Het Nedersaksisch is niet langer vrijblijvend

Op Christelijk Kindcentrum Octaaf in Assen worden thema’s georganiseerd rond de taal van Bartje. De kinderen vinden dat prachtig. beeld RD, Anton Dommerholt
6

Het is maar dat je het weet: het Rijssens, Vriezenveens of Oldebroeks zijn geen dialect van het Nederlands, maar van het Nedersaksisch. Dat was in feite allang zo, maar het onlangs getekende convenant onderstreept het nog eens: het Nedersaksisch is een volwaardige taal.

Het Nedersaksisch is een streektaal die gesproken wordt in een groot deel van noordwestelijk Duitsland en in oostelijk Nederland, van de Achterhoek tot Noord-Groningen. De dialecten in de meest westelijke voorposten, het West-Veluws van de Gelderse Vallei en het Urkers, zijn overgangsdialecten die doorgaans ook tot het Nedersaksisch worden gerekend.

In de jaren negentig ondertekende Nederland het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, en erkende binnen zijn landsgrenzen drie talen: het Fries, dat een volledig officiële status kreeg, en het Limburgs en het Nedersaksisch, met een lagere status.

Beide laatstgenoemde konden dus wel ”taal” genoemd worden, maar rechten konden er niet aan worden ontleend. Dat is voor het Nedersaksisch nu veranderd. Op 10 oktober tekenden het ministerie van Binnenlandse Zaken, de gedeputeerde van de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en Frysân en een vertegenwoordiger van de beide Saksischsprekende gemeenten in Friesland, Oost- en West-Stellingwerf, een ”Konvenaant”. Daarin wordt uitgesproken dat de minister het Nedersaksisch erkent „als een wezenlijk, volwaardig en zelfstandig onderdeel van de taalsystematiek binnen Nederland.”

Eed

Dat klinkt nogal ambtelijk, maar betekent gewoon dat het nu „een zelfstandige en volwaardige taal” is, verklaart Hans Gerritsen, voorzitter van de Samenwerkende Organisaties Nedersaksisch Taalgebied (Sont). Het is dus geen onderdeel van de Nederlandse taal, zoals verschillende media het uitlegden. Gerritsen: „Het is dus niet meer zoals veertig jaar geleden, toen het Nedersaksisch beschouwd werd als een dialect waar je als ABN-spreker op neer kon kijken.”

Maar is het nu een officiële taal, net als het Fries? Het Overijsselse D66-Statenlid Jos Mooijweer vindt van niet: „Zolang het mij als Overijsselaar verboden blijft om de eed of belofte in mijn eigen taal af te leggen, is er geen sprake van erkenning.”

Gedeputeerde Hester Maij, die het convenant ondertekende namens de provincie Overijssel, geeft toe dat er geen sprake is van erkenning in formele en juridische zin, maar onderstreept het belang van het convenant, ook voor de praktijk: „Deze erkenning is een historisch moment voor het Nedersaksisch. We maken met het convenant een nieuwe, gezamenlijke start.”

Draagvlak

Gerritsen: „Een erkenning zoals bij het Fries zou veel kosten en bureaucratische rompslomp meebrengen, omdat dan bijvoorbeeld allerlei overheidsstukken ook in het Nedersaksisch zouden moeten worden vertaald. Daar was geen draagvlak voor. En wat mij betreft zou het ook weinig toevoegen. Nu ligt er een overeenkomst waar streektaalorganisaties en overheden van harte mee instemmen.”

De ondertekenaars beloven hun best te doen het gebruik van het Nedersaksisch te bevorderen.

De Sont speelde jarenlang een leidende rol in de voorafgaande besprekingen, en blijft actief bij de vertaling naar de praktijk. Daarin spelen achttien ambassadeurs een belangrijke rol. Daar zijn streektaalzangers bij, cabaretier Herman Finkers, theoloog Anne van der Meijden en het Overijsselse PvdA-Statenlid Anneke Beukers. „Nu is de vrijblijvendheid eraf”, benadrukt de laatste. „Nu kun je met een beroep op het convenant financiering aanvragen voor de vertaling van een boek in het Sallands of welk project ook dat gericht is op bevordering van de taal.”

