Hitlers ”Mein Kampf” verschenen in leesbaar Nederlands

De nieuwe editie van Mein Kampf. beeld ANP, Remko de Waal
6

De Bijbel zegt dat de overheid voor een „stil en gerust leven” moet zorgen. Maar Hitler laat de staat vooral vechten. „Duits leven betekent: strijd.” Het gevechtshandboek heet ”Mein Kampf”, uit 1925. Voor het eerst na de oorlog ligt het boek weer in de Nederlandse winkel, onder de titel ”Mijn strijd”.

Mein Kampf gold na de Tweede Wereldoorlog als hét monument van de haat. Het uitgeven ervan was verboden.

Enkelingen die het boek hadden geraadpleegd, spraken van een onleesbare brij waar geen touw aan vast te knopen viel. Die mensen mogen nu hun mond spoelen. De nieuwe vertaling van Mario Molegraaf laat een verbazend toegankelijk boek zien.

In Duitsland verscheen in 2016 al een nieuwe editie bij het Institut für Zeitgeschichte (IfZ). Daarin is de tekst omgeven met 3700 verklarende en waarschuwende kanttekeningen.

Enige tijd bestond het plan om deze uitgave compleet in het Nederlands te vertalen. Uitgeverij Prometheus besloot het echter anders te doen. Alle hoofdstukken hebben nu een inleiding van prof. Willem Melching van de Universiteit van Amsterdam, die is gespecialiseerd in Duitse geschiedenis.

Vrede

Vanaf nu kan iedereen dus weer kennisnemen van dit strijdschrift. „In de eeuwige strijd is de mensheid groot geworden”, schrijft Adolf Hitler. „Aan de eeuwige vrede gaat zij ten onder.”

Hitler ziet strijd als iets natuurlijks. In het gevecht legt het zwakke het af tegen het sterke. Als aanhanger van het sociaaldarwinisme paste Hitler dit toe op de samenleving. Volgens hem was het verkeerd om weinig kinderen geboren te laten worden, want daarmee werd „elke selectie verhinderd” en was de mensheid verplicht „elk ook nog zo ellendig wezen” te behouden.

De achtergrond van het nationaalsocialisme lag in de vernedering van Duitsland na de Eerste Wereldoorlog. Hitler was vastbesloten om een nieuwe staat voor het Duitse volk te bouwen die nóóit meer een oorlog kón verliezen.

De staat zou er zijn voor de Duitse natie. Zelf had Hitler Oostenrijk verlaten, want dat was een veelvolkerenstaat. Vermenging van volkeren leidde tot verzwakking.

Daarom moest ook de Jood uit Duitsland worden verwijderd. Het Jodendom leefde over de hele wereld en maakte volgens hem eigenlijk een lange neus naar elk nationalisme. Hitler ervoer de Jood als de „strontvlieg die op het kadaver” afkomt. Doodmaken zou het beste zijn, zei hij al in 1923 tegen een Catalaanse journalist, „dan was Duitsland gered.” Maar de wereld zou dat niet pikken. Daarom was verwijdering voorlopig het beste.

In zijn boek ”Hitlers metamorfose” gaat Thomas Weber in op de vraag hoe Hitlers antisemitisme aansloot bij bestaande Jodenhaat. Het Duitse antisemitisme was religieus geïnspireerd, omdat het de Joden verantwoordelijk hield voor de moord op Jezus.

Hitler vond dat de Duitsers de Joden „om verkeerde redenen” haatten. Niet de emotie moest beslissen, maar het verstand. De feiten zeiden dat Joden niet actief waren in „scheppende arbeid” maar als bankiers de hardwerkende Duitser uitzogen.

Hitlers Jodenhaat hield dus verband met zijn antikapitalisme. „Pas nu heb ik ontdekt dat hij een socialistisch ideoloog was”, zei Tamarah Benima (liberaal rabbijn en oud-hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad) woensdagavond bij de presentatie van het boek in de Rode Hoed in Amsterdam. „Hij beschrijft veel kwesties die nog altijd actueel zijn, zoals problemen van de parlementaire democratie en het sociale vraagstuk.”

