Gelijkenissen en beeldspraak in eigentijdse woorden uitgelegd

De barmhartige Samaritaan, schilderij van Giacomo Conti. beeld Wikimedia
2

In zijn boek ”De gelijkenissen en andere beeldspraak in de Evangeliën” probeert ds. M. van Veelen de gelijkenissen die de Heere Jezus heeft uitgesproken op een eigentijdse manier te verwoorden en te verduidelijken voor meer of minder theologisch onderlegde lezers.

De auteur begint met een inleiding waarin hij uiteenzet hoe men gelijkenissen zou moeten lezen. Hij geeft aan dat gelijkenissen niet zijn bedoeld om de hoorders iets moeilijks uit te leggen. Nee, de Heere Jezus maakt door het uitspreken van gelijkenissen scheiding tussen de mensen die Hem volgen om de ‘verhalen’ en zij die Hem volgen om onderwijs. Tegelijkertijd geeft hij aan dat het niet eenvoudig is om gelijkenissen uit te leggen, waar de Heere Jezus dat niet gedaan heeft. Het uitleggen van een gelijkenis is voor een uitlegger geen makkelijke kost, en de kans bestaat om beelden door elkaar te halen. De auteur noemt dat ”beeldencontaminatie”.

Na zijn inleiding behandelt de schrijver achtereenvolgens vijftig gelijkenissen. Het aangename aan dit boek is dat hij daarbij de volgorde van de evangeliën aanhoudt, wat gemakkelijk is voor de lezer. Hij begint steeds met een gedeelte uit de Herziene Statenvertaling waarin hij de kernzinnen van de gelijkenissen weergeeft, waarna hij de inhoud probeert te verduidelijken. Overigens gebruikt hij daarbij soms wel wat woorden die, naar mijn mening, niet altijd passen bij de ernst van de gelijkenis. Verder citeert hij verschillende passages uit de Bijbel, die hij onder aan de bladzijden in de vorm van voetnoten duidelijk weergeeft.

Dat ds. Van Veelen zich richt op de verduidelijking van de gelijkenissen en de gebruikte beeldspraak, betekent in dit boek ook dat een toepassing of een lijn naar het hart veelal ontbreekt. Het was zeker waardevol geweest als de auteur gepoogd had om, naast het duidelijk verwoorden van de inhoud van de gelijkenissen, ook lessen te trekken naar het hart van de lezer.

Wel getuigt het boek van een goed beargumenteerde exegesekeuze. Zeker het hoofdstuk dat spreekt over ”De Vader en de vaders” laat zien dat de auteur exegetisch vanuit het Oude Testament verbanden weet te leggen tussen de teksten die spreken over het Vaderschap van God. Hij schrijft vervolgens: „Het meest ingrijpende verschil met het Nieuwe Testament is tenslotte dat het in het Oude Testament, waar God ”Vader” wordt genoemd, altijd bij beeldspraak blijft. Dat wordt bij Jezus anders (…). Hij spreekt uit dat God Zijn Vader is.”

Wat ook praktisch bruikbaar is, is dat de auteur de historische achtergrond bij vele gelijkenissen uitgebreid bespreekt. De lezer, 2000 jaar later, krijgt hierdoor inzicht in de handel en wandel van de oosterse mensen van die tijd. De lange lijst met geraadpleegde bronnen achter in het boek getuigt van uitgebreid onderzoek dat op dat gebied door de auteur verricht is.

Wat de indeling van het boek betreft was het aardig geweest als de hoofdstukken ongeveer dezelfde lengte hadden gekregen. Zo zijn er enkele hoofdstukken die nauwelijks een bladzijde lang zijn, en andere die wel meer dan drie bladzijden beslaan. Al met al bevat dit boek, voornamelijk voor niet-theologen, veel achtergrondinformatie die hen helpen kan om de gelijkenissen die de Meester heeft uitgesproken, verder te onderzoeken.

Boekgegevens

De gelijkenissen en andere beeldspraak in de Evangeliën, ds. M. van Veelen; uitg. Groen, Heerenveen, 2018; ISBN 978 90 889 7202 7; 173 blz.; € 14,95.