Hawkings evangelie zonder God

Stephen Hawking in 2007. beeld EPA, Sebastien Pirlet
2

Het ”evangelie van de wetenschap” is de laatste –postume– uitgave van Stephen Hawking in de internationale media wel genoemd. De pretentieuze titel ”De antwoorden op de grote vragen” belooft een allesomvattend boek, dat eindelijk de finale antwoorden heeft op allerlei lastige vragen, zoals: Bestaat er een God? Hoe is alles begonnen? Is er elders in het heelal leven?

De beroemde Britse kosmoloog Hawking is vooral bekend vanwege de verlammingsziekte ALS. Volgens de artsen had hij op zijn 21e nog slechts vijf jaar te leven. Hij overleed echter afgelopen maart op 76-jarige leeftijd. Lichamelijk oogde hij de laatste jaren als een wrak. Zittend in een rolstoel, 24 uur per dag aan de zuurstof.

Maar zijn verstand bleef onverminderd scherp. Dat blijkt opnieuw uit het omvangrijke persoonlijke archief dat hij naliet, waaruit het nieuwe boek is samengesteld. Het biedt interessante inzichten in natuurkundige kwesties zoals zwarte gaten, tijdreizen en kunstmatige intelligentie. Maar de vraag waarmee zijn wereldbeeld staat of valt is: Bestaat God?

Hawking draait er niet omheen dat hij God niet nodig heeft om zijn wereld te verklaren. In zijn boek ”The Grand Design” (2010, vertaald als ”Het grote ontwerp”) schreef hij al dat de oerknal en het begin van het heelal te verklaren zijn vanuit natuurwetten zoals de zwaartekracht. Dit is opnieuw zijn antwoord op de ”grote vraag” of God bestaat.

„Ik heb helemaal niets tegen God. Ik wil niet de indruk wekken dat ik met mijn werk het bestaan van God wil bewijzen of ontkrachten. Mijn werk gaat om het vinden van een rationeel kader om het heelal te begrijpen”, schrijft hij. „Ik gebruik het woord ”god” in onpersoonlijke zin –net als Einstein deed– voor de natuurwetten; dus het kennen van Gods denken is het kennen van de natuurwetten. Ik voorspel dat we tegen het einde van deze eeuw Gods denkwijze kennen.”

Triomf

Feitelijk herhaalt de hoogleraar wat hij schreef in zijn eerdere boek ”A Brief History of Time” (1988, vertaald als ”Het heelal”). „Als we de ”Theorie van alles” ontdekken, is dat de ultieme triomf van de menselijke rede. We leren dan de geest van God kennen.”

Hawking zoekt kennelijk naar een soort pantheïstische god die zich schuilhoudt in de natuurwetten. Voor zo’n god hoeft hij niet bang te zijn zoals de Vikingen dat wel waren voor „bliksem, donder en zonsverduisteringen.” De wetenschap kan zulke natuurverschijnselen immers uitstekend verklaren, meent de Brit.

En zo zou ook het heelal zijn ontstaan. „Volgens mij is het heelal spontaan ontstaan uit niets, helemaal volgens de wetten van de wetenschap.” Daarom maakt het voor hem niets uit of God al of niet bestaat; voor de samenstelling van het heelal maakt dat geen enkel verschil.

Zijn wereld is er een van E = mc². „We kunnen zeggen dat het universum bestaat uit twee ingrediënten: energie en ruimte. Maar waar kwamen deze energie en ruimte dan vandaan? Het antwoord kwam na tientallen jaren wetenschappelijk onderzoek: ruimte en energie ontstonden spontaan tijdens een gebeurtenis die we nu de Big Bang noemen, de oerknal.”

Gekunsteld

Met zijn pleidooi voor de natuurwetten als god gaat Hawking aan een belangrijke vraag voorbij: waar komen de natuurwetten vandaan? De natuurwetten en de natuurconstanten zijn gespecificeerde informatie; en het is nog nooit wetenschappelijk aangetoond dat zulke informatie vanzelf kan ontstaan. Daarvoor is intelligentie nodig. Van wie? Daarover zwijgt de hoogleraar in alle talen.

Met een wat gekunstelde redenering probeert Hawking zichzelf en zijn lezers ervan te overtuigen dat een persoonlijke schepper (met een kleine letter) niet kan bestaan. „Je kunt niet in een tijd voor de oerknal komen, omdat er voor de oerknal geen tijd bestond. (...) Als mensen mij vragen of een god het heelal geschapen heeft, dan antwoord ik dat de vraag zelf onzinnig is. Voor de oerknal bestond geen tijd en er was dus geen tijd voor God om daarin het heelal te maken.”

Heeft niemand aan Hawking ooit de vraag gesteld: „Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord dat de eeuwige God, de Heere, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand” (Jes. 40:28)?