Die vaststelling dat Hitler socialist was, zal velen verrassen. Maar, let op: dit is niet het internationale socialisme, waarin Joden de leiding hebben. Hitlers nationaalsocialisme heeft een nationale basis. ”Mein Kampf” ademt duidelijk een romantische visie op de economie, waarin de arbeid van de kleine man centraal staat. In zijn bundel uit 1923 (zie kader) roemt Hitler het socialisme als een „vrucht van het arische hart.”

Blikvernauwing

Wie zo’n dik boek schrijft, wekt de indruk een belezen mens te zijn. Weber zegt in ”Hitlers metamorfose” dat Hitler zijn hele leven een lettervreter was. Vooral (militaire) geschiedenis boeide hem.

Maar zijn leesgedrag was heel apart. Zelden las hij een boek van a tot z. Al bladerend pikte hij op wat hij kon gebruiken en liet de rest voor wat het was. Zo’n manier van lezen leidt vooral tot bevestiging van bestaande inzichten. Informatie die Hitler tot nieuwe inzichten had kunnen brengen, bereikte hem niet eens. Deze vorm van bevestigend lezen (onder psychologen bekend als ”confirmation bias”) leidt op den duur natuurlijk tot blikvernauwing.

Of ”Mijn strijd” vandaag nog mensen verleidt tot het nazisme, is moeilijk te zeggen. Deze uitgave maakt in elk geval duidelijk dat dit boek een rol heeft gespeeld in een ongekend bloedbad. Maar ook de redeneertrant is totaal anders dan vandaag gebruikelijk. Met zijn beroep op typisch mannelijke waarden (zoals moed, eer en onverschrokkenheid) prijst Hitler zich wel wat uit de markt. In West-Europa is dit soort mannelijkheid een beetje verdacht. Het kan zinvol zijn om te peilen hoe een Amerikaan dit boek ervaart, omdat in die cultuur mannelijke waarden meer worden gewaardeerd.

Onmiskenbaar staan er in het boek veel aansprekende citaten. Hitlers lofrede op het huwelijk en zijn kritiek op de prostitutie doen christelijk aan. Totdat een paar regels verder blijkt waar het huwelijk voor bedoeld is: het voortbrengen van een groot en machtig volk.

Hitler spreekt af en toe wel over God, maar redeneert niet vanuit de Bijbel of een christelijk wereldbeeld. De Schepper doet er bij hem alleen toe voor het karretje van het herenvolk.

Prof. Erik Jurgens: „Een uitgave zonder juridische bezwaren”

„Dit is het exemplaar van mijn vader.” Prof. Erik Jurgens toont een oud Duits boek met een gotische letter. Het is de 41e druk van ”Mein Kampf” uit 1933. Er steken tal van briefjes uit. „Ik heb er zelfs aantekeningen in gemaakt.”

Jurgens’ vader woonde van 1929 tot 1936 in Hamburg en werkte als directeur bij de margarinefabriek van Unilever. Erik werd daar in 1935 geboren. De opkomst van het nationaalsocialisme maakte diepe indruk op Jurgens senior. Daarom zei hij later tegen zijn zoon: „Dit boek moet je lezen.” „Hij wilde dat ik gewaarschuwd was.”

Als hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en als lid van de Eerste en Tweede Kamer (PPR en PvdA) hield prof. Jurgens zich regelmatig bezig met de vraag of ”Mein Kampf” vrij in het Nederlands moest kunnen verschijnen.

Hoe ligt deze nieuwe uitgave van ”Mein Kampf” juridisch?

„Daar kan weinig bezwaar tegen bestaan. Tenminste, als het motief is om het publiek voor te lichten. En het doel niet is om mensen op te hitsen tegen minderheden. Dat zou in strijd zijn met artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht.

Het is mogelijk een strafklacht in te dienen tegen de uitgever. De klager zal de rechter moeten overtuigen dat de uitgever de intentie heeft om haat te zaaien. Dat lijkt me kansloos. Dit is een historisch boek, dat valt onder de vrijheid van meningsuiting.

