Jeugdboek: beklemmende vriendschap

Het zal je maar gebeuren: je ouders verhuizen naar een Vinexwijk, honderdvijf kilometer verderop. Het overkomt Marie (10) in ”Die zomer met Jente”, een knap gecomponeerd en mooi geschreven boek over een vriendschap met scherpe kantjes.

Altijd trok Marie op met haar „bijna zus” Zoë, nu staat ze er, middenin de zomer, alleen voor. Op „een plek, een oord zonder kerk,/ van planken, beton en haastig metselwerk”, zoals auteur Enne Koens de wijk zo mooi typeert in het gedicht waarmee het eerste deel begint.

Al snel stuit Marie op de 12-jarige Jente en er ontstaat een vriendschap die iets beklemmends heeft. Jente is niet de makkelijkste. Ze wil chirurg worden „omdat je dan ratten en muizen mag opensnijden”, ze daagt Marie uit en kleineert haar met anderen erbij. Desondanks maakt Koens de vriendschap aannemelijk. De twee hebben het leuk, en spelen avondenlang buiten, waarbij de hang naar avontuur extremer wordt. De climax is het spannende eindhoofdstuk waarnaar de proloog al verwijst.

Koens boek schuurt hier en daar – een enkele keer qua taalgebruik, vaker vanwege de rauwe randjes of door een onheilspellende sfeer. Daarmee doet het denken aan ”Zwarte zwaan” van Gideon Samson, maar vergeleken met dat boek zit in ”Die zomer met Jente” stukken meer lucht. Het laat nadenken over vriendschap en over (het stellen van) grenzen. Dat maakt het interessant – maar ook spannend om zomaar aan een kind te laten lezen.

Boekgegevens

Die zomer met Jente, Enne Koens; uitg. Luitingh-Sijthoff; 183 blz.; € 14,99