Getuigenissen van de Holocaust

Joodse vrouwen in vernietigingskamp Auschwitz kort na de bevrijding in januari 1945.  beeld ANP
2

Uitgeverij Verbum brengt al langer boeken uit over de Holocaust. Onder de naam ”Verbum Holocaust Bibliotheek” zijn indrukwekkende uitgaven verschenen, zoals bewaard gebleven fotoalbums van Auschwitz (”Het Auschwitz Album” en ”Het Höcker Album”) en het standaardwerk ”Vernietiging van de Europese Joden” van Raoul Hilberg. Ook zagen egodocumenten het licht van omgekomen en overlevende Holocaustslachtoffers. Met de bundel ”Eerste Nederlandse getuigenissen van de Holocaust 1945-1946” heeft de uitgever ons een goede dienst bewezen. Het boek bevat tien brochures van kampoverlevenden, die –op eentje na– net na de Bevrijding werden uitgegeven en nu niet meer verkrijgbaar zijn.

Universitair docent dr. Bettine Siertsema heeft deze uitgave voorzien van een inleiding en licht elke titel kort toe. Om de auteurs het volle pond te geven, geeft ze niet te veel commentaar. Dat is jammer, want ze is merkbaar deskundig en de tien brochures geven zo veel informatie dat meer context helpend is. De teksten zijn in hedendaagse spelling gezet en schrijffouten zijn verbeterd. Zo schreef overlevende Rosa de Winter-Levy nog over „doktor Mengel”, van wie nu weten dat hij Josef Mengele heette.

De bundel geeft aandacht aan Nederlandse doorgangskampen als Vught en Westerbork, concentratiekampen als Theresienstadt, Mauthausen en Bergen-Belsen, maar vooral ook aan vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. De tien getuigenissen beogen verschillende doelen. ”Tussen leven en dood in Auschwitz” van M. Stoppelman en E. van Gelder is bedoeld als bewijslast bij de rechtsgang. Daartoe is zelfs een kroniek opgenomen van dr. Otto Wolken over gebeurtenissen in Auschwitz II (Birkenau).

Verschil in beleving

Anderen willen een ‘monument’ oprichten voor slachtoffers of aantonen waar het nationaalsocialisme toe leidt. Die verschillende doelen geven ook een verschil in beleving tijdens het lezen. Bernardus Slier (”Concentratiekamp Mauthausen, Moordhausen. Gevangene nr. 12564 vertelt”), Max Hakkert (”Het moordhol Bergen-Belsen”) en Rosa de Winter-Levy nemen de lezer mee in hun eigen verhaal. Dat geldt ook voor Ies Spetter, die vertelt over Monowitz (Auschwitz III) en met name over Buna, de fabriek van IG Farben. Nieuw voor mij was zijn uitleg over de organisatie en werkwijze van het Joodse kampverzet. Siegfried van den Bergh (”Deportaties. Westerbork, Theresienstadt, Auschwitz, Gleiwitz”) geeft een goed beeld van de omstandigheden in Theresienstadt.

Boeiende bijvangst is dat er ook informatie wordt gegeven over ”bekende” slachtoffers. Zo schrijft Rosa de Winter over haar kampvriendin Edith Frank-Holländer, terwijl Ies Spetter Etty Hillesum voor het voetlicht haalt, alsmede Sally de Jong, wiens tweelingbroer Loe de Jong voor een groot deel het nationale beeld van de bezetting heeft bepaald.

Hoewel de meeste auteurs weinig blijk geven van religieuze betrokkenheid wordt de vraag naar God wel gesteld. De onbekend gebleven auteur van ”Vught, poort van de hel. Oorlogsherinneringen van een Jood” stelt onder de indruk te zijn geraakt van de pesachviering, maar uit ook zijn onbegrip en verwijt naar een God Die de vele gebeden van het Joodse volk niet leek te horen. In twee bijdragen wordt het Godsvertrouwen beschreven van gevangenen die Jehova’s getuigen waren. Af en toe wordt Gods Naam ook zo gebruikt dat er weinig eerbied of liefde uit spreekt. Soms ook als verzuchting, die een heilzaam verlangen suggereert.

Deze getuigenissen zijn niet geschikt om achter elkaar te lezen, maar erg bruikbaar als naslagwerk. Het boek lijkt me ook zeer op zijn plaats in de boekenkast van onderzoekers, docenten en schoolbibliotheken. Nu de laatste getuigen wegvallen en de belangstelling van veel jongeren toeneemt, is deze bundel buitengewoon belangrijk.

Eerste Nederlandse getuigenissen van de Holocaust. 1945-1946, red. Bettine Siertsema; uitg. Verbum; 540 blz.; € 24,50.