Juridisch ligt de uitgave van ”Mein Kampf” vandaag wezenlijk anders dan vroeger. Tot 2015 had de Duitse deelstaat Beieren de auteursrechten op de tekst en kon daarmee elke heruitgave blokkeren. Maar zeventig jaar na de dood van de auteur zijn die rechten verlopen.

In 2007 ben ik zelf eens met Jan Blokker jr. bij het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, EvV) geweest om te spreken over een educatieve heruitgave. In 2007 had Beieren theoretisch nog moeilijk kunnen doen over een Nederlandse uitgave. Maar ik vermoed niet dat Beieren zou zijn opgetreden als het NIOD zoiets met een educatief doel had gedaan.

Heruitgave van de Nederlandse vertaling van Steven Barends uit 1939 was niet mogelijk. De auteursrechten van die editie waren vervallen aan de staat. Eerlijk gezegd kan ik me daar iets bij voorstellen, want dat was een NSB-uitgave.”

Blijft de vraag waarom ”Mein Kampf” 75 jaar lang werd geblokkeerd.

„Om de gemoedsrust, denk ik. In de eerste jaren na de oorlog werd niet veel over de bezetting geschreven. Mijn ouders waren voor de oorlog verhuisd naar Engeland. Toen wij in 1947 terugkwamen, merkte ik als kind dat weinig werd gesproken over de bezetting. Wederopbouw stond voorop. Men moest die gruwelen allemaal verwerken. Een ggz-instelling als Stichting ’45 in Oegstgeest, om overlevenden van de kampen te helpen in hun trauma’s, kwam pas begin jaren 70.

Vanaf de jaren zeventig of tachtig zou er ruimte zijn geweest voor een instelling als het RIOD (voorloper van het NIOD, EvV) om zo’n uitgave als deze te brengen. Dat zou veel discussie hebben gegeven, maar ik denk niet dat daartegen zou zijn opgetreden. Het verbod heeft vooral te maken met het misbruik dat neonazi’s van het boek kunnen maken.”

Welke taak heeft de overheid rond boeken met een haatzaaiende boodschap?

„In het algemeen moet de overheid zo min mogelijk publicaties tegengaan. Er verschijnen wel meer weerzinwekkende boeken. Ook de boeken van Marx, Mao en anderen zijn niet verboden. Ook zij vormen het begin van een ideologie en zijn daarom zinvol om te lezen. In die zin is de reactie op herpublicatie van ”Mein Kampf” selectief. Maar opzettelijk haat zaaien moet worden bestraft.”

Verlosser voor het vernederde volk

Hitler groeide begin jaren twintig uit tot gezicht van de nationaalsocialistische partij NSDAP, maar bleef vrij onbekend. Op straat in München werd hij nauwelijks herkend.

Hij vond het tijd voor een boek. Dat werd een bundel toespraken voorafgegaan door een biografische schets. Het verscheen in 1923 onder de titel ”Adolf Hitler. Sein Leben und seine Reden”.

Hitler schreef dit echter niet onder zijn eigen naam. Als samensteller gold de jonge conservatieve journalist Adolf-Victor von Koerber. Pas recent toonde de historicus Thomas Weber aan dat Hitler zelf de auteur was. Dat blijkt uit het archief van Von Koerber, dat Weber vond in Zuid-Afrika.

De vraag is natuurlijk waarom Hitler dit zo deed. Allereerst wilde hij de indruk wekken slechts een „kleine trommelaar” van de partij te zijn en niet de leider. Daarnaast wilde hij vertrouwen winnen bij de Duitse conservatieven. Het boek werd trouwens al na enkele weken verboden, dus veel invloed heeft het niet gekregen.

Weber vertelt deze achtergronden in de inleiding van ”Adolf Hitler: zijn leven, zijn redevoeringen: eerste autobiografie uit 1923”. Het is trouwens de vraag of het geschreven portret van twaalf bladzijden serieus een biografie kan worden genoemd. Er staan nauwelijks feiten in, behalve wat beweringen over Hitlers rol aan het front in de Eerste Wereldoorlog.

