Grijze gelijkheid man-vrouw domineert in ”Zonen & dochters profeteren”

Het boek ”Zonen & dochters profeteren” gaat over de toelating van vrouwen tot het ambt in de kerk. beeld RD
2

De auteurs van ”Zonen & dochters profeteren” willen de toelating van vrouwen tot het ambt uit de eerste hoofdstukken van Genesis bewijzen. De prijs daarvoor is echter groot: de scheppingsorde wordt mager en vlak.

Vanuit vrijgemaakt-gereformeerde kring verscheen een boek over de plaats van mannen en vrouwen in de kerk. Daar zijn al heel wat boeken over verschenen. Maar de redactie geeft aan met dit boek een unieke bijdrage te leveren, omdat het onderwerp vanuit vele invalshoeken wordt benaderd – hermeneutiek, geschiedenis, menswetenschap, dogmatiek en exegese.

Aan het boek hebben 25 auteurs meegewerkt, zonder dat overigens wordt aangegeven wie welk gedeelte heeft geschreven. Van de auteurs wordt aangegeven dat zij „gelovig de Bijbel hebben doorgekropen en daar antwoorden hebben gevonden.” En ook dat zij „Gods Woord serieus nemen.” Ze hopen dat het boek bijdraagt tot een „gesprek waarin we Gods eer zoeken en ook Woord en Geest serieus nemen.” Alle 25 auteurs zijn voorstander van het toelaten van de vrouw tot het ambt.

Kort door de bocht

Het boek heeft een duidelijke ordening. Eerst wordt de Bijbel vanaf het begin doorgenomen: de schepping van man en vrouw in Genesis 1-3, de zondeval en de bestraffing van man en vrouw en Gods belofte voor beiden. Dan volgt de rechtspositie van vrouwen in het Oude Testament, de vraag hoe de Heere Jezus met vrouwen omging en het pinksterfeest, als de Heilige Geest gaven toedeelt aan man en vrouw. Vervolgens komen de vragen rond het ambt en de desbetreffende teksten in de brieven van de apostelen aan bod. In de laatste hoofdstukken wordt een conclusie getrokken. ”Zonen & dochters profeteren” is een uitgebreid boek en het behandelt veel Schriftgedeelten.

Het eerste wat opvalt is dat het niet zozeer een evenwichtig en rustig beargumenterend boek is. De auteurs weten eigenlijk van tevoren al waar ze naartoe willen. Al bij de eerste hoofdstukken over Genesis wordt zonder veel argumentatie al snel geconcludeerd dat de weg voor de vrouw tot de kerkelijke ambten openligt. Dat verzwakt de positie van de schrijvers. En zo gaat het in de meeste hoofdstukken.

Nog een voorbeeld is te vinden in het hoofdstuk over de Heere Jezus. Waarom koos Jezus alleen mannen als apostel? Daar wordt krampachtig een antwoord op gezocht – en niet gevonden. Via de vrouwen die Jezus dienden met hun bezit en via de vrouwen die getuige waren van de opstanding wordt geconcludeerd dat dus ook vrouwen apostel konden zijn. Dit gaat allemaal wel heel kort door de bocht en is weinig overtuigend. Zo zijn er heel wat meer voorbeelden te noemen. Dat is jammer, want op deze manier komt het gesprek niet echt verder. Het past ook niet bij de forse inzet van de inleiding: Gods Woord serieus nemen en er doorheen kruipen.

Magere scheppingsorde

Het grote punt, beslissend voor de verdere lijn van het boek, is de uitleg van Genesis 2: de mens die als man en vrouw naar Gods beeld wordt geschapen. Het boek zoekt het beeld van God vooral in de relatie tussen man en vrouw. De auteurs stellen dat man en vrouw beiden het gezag over de aarde hebben ontvangen. Daaruit wordt geconcludeerd dat man en vrouw naast elkaar staan en er geen verschil in positie is. Ook beider aanwezigheid in de hof van Eden wordt gezien als een argument: beiden kunnen samen in Gods heiligdom werken, dus de weg tot het ambt ligt voor de vrouw open.