Statenvergadering

En projecten zijn er genoeg in Groningen, Drenthe, Overijssel en Stellingwerf. Vooral in culturele sfeer: muziek, theater, radioprogramma’s en dergelijke. Overijssel heeft er een miljoen euro extra voor uitgetrokken. Maar Beukers zou ook wel in het Drents of Twents deel kunnen nemen aan een Statenvergadering. „Laten we de taal uit de culture sfeer van folklore halen.” Een manier daarvoor is Nedersaksisch in het onderwijs. Het was scholen al toegestaan les te geven in de streektaal. Met het convenant worden ze daartoe extra aangemoedigd.

Het Huus van de Taol in Drenthe heeft de methode Wiesneus met bijbehorend tijdschrift ontwikkeld. „Wij lezen al jaren voor op scholen”, vertelt directeur Jan Germs. „Na afloop krijgt ieder kind een exemplaar van het tijdschrift. Inmiddels doet 75 procent van de basisscholen in Drenthe mee.”

Daarnaast kunnen scholen zelf dingen oppakken. Op Christelijk Kindcentrum Octaaf in Assen worden bijvoorbeeld thema’s georganiseerd rond de taal van Bartje. De kinderen vinden het prachtig.

Intussen wordt er gewerkt aan vertalingen van Wiesneus, zodat vanaf komend jaar ook scholen in Groningen, Overijssel en Gelderland ermee kunnen gaan werken. „Van de Veluwe hebben we nog geen aanmeldingen gekregen”, zegt Willemijn Zwart, projectleider streektaalonderwijs bij de IJsselacademie. „Maar ook daar zijn ze van harte welkom om alsnog mee te doen.”

Een van de weinige reformatorische scholen die belangstelling hebben getoond is de Banisschool in Rijssen. „We moeten dit nog beoordelen op bruikbaarheid binnen onze school, ook wat betreft identiteit”, zegt locatiedirecteur Aart van den Noort. Op dit moment doet de school nog niets met streektaal; volgens Marieke Dannenberg van Twenthe Tekst is er zelfs nog geen enkele reformatorische school die Nedersaksisch in het lesprogramma heeft. Van den Noort: „Maar het leeft wel onder de collega’s om hier iets mee te doen. De huidige generatie leerlingen groeit nu op zonder streektaal. Terwijl streektaal een rijke aanvulling kan zijn.”

Hoe Urk buiten de boot viel

Het Urkers is een levend dialect. „In de hele voorbereiding heb ik Urk niet horen noemen”, vertelt Willemijn Zwart van de IJsselacademie, die in Zwolle de organisatie rond de ondertekening van het Convenant Nedersaksisch verzorgde. „Tot na afloop ineens iemand vroeg: Waarom is er niemand uit Flevoland? Toen keken de ondertekenaars elkaar aan: ja, waarom?”

Ook het Flevolandse CDA-Statenlid Johan van Slooten vroeg zich dat af toen hij ervan hoorde. De Urker diende daarom samen met ChristenUnie, SGP, Senioren Plus Flevoland en PVV op 17 oktober een motie in en las die voor in het Urkers:

„(Overwegende dat) (…) ’t Instandouwen, vastleggen en promoten van ’t Urker dialect een waardevolle opdracht is vuur oenze provincie in eur (culturele) partners (inclusief de gemiente Urk) in dissen, (…) (Verzoeken het college) Om te onderzoeken of de provincie Flevoland kan annaken bij het geneumde convenant, in op welke weeze d’r invulling an egieven kan worren (…).”

De motie werd unaniem aangenomen en inmiddels heeft de provincie streektaaldeskundigen benaderd met de vraag of het Urkers bij het Nedersaksisch hoort.

Veulkleurig Lèègsaksisch

Hoewel het Nedersaksisch erkend is als taal kent het geen standaard uitspraak of schrijfwijze, al is daar weleens een voorstel voor gedaan. Afhankelijk van de indeling zijn er vier tot dertien hoofdgroepen, die weer verder onderverdeeld zijn. Hier het eerste deel van het Onze Vader in vijf varianten:

Noordneddersassisch (Dld.)

Unse Vader in’ Himmel!

Laat hilligt warrn dienen Namen.

Laat kamen dien Riek.

Grunnegers (NL)

Voader van ons in hemel,

dat joen noam haailegd worden zel,

dat joen keunenkriek kommen mag

Stellingwarfs (NL)

Oonze Vader in de hemel,

laot jow naeme heiligd wodden,

laot jow keuninkriek kommen

Sallaands (NL)

Oons Va in d’hemel,

Oen name wörd eheiligd;

Oen Keuninkriek kump

Achterhooks (NL)

Unzen Vader in de hemelen,

laot dienen name eheiligd worden;

laot dien könninkriek kommen;