Veel nieuwe inzichten biedt het boek niet; de meeste heeft hij al verwoord in eerdere boeken of interviews. Maar als één ding duidelijk wordt, is het wel dat Hawking zich met een onmogelijke missie heeft opgezadeld: metafysische vragen beantwoorden met fysica; een geestelijke wereld afserveren op basis van materieel natuurwetenschappelijk onderzoek.

Ontluisterend

Met zijn scheppingstheorie pretendeert hij een antwoord te hebben op de waaromvragen van het leven. Maar zoals ook in zijn eerdere boeken heeft hij in ”De antwoorden op de grote vragen” nog niet het begin van een antwoord geformuleerd op grote metafysische vragen, zoals: Bestaat God? Het blijft bij een speculatieve bespreking van uitsluitend antwoorden die de wetenschap hem heeft opgeleverd.

Het is niet verrassend dat dit seculiere ‘evangelie’ een ontluisterend en troosteloos wereldbeeld oplevert, één waarvan de zinloosheid van het menselijk bestaan af druipt. Het wereldbeeld van de tallozen die hem bejubelen als een ”uitzonderlijk genie” en ”wetenschappelijk icoon”, onder meer om dit boek.

Hawking: „Niemand heeft het heelal geschapen en niemand bepaalt ons lot. Dat leidt me ook tot een diepgaand inzicht: er is dan vermoedelijk ook geen hemel en hiernamaals. Er is geen enkel bewijs voor en het gaat in tegen alle wetenschappelijke kennis. Ik denk dat we na onze dood terugkeren tot stof. In één opzicht leven we echter door, en dat is door onze invloed en in onze genen die we aan onze kinderen doorgeven.”

----

Citaten

„Mijn voorkeur heeft de vierde mogelijkheid: dat er ergens andere vormen van intelligent leven zijn, maar dat die tot nu toe over het hoofd zijn gezien.”

(”Buitenaards leven”, blz. 118)

„Hoe kan men de toekomst voorspellen als men niet nauwkeurig zowel de positie als de snelheid van deeltjes op dit moment kan meten? Hoe krachtig je computer ook is, als je er beroerde data in stopt, komen er beroerde voorspellingen uit.”

(”Toekomstvoorspellingen”, blz. 128)

„Als je met je voeten naar een zwart gat wordt getrokken, dan trekt de zwaartekracht harder aan je voeten dan aan je hoofd omdat die zich dichter bij het zwarte gat bevinden. Het gevolg is dat je in de lengte uiteengetrokken wordt en in de breedte in elkaar geperst. Als het zwarte gat een massa heeft van enkele keren die van onze zon, dan zou je helemaal uit elkaar worden getrokken, en ben je spaghetti voordat je bij de [waarnemings]horizon bent aanbeland.”

(”Zwarte gaten”, blz. 143)

„Geen overheidsinstelling kan zich veroorloven openlijk geld te steken in zoiets exotisch als reizen in de tijd. Men moet in de aanvraag dan ook allerlei technische termen gebruiken als gesloten tijd als kromme geheimtaal voor tijdreizen. Toch is dit een serieuze vraag: Als reizen in de tijd mogelijk is volgens de algemene relativiteitstheorie, kan dat dan in ons heelal? En zo niet, waarom niet?”

(”Tijdreizen”, blz. 172)

„We staan op de drempel van een nieuw tijdperk. Het stichten van een kolonie op een andere planeet is niet langer sciencefiction, het kan sciencefact worden, een wetenschappelijk feit. De mens bestaat als afzonderlijk diersoort zo’n 2 miljoen jaar. De beschaving begon ongeveer tienduizend jaar geleden en de ontwikkelingssnelheid is almaar sneller gegaan. Als de mensheid het nog een miljoen jaar wil uithouden, dan ligt onze toekomst op een plaats waar nog nooit iemand is geweest.”

(”Ruimtekolonisatie”, blz. 222)

„Onze toekomst is een wedloop tussen de groeiende macht van onze technologie en de wijsheid waarmee we die gebruiken. Laten we ervoor zorgen dat de wijsheid wint.”

(”Kunstmatige intelligentie”, blz. 239)

„Nog één ding: we zullen nooit echt weten waar de volgende grote ontdekking zal plaatsvinden, en al helemaal niet wie haar zal doen. Wie de spanning en verbazing van de wetenschappelijke ontdekking zal openbaren, wie innovatieve en toegankelijke manieren zal scheppen om een hand uit te steken naar het grootst mogelijke jonge publiek, waarmee de kans op het vinden en inspireren van een nieuwe Einstein enorm zal toenemen. Waar ze ook mag zijn.”

(”Toekomstgedachten”, blz. 255)

----

Boekgegevens

De antwoorden op de grote vragen, Stephen Hawking; uitg. Unieboek/Het Spectrum, Houten, 2018; ISBN 978 90 0036 504 3; 264 blz.; € 19,99.