Hoogmoed en hebzucht breken goede wereld stuk

Het feest van de vrijheid op 19 januari 1795 op de Dam in Amsterdam. Mensen dansen om de (eerste) vrijheidsboom. Tussen hen in bevinden zich Franse huzaren met ontbloot zwaard. Tekening van Jurriaan Andriessen (1742-1819). beeld Wikimedia
2

Eindelijk is-ie er, het nieuwe grote werk van Andreas Kinneging. Vijftien jaar na ”Geografie van goed en kwaad” is daar nu ”De onzichtbare Maat. Archeologie van goed en kwaad”.

Voor het eerste werk ontving de Leidse conservatieve rechtsfilosoof Kinneging destijds de Socrateswisselbeker voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek. Zijn jongste boek is zo mogelijk nog urgenter en prikkelender, en zou verplicht leesvoer moeten zijn. Niet alleen voor filosofen, maar wat mij betreft ook voor theologen en reformatorische gelovigen.

Zo veel lof voor een archeologisch werk? Een vorige keer dat een dergelijk project werd ondernomen, zijn daar ongelukken van gekomen. Een halve eeuw geleden publiceerde de Franse filosoof Michel Foucault zijn ”L’archéologie du savoir” (”De archeologie van ons weten”). Daarin probeerde hij aan te tonen dat ons weten tot dan toe niet meer was dan de waardeoordelen waarmee het traditionele denken ons probeerde te disciplineren tot brave burgers. Alleen door je daarvan bewust te zijn, was het mogelijk om aan die disciplinering te ontsnappen en waarlijk vrij te zijn. Foucault was openlijk homoseksueel. Daarnaast ontwikkelde hij zich tot een militante nihilist en propagandist van de Iraanse Revolutie.

Kinneging zou Foucault, met zijn bewuste verzet tegen de traditionele moraal, een kind van zowel verlichting als romantiek noemen.

De verlichting begon met radicaal afscheid te nemen van God. De mens was aan niets meer onderworpen, behalve aan zijn eigen begeerten en hebzucht. De wetenschap hielp hem de wereld daartoe naar zijn hand te zetten. Daarop volgde de romantiek, met haar nadruk op het unieke van ieder individu. In zijn hoogmoed was hij nog het allermeest gericht op het ontdekken van zijn eigen ik, om dat vervolgens tot volle ontplooiing te laten komen.

Obstakel

Ondanks verschillen, delen verlichting en romantiek de opvatting dat bij het nastreven van de eigen begeerten en individuele ontplooiing, vrijheid en gelijkheid de ultieme waarden zijn in dit leven. En alles wat deze waarden hindert, geldt als kwaad. Het belangrijkste obstakel –de burgerlijke samenleving met haar traditionele moraal, hiërarchische ordening en maatschappelijke verbanden– dient daarom te worden vernietigd. Dat een dergelijk streven noodzakelijkerwijs zal leiden tot anarchie, om vervolgens te eindigen in tirannie, daarvoor lijkt tot nu toe een meerderheid volslagen blind.

Tijd om het volk wakker te schudden, zo meent Kinneging. Verlichting en romantiek domineren weliswaar het publieke debat, maar de samenleving is op zijn minst deels nog steeds gezond burgerlijk. Dat hebben we echter alleen maar te danken aan het feit dat het samenstel van traditionele waarden –dat wat Kinneging de onzichtbare Maat noemt– sommigen van ons in ieder geval onbewust nog altijd in staat stelt zowel ons eigen leven als ons maatschappelijk bestel enigszins te ordenen.

Wat Kinneging met zijn archeologie beoogt is inderdaad precies het tegenovergestelde van wat Foucault er destijds mee bedoelde. In plaats van de grondslagen van onze burgerlijke samenleving aan te tasten, wil Kinneging ons weer opnieuw bewust maken van die onzichtbare Maat waarmee onze samenleving eeuwenlang was gezegend. En, zoals een goed filosoof betaamt, wil hij via streng logisch redeneren aantonen wat daaraan dan zo goed is. En niet alleen maar goed omdat Kinneging het zegt. Integendeel. Wanneer we gewetensvol blijven doorredeneren, dan wordt vanzelf duidelijk dat in die ordening iets zichtbaar wordt van Gods bedoeling met deze wereld.

