Indrukwekkend eerbetoon aan slachtoffers nazidictatuur

Selma van de Perre: „Kleine daden van onafhankelijkheid en verzet hielden ons op de been.” beeld Chris van Houts
2

Er is al veel geschreven over Selma van de Perre. Voor wie het nog niet weet: deze Joodse vrouw werd in 1922 geboren in Amsterdam, zat in het verzet en overleefde Ravensbrück.

Selma van de Perre deed in januari voor het eerst haar verhaal in tv-programma’s en interviews naar aanleiding van haar boek ”Mijn naam is Selma”. Op de cover de foto van een jonge vrouw met een kordate uitstraling, op de achterflap het portret van een oude dame met sprankelende ogen. De een is de Selma Velleman van 1945, de ander de Selma van de Perre van 2020.

De in Londen woonachtige Selma van de Perre (1922) was zich als kind niet bewust van haar Joodse komaf, had lieve ouders, twee oudere broers en een jonger zusje. Haar broers overleefden de Tweede Wereldoorlog, haar ouders en Clara werden weggevoerd en vermoord in Auschwitz (vader) en Sobibor (moeder en Clara).

Gefilterd

Wat dit boek bijzonder maakt is de kernachtige manier waarop Van de Perre haar geschiedenis optekent. Misschien komt dat omdat haar herinneringen door de zeef van de tijd zijn gefilterd: alleen het urgente is van belang en dat grijpt je als lezer naar de keel. Op bondige wijze schetst ze de manier waarop het gezin tweederangsburgers wordt, alles wordt ontnomen tot de koffer en de onderduik resteren. „Ik weet nog dat oom Levi aan mijn vader vroeg: „Barend, wat denk je dat ze daar in Polen met de joden doen?” „Waarschijnlijk maken ze gehakt van ze, of vlees in blik”, antwoordde mijn vader.”

Koerierster

De broers ontkomen via Engeland, Selma verandert in de geblondeerde Margareta van der Kuit (de naam van een overleden niet-joodse baby) en gaat het verzet in. Koelbloedig reist ze onder een valse identiteit vanaf 1943 tot in de zomer van 1944 door heel Nederland rond als koerierster om bonnen, geld en illegale blaadjes te verspreiden. Zelfs gaat ze een keer naar een Duits hoofdkwartier in Parijs om daar een envelop over te dragen.

Op 18 juli 1944, ironisch genoeg op de dag van de aanslag tegen Hitler, wordt ‘Marga’ opgepakt en belandt ze in Kamp Vught, een ‘kuuroord’ vergeleken bij Ravensbrück, waar ze later terechtkomt. In Vught krijgt ze tenminste nog te eten, er zijn douches, handdoeken en echte wc’s. Ravensbrück is de hel, waar de nazi’s in 1943 een crematorium en in 1944 een gaskamer bouwden.

Onbeschrijflijk gruwelijk, noteert Van de Perre. Ze heeft dan nog een paar spulletjes bij zich, waaronder haar vaders Waterman-vulpen, die haar dierbaar is. Ze sluit zich in de rij aan bij de honderden vrouwen die voor de Siemensfabriek werken. Ze heeft het geluk dat Herr Seefeld haar aan zijn dochter doet denken. Zo wordt ze de secretaresse van een ”Schreibtischtäter” – een heel gewone vriendelijke man die waarschijnlijk geen idee heeft van de verschrikkingen die zich in Ravensbrück voltrekken.

Net als alle vrouwen is Selma doodsbang dat ze naar de dokter gestuurd zal worden – dat ze haar zullen gebruiken voor medische experimenten, waarna ze vergast zal worden. Als ze dan dysenterie heeft, gebiedt Herr Seefeld haar dat ze moet gaan liggen. „Ga niet door die pijp, Van der Kuit”, zegt hij. Met die pijp bedoelt hij het crematorium.

Gedichten

Selma vraagt zich onophoudelijk af wat er met haar familie is gebeurd. „Wij waren zo verstoord door alles dat we niet meer normaal konden nadenken. Ik probeerde me ter afleiding gedichten te herinneren.” Een gedicht van Thomas Hood kent ze uit haar hoofd en dat brengt troost: ”I remember the house where I was born”. „Ik zong om mijn hersenen aan het werk te houden en mijn moreel hoog… de menselijke geest heeft zulke dingen nodig anders gaat hij dood – en kleine daden van onafhankelijkheid en verzet hielden ons op de been.”

Bevrijding

De bevrijding komt op 23 april 1945. Selma wordt met een groep in drie militaire vrachtwagens gezet. Ze vecht met een andere vrouw om een plek voorin. „Het is niet te geloven, het ging maar om een plekje in de wagen. Maar alleen mensen die in gevangenschap hebben gezeten begrijpen hoe wanhopig we verlangden om de schoonheid van de natuur om ons heen te kunnen zien.”

Na een tussenstop probeert ze dat plekje voorin weer te bemachtigen, maar wordt ze door vriendin in de voorste vrachtwagen getrokken. En dan valt er een bom op de vrachtwagen achter hen. De chauffeur en de vrouw met wie ze heeft gevochten zijn dood. „Ik was woedend op haar geweest, maar ze had zonder het te weten mijn leven gered. Arme vrouw. Ik was voor de zoveelste keer aan de dood ontsnapt.”

Ze worden naar Denemarken gereden, en vandaaruit naar Zweden. Selma krijgt werk en probeert geen negatieve gedachten te hebben. Ze geniet elke dag, ze leeft en is omringd door vrienden, maar niemand weet wie ze in werkelijkheid is. Totdat op een avond een man op het podium klimt en roept: Is hier een Selma Velleman? Ja, zegt ze dan. Ja, dat ben ik. Er is een telegram van haar broer in Londen.

In augustus vliegt ze terug naar Nederland, daarna gaat ze naar Londen en herenigt zich met David en Louis. „Ik voelde me eenzaam, het drong door wat ik had verloren. Ik miste mijn thuis, mijn pa, mams en Clara.” De meeste mensen om haar heen weten niet wat ze heeft meegemaakt. Er zijn nog geen verhalen verschenen over de concentratiekampen, geen beelden. Niemand stelt vragen, dus begint ze er niet over. „We moesten nu immers een nieuwe, vredige wereld opbouwen.”

Corrie ten Boom

Als ik het boek van Selma van de Perre dichtsla, denk ik onwillekeurig aan de bestseller ”De schuilplaats” van Corrie ten Boom (over wie recent de glossy ”Corrie” uitkwam). Er lopen een paar opmerkelijke parallellen. Beiden zaten ongeveer in dezelfde tijd in Kamp Vught en werden in september 1944 naar Ravensbrück gedeporteerd. Daar werkten beiden bij Siemens.

Ten Boom had kampnummer 66730 en kwam eind december door een ‘administratieve fout’ vrij. Van de Perre had kampnummer 66947 en werd in april bevrijd. Ten Boom had veel steun aan haar geloof en bleef tot aan haar overlijden in 1983 (ze was 91 jaar) vergeving en verzoening uitdragen. Van de Perre schreef haar boek als een getuigenis van de strijd tegen de onmenselijkheid en wil zo bijdragen aan de herdenking van de moedige daden van mensen die in het verzet of hoe dan ook hun levens op het spel zetten om anderen te redden.

”Mijn naam is Selma” is een indrukwekkend eerbetoon aan iedereen die tijdens de nazidictatuur heeft geleden en is gestorven.

Boekgegevens

Mijn naam is Selma. Het uitzonderlijke verhaal van een joodse verzetsvrouw, Selma van de Perre; uitg. Thomas Rap; 237 blz.; € 19,99