Die levensschets begint met een scène van het einde van de werkdag. De vermoeide arbeiders keren huiswaarts. In die stoet loopt een ernstig kijkende jongeman. Hij kent de moeite van de werkman. Hij loopt met hen mee om te luisteren.

’s Avonds en ’s nachts zit de jongeman met een stapel boeken onder de lamp. Zo dringt de nood van het Duitse volk van twee kanten tot hem door en ziet hij hoe de arbeider is misleid.

Wat het volk niet weet, is dat deze jongeman hun verlosser is. Want toen hij aan het front door strijdgassen blind raakte en „zijn Golgotha onderging”, drong ineens het nieuwe leven bij hem door. Hij werd weer „ziende” en volgde zijn nieuwe roeping: het redden van het Duitse volk. En zo wist de leider „de weg naar het hart van het volk” te vinden.

Vandaag valt zo’n verhaal direct door de mand als schoolvoorbeeld van populisme. Maar in 1923 wekte deze benadering blijkbaar nog vertrouwen.

Datzelfde geldt voor die redevoeringen vol minachting en neerbuigendheid. De opmerkingen in de tekst dat het publiek uitgebreid klapte, doen aandoenlijk aan.

Het lijkt erop dat Hitler in deze bundel vaker naar God en geloof verwijst dan in ”Mein Kampf”. Jezus was geen lijder, maar strijder, zegt hij. „In grenzeloze liefde lees ik als christen en mens de passage die verhaalt hoe de Here zich eindelijk vermande en naar de zweep greep om de woekeraars, het ratten- en addergebroed uit de tempel te ranselen! Zijn kolossale strijd voor deze wereld, tegen het Joodse vergif, herken ik vandaag (…).”

Hitler noemde deze bundel „de Bijbel van het heden.” Weber zegt terecht dat dit boek kan worden gezien als een mini-uitvoering van ”Mein Kampf”. Alle thema’s komen er al in voor, alleen veel beknopter.

Citaten

* Heel ons openbare leven lijkt vandaag de dag een broeikas voor seksuele voorstellingen en prikkels. (…) Dat dit voor de jeugd tot buitengewoon zware schade moet lijden, snapt iedereen die niet het vermogen heeft verloren zich in de jeugdige ziel te verplaatsen. (blz. 331)

* Het huwelijk kan geen doel op zichzelf zijn, maar moet het ene grotere doel dienen: de vermeerdering en het behoud van het soort en ras. Dat is de enige zin en taak ervan. (329)

* Hoezeer de Jood (…) andermans cultuur overneemt, blijkt eruit dat hij het meest in de kunst is te vinden die ook het minst op eigen vinding lijkt te zijn gericht: de toneelkunst. (388)

* De eeuwige natuur wreekt onverbiddelijk de overtreding van haar geboden. Daarom denk ik inmiddels in de geest van de almachtige schepper te handelen: door mij tegen de Jood te verweren, strijd ik voor het werk van de Heer. (100)

* Bloedvermenging en de daardoor bepaalde daling van het rasniveau is de enige oorzaak voor het afsterven van oude culturen; de mensen gaan nu eenmaal niet te gronde aan verloren oorlogen, maar aan het verlies van het weerstandsvermogen dat alleen aan het zuivere bloed eigen is. (381)

* Het heroveren van de verloren gebieden lukt niet door plechtige aanroepingen van Onze-Lieve-Heer of door vroom op een Volkerenbond te hopen, maar alleen door wapengeweld. (775)

Boekgegevens

Mijn strijd, Adolf Hitler; vertaald door Mario Molegraaf; ingeleid door Willem Melching; uitg. Prometheus, Amsterdam 2018; ISBN 978 90 446 3586 7; 854 blz.; € 49,99; Hitlers metamorfose: hoe een gewone soldaat de architect van nazi-Duitsland werd, Thomas Weber; uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2016; ISBN 978 90 468 2122 0; 463 blz.; € 34,95; Adolf Hitler: zijn leven, zijn redevoeringen: eerste autobiografie uit 1923, Thomas Weber; uitg. Verbum; Hilversum 2018; ISBN 978 94 930 2811 1;177 blz.; € 19,95.