Kierkegaards pleidooi voor authentieke christenen

Andries Visser en Lineke Buijs zijn sinds het midden van de negentiger jaren bezig met het vertalen van werken van de Deense denker Søren Kierkegaard.  beeld RD
4

Het hart van Søren Kierkegaard (1813-1855) klopt in deze kernvraag: Hoe word ik een christen? De Deense denker waarschuwt voor een kerk die gevestigde orde wordt en zo verstart, aldus Kierkegaardvertalers Andries Visser en Lineke Buijs.

Een wonderlijke ontmoeting in een noordelijke uithoek van Groningen, dicht bij de Waddenzee. Ulrum is bekend, als oorspronkelijk afgescheiden bolwerk; het nabijgelegen Usquert is dat nauwelijks. Hier zijn Andries Visser (1947) en zijn vrouw Lineke Buijs (1948) in 2012 neergestreken. Het echtpaar is sinds de jaren tachtig bezig met de Deense denker en sinds het midden van de negentiger jaren ook met het vertalen van zijn werken. Ze leerden er speciaal Deens voor. Al meer dan vijftien jaar organiseren zij lees- en gesprekskringen op verschillende plaatsen in Nederland.

De achtergrond van beide vertalers is bijzonder. Visser is wiskundige en filosoof. Van huis uit was hij baptist en na theologische studies enkele jaren baptistenpredikant in Amsterdam. Buijs is theoloog en vertaler. Zij deed op latere leeftijd de kerkelijke opleiding aan het Doopsgezind Seminarium, en werkte een aantal jaren als doopsgezind predikant in Zwolle en Zeist. Momenteel kerken zij in de protestantse gemeente van Huizinge.

Het begrip angst

Het echtpaar heeft ondertussen een zestal deeltjes ”opbouwende toespraken” van Kierkegaard vertaald. Daarnaast het indrukwekkende ”Wat de liefde doet”, en enkele van zijn pseudonieme werken. Recent zetten de twee zich aan de vertaling van ”Het begrip angst”. Kierkegaard schreef dat onder het pseudoniem Vigilius Haufniensis (de waakzame van Kopenhagen). Omdat Kierkegaard zeer hechtte aan het verschil tussen zijn pseudonieme werken en de werken die hij onder eigen naam schreef, staat de naam van Kierkegaard niet op de omslag. Pseudonieme werken beschrijven specifieke bestaanswijzen van de mens op een bijzondere (en soms eenzijdige) wijze. Kierkegaard verkent op deze manier de verschillende ”stadia op de levensweg”, facetten van het menselijk bestaan. Hij is er onder andere van overtuigd dat ieder mens religieus is, een innerlijk leven heeft waaraan aandacht besteed moet worden.

”Het begrip angst” is een van de moeilijkste werken van Kierkegaard. Haast ironisch noemt Kierkegaard het „een eenvoudige psychologische overweging die verwijst naar het dogmatisch probleem van de erfzonde.” Het boek beschrijft hoe de vrijheid van de mens verloren gaat in de angst die hem ten val brengt in de zonde, en weer hersteld wordt door het geloof. Visser en Buijs publiceerden met de vertaling ook een leesgids waarin dit werk uitvoerig geannoteerd wordt. Dat deed het echtpaar al eerder met Kierkegaards (pseudonieme) publicatie ”De herhaling”.

Buijs: „Angst is vormend voor de mens omdat die te maken heeft met de vrijheid. Angst is niet iets waar je van af moet, maar waar je doorheen moet. Niet iets om te ontlopen, maar om mee aan de slag te gaan! Kierkegaard vond dat er vanuit christelijke hoek te weinig aandacht was voor de psychologische kant van het geloof. Hij heeft daarom veel aandacht gegeven aan de ziel.”

Visser: „Het boek van Kierkegaard is letterlijk dood van de pers gevallen. Er verscheen geen enkele recensie. Niemand die het boek citeerde. Tijdgenoten negeerden het. De psychologische werken die Kierkegaard schreef, boeken als ”De ziekte tot de dood” en ”Het begrip angst”, zijn echter nog steeds actueel. De meeste psychologieboeken uit die tijd zijn vergeten, maar die van Kierkegaard niet. Angst en vertwijfeling zijn de vraagstukken die onze maatschappij nog steeds tekenen.”

U bent al bijna dertig jaar bezig met Kierkegaard. Wat trekt u aan in hem?

