Geestelijke lessen in het dagboek van Jessie Thain

St. Peter’s Church in Dundee. beeld RD
2

Als M’Cheyne preekte, op zondag of doordeweeks, zat de kerk mudvol. Ook alle plaatsen op de ovaalvormige galerij waren bezet. Ergens zat dan Jessie Thain (1821‑1889), de oudste dochter van de reder Thain. Het gezin Thain behoorde tot de huisvrienden van M’Cheyne.

In het boekje ”Uit het hart gegrepen. Het dagboekje van Jessie Thain” schrijft M. H. Karels-Meeuse dat weleens is gesuggereerd dat M’Cheyne verloofd zou zijn geweest met Jessie Thain. „Recent historisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat daarvoor geen bewijzen zijn. (...) Daarom mogen we de verstandhouding tussen Robert Murray M’Cheyne en Jessie Thain niet romantiseren. Wel blijkt uit Jessies woorden dat zij een innige verbondenheid met haar predikant had en hem als jong meisje adoreerde.”

Op oudejaarsdag 1843 (M’Cheyne was in maart van dat jaar gestorven) begon Jessie Thain (22 jaar oud) te schrijven over haar geestelijk leven. Ze schrijft „opdat ik mijn eigen vele boze handelingen, of de veelvuldige zegeningen des Heeren niet vergeet. Ik zou tot in het stof verootmoedigd moeten zijn vanwege de voortdurende afkeringen en zou ook God moeten prijzen voor het genezen van mijn ziel.”

Jessie Thain schrijft openhartig over eigen geestelijke ervaringen (vaak is het „dodigheid”, geestelijke „traagheid”, „nachten van duisternis, twijfelingen en vrees”). Uitvoerig en mediterend beschrijft ze preken die ze beluisterde en wat ze (wel of niet) ervaarde tijdens de bedieningen van het heilig avondmaal. Op haar 24e verjaardag schrijft ze: „Heere, bereid mij voor op alles wat mij in dit jaar ook mag overkomen, en geef dat het leven dat ik van nu aan mag leven in het vlees, mag zijn door het geloof des Zoons van God, Die (ik geloof dat ik kan zeggen) mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven heeft.”

Het boekje eindigt abrupt met: „En o, hemelse Vader, ik smeek U Uw handen op ons te leggen en doe aan ons een teken ten goede. Dat het onze genadige God mocht behagen tot ons te zeggen: „Van deze dag af zal Ik u zegenen.””

Het dagboek van Jessie Thain bleef meer dan honderd jaar onbekend. In 1955 werd het voor het eerst gedrukt. In 1980 kwam het voor het eerst in de Nederlandse taal op de markt. M. H. Karels-Meeuse zorgde voor een nieuwe uitgave, waarin historische gegevens zijn verwerkt en foto’s en landkaartjes zijn opgenomen, evenals brieven van M’Cheyne geschreven aan de familie Thain.

Boekgegevens

”Uit het hart gegrepen. Het dagboekje van Jessie Thain”, M. H. Karels-Meeuse; uitg. Den Hertog, Houten, 2017; ISBN 978 90 331 2822 6; 99 blz.; € 13,90.