Karl Barth

Dat is geen claim die je verwacht van een doorsnee rechtsfilosoof. Is Kinneging dan tegenwoordig ook onder de theologen? Ja en nee. Hij is geen theoloog in de moderne betekenis van het woord, een theoloog van het type Karl Barth, die meent dat er een absolute tegenstelling is tussen goddelijke openbaring en natuurlijke godskennis, tussen geloof en menselijke rede. Hij is eerder een theoloog in de zin van de aloude Heidelbergse Catechismus, volgens wie een waar geloof niet alleen een vast vertrouwen is, maar ook een zeker weten. Een zeker weten dat bovendien ook redelijk uitstekend te verantwoorden blijkt.

En Kinneging weet zich in die overtuiging gesteund door de hele orthodoxe theologie. Een theologie die voor haar noties van het ware, goede, schone en goddelijke teruggrijpt op Plato en Aristoteles, om haar hoogste graad van volmaaktheid te bereiken in het denken van Augustinus en Thomas van Aquino. Luther en Calvijn legden weliswaar hun eigen waardevolle accenten, zo stelt Kinneging, maar hun verstaan van de Schriften bleef uiteindelijk goed orthodox. In die orthodoxie vinden we de essentie van het christendom verwoord, zo is hij stellig van mening. Dat is ook wat we nodig hebben in de strijd tegen verlichting en romantiek.

Volgens het christendom is de wereld wezenlijk goed, zeer goed zelfs, want het product van een goede Schepper. Het ging echter fout toen de mens als God wilde zijn. Hij wist geen Maat te houden en kende zijn plaats niet. Hij gaf daarmee toe aan de twee grootste ondeugden die er zijn: hebzucht en hoogmoed – precies ook de ondeugden die sinds verlichting en romantiek tot deugden zijn verheven. Onze hoogmoed en hebzucht breken de goede wereld stuk.

Opoffering

De enige mogelijkheid die ons mensen nog rest, is ons eigen ik in te ruilen voor een hartelijke liefde tot de God Die ons altijd eerst heeft liefgehad. Dat betekent dat wijzelf weer op het tweede plan komen en bereid worden ons, in navolging van Christus, te offeren voor anderen en vooral voor God. Niet om van onze ellende verlost te zijn en eindelijk gelukkig te worden, maar simpelweg omdat dat is wat wij geroepen zijn te doen.

De diepte en rijkdom, maar ook het realisme van dit inzicht, zijn immens, zo moet Kinneging erkennen. Zeker als we het vergelijken met het modern-utopische denken van verlichting en romantiek, inclusief de destructieve bewegingen van revolutie, communisme, fascisme, Europees federalisme en ecologisme die daarvan het directe gevolg zijn geweest, of nog steeds zijn. En het populisme? Met zijn cultuurchristendom lijkt dat volgens Kinneging vooralsnog eerder een welkome bondgenoot dan een regelrechte vijand.

De katholiciteit van Kinnegings denken zal sommige reformatorische christenen aanspreken, anderen eerder prikkelen tot tegenspraak. Daarnaast zijn er ook theologisch hier en daar nog wel wat vragen te stellen. Is Jezus voor ons vooral van betekenis als voorbeeld en leraar, of heeft Hij daarnaast ook echt plaatsvervangend voor ons geleden? Met dat eerste is Kinneging het direct eens, met het laatste kan hij daarentegen niet zoveel.

Niettemin wordt ons in de strijd tegen de geest der eeuw zoveel waardevols geboden, dat lezing van het boek de moeite meer dan waard is. Van mij had het nog wel wat dikker gemogen…

Boekgegevens

De onzichtbare Maat. Archeologie van goed en kwaad, Andreas Kinneging; uitg. Prometheus; 640 blz.; € 27,50

Hans van de Breevaart is medewerker van de Guido de Brès Stichting, het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP. Van zijn hand verschijnt binnenkort ”Threat or Opportunity? A Christian Perspective on Populism”.