Visser: „Je stuit bij Kierkegaard op iemand bij wie je niet het verstand op nul hoeft te zetten. Hij beweegt zich voortdurend op het grensvlak van geloven en denken. Kierkegaard wordt daarom volkomen ten onrechte voor irrationalist uitgemaakt. Hij wil juist dat het denken ten volle aan zijn trekken komt. Het probleem in de wetenschap is volgens Kierkegaard dat het denken hoger aangeschreven staat dan fantasie en dergelijke. Dan speelt men gevoel en fantasie uit tegen het denken. Ze zijn echter nevengeschikt, zegt hij, gelijkwaardig. En als het denken zich te veel verheft, dan wreekt zich dat bij de wetenschapper. Als er geen aandacht is voor gevoel en fantasie, dan is hij zelfs een slechte wetenschapper.”

Buijs: „Fantasie, gevoel en denken moeten bij hem alle aan de orde komen. Kierkegaard heeft een mensvisie die voor iedereen relevant is. De religieuze dimensie is voor hem een uitgemaakte zaak.”

Het christen-worden is het hoogste doel?

Buijs: „Ja, maar hij wil dat niet opdringen. Die keuze moet van binnenuit komen. Mensen moeten over de fundamenten van het leven zelf gaan nadenken. Je moet eerst goed voor jezelf de eigen bewegingen in je ziel onder ogen durven te zien. Als je zegt dat je zondaar bent, en je voelt het niet, dan wordt het nooit wat met het christen-worden.”

Visser: „Kierkegaard had te maken met een cultuurchristendom. Je was luthers gedoopt en geboren, maar de innerlijkheid was afwezig. Daarom moet hij die omweg van de verinnerlijking bewandelen. Pas als je tot de ontdekking komt van het zondebewustzijn, kom je bij de verzoening uit. Anders wordt het iets wat opgelegd wordt van buitenaf. Daarom is het woord beslissing zo belangrijk voor hem. Het gaat erom dat de mens voor keuzes staat, en dat is ieder moment van belang.”

Buijs: „Kierkegaard maakte scherper dan wie dan ook duidelijk dat geloof een zaak is van navolging en lijden. Hij ontkende niet dat er in zijn tijd christenen waren, maar het kwam niet naar buiten.”

Visser: „Die hele organisatie van de kerk vond hij steeds meer een farce.”

Buijs: „Maar dan gaat het wel over de leiding, niet over het gewone kerkvolk. Daarover heeft hij zich niet zo uitgelaten. Zijn kritiek is vooral gericht tegen de verantwoordelijke leiders.”

Kierkegaard geldt als een bittere criticus aan het eind van zijn leven, een ontgoochelde.

Visser: „Hij is veel menselijker dan we denken. Hij wandelde graag met de gewone man op straat. Maar hij onderhield zich ook met wetenschappers.”

Buijs: „Hij had genoeg vrienden, en wat hij had was echt. Hij haatte dat halve. De scherpte van zijn strijd was ook een vorm van diep lijden geweest. Hij leed onder de kerkleiding, die hem erg slecht had behandeld. Hij had nog een open relatie met zijn bisschop Mynster. Met zijn opvolger Martensen ging het meteen mis, en dat kon hij niet verkroppen. Hij werd aan de kant geschoven en men ging niet eens meer serieus in op zijn bezwaren.”

Visser: „Zijn laatste schotschriften tegen de staatskerk zijn altijd weer actueel. Ze waarschuwen ons tegen een kerk die gevestigde orde wordt, status quo, en zo tot verstarring komt.”

Buijs: „Het is of-of. Of je bent een christen, of je zegt het te zijn, maar je handelen laat het tegenovergestelde zien. Dat is het waar Kierkegaard tegenaan liep. De kerkleiding hield het verburgerlijkte systeem van de kerk in stand.”

Is er sprake van een Kierkegaardrevival?

Visser: „In Nederland zie je een begin, maar internationaal is er nog veel meer. In Amerika zijn er meer dan vijftig mensen die een proefschrift over Kierkegaard voorbereiden. Op onze universiteiten wordt hij wel meer serieus genomen. In het verleden werd hij algauw weggezet als een wat bevindelijke theoloog, en geen serieuze filosoof. Kierkegaard stierf in 1855 en de eerste editie van zijn verzameld werk verscheen pas in 1905. Vijftig jaar na zijn dood! Deze dode zal niet stilliggen, zei Kierkegaard. Hij heeft gelijk gekregen, maar dan vooral buiten zijn eigen vaderland.”

Het begrip angst, Vigilius Haufniensis; uitg. Buijten & Schipperheijn; 200 blz.; € 17,95;

Kierkegaard en het begrip angst, een leesgids, Andries Visser; uitg. Buijten & Schipperheijn, € 17,95; beide uitgaven samen € 29,95.