk beschrijft ze in trefzekere en mooie woorden de reis van twee kinderen, waarbij Finley uiteindelijk tegen Atlanta zegt: „Ik dacht steeds dat je ergens naartoe ging. Maar je bent echt gek! Je wilt 360 kilometer fietsen om weer uit te komen waar je begon...”

De reactie van Atlanta is mooi om te lezen: „Opeens voel ik een brok in mijn keel. Want dat is precies wat ik wil. Ik wil uitkomen waar ik begon. Bij de lachende vader. De lachende moeder. En het meisje dat dacht dat het altijd vakantie was.” Het verhaal zelf is raak vanaf de eerste regel. „Sommige zinnen zijn wel honderd keer herschreven”, vertelde Woltz in een interview. „Elke zin moet een functie hebben, anders gaat-ie weg.” Dat merk je in dit boek. ”Haaientanden” is, met name door de schitterende schrijfstijl, een boek dat je iedereen wilt aanraden. Juist daarom is het zo jammer dat er, ondanks Woltz’ zorgvuldige omgang met taal, een bastaardvloek in het boek is terechtgekomen.

De onderlinge gesprekken tussen Atlanta en Finley zijn rechtstreeks en daardoor zo herkenbaar voor jongeren. Aan humor ontbreekt het ook niet. Zo heeft Finley uit naam van de directeur een mailtje verstuurd, over pleindaten voor gescheiden ouders. Per ongeluk wordt dit mailtje vol bijzonderheden over zijn moeder naar de hele school gestuurd, in plaats van naar alleen zijn moeder. Op andere momenten is Woltz juist weer heel ingetogen en fijngevoelig in het beschrijven van gevoelens.

Alle hoofdstukken geven aan hoeveel kilometer Atlanta van huis is. In het laatste hoofdstuk, dat bijna een jaar later speelt, heeft ze 1158,9 kilometer afgelegd en vaart ze met haar ouders op de Atlantische Oceaan. Is ze inderdaad uitgekomen waar ze begon, zoals Finley opmerkte? Zelf zegt ze: „Ik ben niet meer het meisje dat denkt dat het altijd vakantie is. Ik weet dat dit weer voorbijgaat.”

Citaat uit ”Haaientanden”

„We komen bij een kruispunt en ik zie een rij haaientanden oplichten. Van die witte driehoeken op het asfalt, die zeggen dat je voorrang moet geven.

Uitgeput kijk ik ernaar. Sinds mama ziek is, staat de hele wereld vol met haaientanden. Het is simpel: kanker krijgt altijd voorrang.

Beter worden is belangrijker dan voetbalwedstrijden, vakanties, zeiltochten en filmavonden. Dat snap ik natuurlijk. Maar soms deed ik gewoon alsof ik de haaientanden niet zag. Ging ik tóch zwemmen met vriendinnen, terwijl mama ziek op de bank lag. Bleef ik extra lang bij Noor. En achteraf had ik altijd spijt.

Hijgend ploeteren we verder. Langs donker riet en zwarte weilanden. Langs een informatiebord dat onder aan de dijk staat en oplicht door mijn lampjes.”

Boekgegevens

Haaientanden, Anna Woltz; uitg CPNB; 96 blz.; gratis bij aankoop van minimaal 10 euro Nederlandstalige kinderboeken in de Kinderboekenweek van 2 tot en met 13 oktober