In ”Zeemansgraf voor een kort verhaal” worden drie generaties verbonden door de muziek

In ”Zeemansgraf voor een kort verhaal” worden drie generaties verbonden door de muziek. beeld iStock
2

Drie generaties passeren de revue in de debuutroman van Dorothée Albers (1966). Muziek is wat ze bindt.

Het eerste deel van ”Zeemansgraf voor een kort verhaal” doet aan ontworstelingsliteratuur denken. De streng rooms-katholieke Jet Hamelink raakt verliefd op een joodse jongen en zet zich af tegen haar milieu.

Concertpianiste in opleiding Jet en cellostudent Zev spelen samen, doen mee in een strijkkwartet, gaan naar concerten. Het onvermijdelijke gebeurt: Jet raakt zwanger, een grote schande in haar strenge milieu. Dus moet ze in een klooster de bevalling afwachten en haar kind direct na de geboorte afstaan ter adoptie.

Vervolgens ontspint zich een familiegeschiedenis in drie generaties: Jet, haar zoon Jurre en diens dochter Fine. Jurre groeit op bij rooms-katholieke adoptieouders, door hem ”mamme” en ”pabbe” genoemd. Anders dan zijn vader hartgrondig wenst, wil Jurre geen boer maar saxofonist worden.

In het slotdeel komt Fine (de muziekterm voor ”einde”) ten tonele. In tegenstelling tot de eerste twee relaties is die tussen haar en haar vader Jurre ongecompliceerd. De dochter speelt cello, net als haar biologische opa Zev. Daarmee zijn de eerste en de derde generatie verbonden.

Afkomst

Tijdens het lezen dringt zich de vraag op: hoe belangrijk is iemands afkomst? Jurre zegt tegen Fine, jaren nadat hij ontdekte dat zijn moeder hem afstond: „Het maakt niet zoveel uit wie je ouders zijn, je hebt ze niet nodig om te worden wie je bent.”

Dat lijkt in ieder geval voor hem op te gaan, hoewel hij af en toe „iets kalmerends” slikt. En wanneer hij als puber ontdekt dat zijn ouders niet zijn biologische ouders zijn, vraagt hij zich af: „Waarom heeft ze hem weggedaan, was ze zo jong? Heeft ze van hem gehouden?”

Weinig verrassende vragen. Albers kiest hier voor de makkelijke weg. Het personage Jurre krijgt zo niet de verdieping die hem interessanter had gemaakt. Wel sterk aan dit debuut is dat Albers niet valt voor de verleiding om Jet ergens in het verhaal terug te laten komen in een ‘toevallige’ ontmoeting met haar zoon of kleindochter.

Knellen

Muziek bindt de drie generaties samen; een band die kan knellen. Zonder muziek hadden Jet en Zev elkaar nooit ontmoet, was Jurre niet geboren. Mede door zijn musiceerdrang wil Jurre de boerderij niet overnemen en is de band met zijn pleegvader slecht.

Maar het is ook muziek die Fine en haar ”grootvoar” verbindt. Zij vraagt hem mee te gaan naar een auditie. „Ik weet niets van muziek, hè?” werpt hij tegen. „Daarom juist.” Hij schudde zijn hoofd met de blauwe pet. „Als jij dat graag wilt.”

Albers is niet de eerste die muziek als therapeutisch middel inzet. In romans van Anna Enquist speelt muziek vaak een helende rol. Wat wel verrast, is de playlist achter in de roman. Brahms en Gershwin staan er gebroederlijk naast elkaar. Elk hoofdpersonage heeft een eigen lijst: klassiek voor Jet, jazz voor Jurre en tot slot opnieuw klassiek voor Fine. Daarmee is het verhaal rond. En kan het opnieuw beginnen. Net als de generaties, die komen en gaan. Hetzelfde geldt helaas voor deze roman. Tijdens het lezen haakte zich af en toe iets vast in mijn hoofd, maar na het dichtklappen van het boek was dat zo weer verdwenen. Het af en toe grove taalgebruik in de laatste twee delen hielp daar helaas aan mee.

Boekgegevens

”Zeemansgraf voor een kort verhaal”, Dorothée Albers; uitg. Cossee; 224 blz.; € 19,99.