In de hoofdstukken over Genesis 2 en 3 worden feitelijk de knopen doorgehakt die het hele boek bepalen. Alle volgende Bijbelgedeelten worden getoetst aan de uitleg van Genesis 2 en 3. Dat heeft grote gevolgen. Want in de uitleg van Genesis 2 haalt het boek alleen naar voren dat man en vrouw samen naar Gods beeld zijn geschapen. Maar de andere delen van Genesis 2 –dat Adam eerst is geschapen, dat hij de namen geeft, dat hij een vrouw ontvangt om hem terzijde te staan– krijgt geen eigen plaats meer. Het wordt allemaal gewrongen in het idee van gelijkheid. Op deze wijze kan Genesis 2 met zijn rijke scheppingsordening voor man en vrouw niet meer tot spreken komen. Je hoort het hoofdstuk als het ware naar adem happen als het zo besproken wordt dat de gelijkheid van man en vrouw alles overstemt.

Deze magere scheppingsorde wordt vervolgens toetssteen voor alle verdere Schriftgedeelten. Dat betekent dat ook de andere gedeelten moeite krijgen nog voor zichzelf te spreken. Voor ons gevoel ligt hier de achilleshiel van het boek. Kan dan de Schrift nog voor zichzelf spreken? Wat er uit komt blijkt aan te sluiten bij ons huidige levensgevoel: man en vrouw die in alle taken en functies en posities inzetbaar zijn. Het maakt de man-vrouwverhouding mager, leeg en schraal. Weg is het mysterie van God Die de man schiep en tegenover hem de vrouw, met ieder hun eigen bedoeling, taak en roeping. Het boek wil de toelating van de vrouw tot het ambt al uit de scheppingsorde kunnen halen. Het doet dat tegen een grote prijs: de scheppingsorde wordt mager en vlak. Waar zijn nog de hoogten en diepten van de bedoelingen van de Maker met man en vrouw?

Vader

Op de wijze van het boek redenerend kom je ook voor de vraag te staan: waarom God als Vader aanroepen, en niet als moeder? En ook: waarom is het Woord als man geboren en niet als vrouw? De auteurs stellen dat als Hij als vrouw was geboren, Hij dan niet in de synagogen had kunnen preken – dat was vrouwen niet toegestaan. Hier schrik je van de oppervlakkigheid. We zien de gevolgen als het man-zijn losgemaakt wordt van het Vaderschap van God, van het gezag, het eerste zijn. Wat overblijft is een grijze gelijkheid van man en vrouw. Het wonder, het sprankelende van het onderscheid tussen man en vrouw, is weg. Juist daarmee heeft de Schepper zulke rijke bedoelingen in de verhouding tussen mensen onderling, maar ook in de verhouding tot Hem.

Het is met diepe reden dat God door ons als Vader wil worden aangeroepen en dat het eeuwige Woord als man ter wereld kwam. Niet omdat God de man meer lief zou hebben dan de vrouw. We zien overal in de Schrift dat de Schepper een grote liefde heeft voor de man, maar een zeker niet mindere voor de vrouw. Dat bewijzen ook de gesprekken die de Heiland met vrouwen voerde. God wil beiden zalig maken, beiden Zijn liefde geven, beiden met gaven van de Geest voorzien. Binnen die eenheid is er de rijkdom en het mysterie van een tweeheid: man en vrouw. Helaas zien we dat mysterie het boek ”Zonen & dochters profeteren” verdampen.

----

Dr. P. F. Bouter

----

Boekgegevens

”Zonen & dochters profeteren. Man, vrouw & kerk”, Henk Folkers e.a. (red.); uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2016; ISBN 978 90 239 7127 6; 287 blz.; € 19,90.