Geef psalmen voorrang in zondagse eredienst

Zang en eredienst
Wie zich in de eredienst niet beperkt tot de psalmen, zal toch de prioriteit van de psalmen als liederen voor de eredienst willen handhaven. Foto RD, Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Wat kan er wel en wat niet gezongen worden in de zondagse eredienst, als de gemeente samenkomt voor Gods aangezicht?

Dát er tijdens de eredienst gezongen wordt, gezongen mag worden en zelfs gezongen moet worden, blijkt uit het liedboek dat de Heere aan Zijn volk gegeven heeft: de Psalmen. Denk slechts aan de regels: „Laat ons Zijn gunstrijk aangezicht met een verheven lofgedicht en blijde psalmen juichend groeten.”

Dit voorbeeld zou met tal van andere aan te vullen zijn. De calvinistische traditie heeft eeuwenlang gebruikgemaakt van de psalmen, aangevuld met enige gezangen. Buiten de eredienst werden ook wel andere liederen met een geestelijke strekking gezongen. Maar in de eredienst zong de gemeente uit het door de Heere gegeven liedboek.

Langzamerhand is in die traditie verandering gekomen en is de vraag naar gezangen steeds luider gaan klinken, onder andere in kringen van de Gereformeerde Bond en in de Christelijke Gereformeerde Kerken. In de laatstgenoemde kerken is in 2007 een opdracht gegeven aan deputaten voor de eredienst om een handreiking te maken die gebruikt kan worden bij het toetsen van liederen voor de eredienst, nu er binnen deze kerken een zekere ruimte is ontstaan voor het zingen van gezangen. De noodzaak van een dergelijke handreiking blijkt uit het steeds toenemende aantal bundels en liederen waaruit gekozen kan worden. En uit het feit dat de vraag naar het zingen van gezangen nog steeds toeneemt op het gereformeerde erf.

Die handreiking ligt er nu. Enerzijds duidelijk geschreven met het oog op de Christelijke Gereformeerde Kerken. Anderzijds ook voor andere kerken van betekenis. Doel van de handreiking is kerkenraden behulpzaam te zijn „bij hun verantwoordelijke taak liederen te selecteren uit de veelheid van liederen uit verleden en heden, die gebruikt kunnen worden in de eredienst.”

Omdat de heilige God ontmoet wil worden in de zondagse eredienst, mogen en moeten er immers hoge eisen gesteld worden aan de vorm en de inhoud van de liederen die gezongen worden. Vier criteria worden genoemd en uitgewerkt.

De liederen moeten in overeenstemming zijn met de openbaring van Gods heil in het Oude en het Nieuwe testament. Ze dienen ook in overeenstemming te zijn met de belijdenis van de kerk. Verder dienen ze liturgisch verantwoord te zijn en literair en muzikaal van goede kwaliteit. Elk criterium wordt uitgewerkt en aan de hand van voorbeelden verduidelijkt.

Een kerkenraad die zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid voor de liturgie en daarom van deze handreiking gebruikmaakt, zal spoedig ontdekken dat heel veel wat zich vandaag aandient als geestelijk lied, ten enenmale ongeschikt is voor de eredienst. Daaronder vallen nogal wat liederen uit een bundel als ”Opwekking”, om maar iets te noemen.

De brochure bevat heel goede opmerkingen over soorten muziek en de taal die in liederen wordt gebruikt. De opstellers aarzelen niet concrete zaken aan de orde te stellen, die hun niet door iedereen in dank zullen worden afgenomen. Behartigenswaardige opmerkingen worden gemaakt die zich ook goed lenen voor een gesprek hierover met jongeren, ook in gemeenten waar men geen vrije liederen zingt.

Naast waardering heb ik ook vragen. In de brochure is sprake van diensten met een wat ander karakter, waarin wat meer ruimte geboden zou mogen worden. Genoemd worden evangelisatorische diensten. Zijn de opstellers niet bang dat deze mogelijkheid wordt aangegrepen als een ontsnappingsweg? Ik heb de indruk dat men hier en daar reeds al te gemakkelijk de (beide) zondagse erediensten vervangt door iets anders, wat dat dan ook mag zijn, om op die manier ruimte te hebben voor wat anders niet zou kunnen. Erediensten zijn toch erediensten, waar de gemeente tweemaal per zondag wordt samengeroepen?

Bij het derde en vierde criterium worden ook voorbeelden genoemd hoe het niet moet. Mijns inziens was dat niet minder noodzakelijk bij de eerste twee criteria: de toetsing aan Schrift en belijdenis. Veel liederen doen de Dordtse Leerregels geweld aan. Ik ben er niet zeker van dat iedere kerkenraad dat doorheeft.

Ten slotte: Deze keurige brochure biedt veel. Dat maakt het de moeite waard er kennis van te nemen. Het had aan waarde gewonnen wanneer er ook een loflied op de psalmen in had gestaan. Dat was misschien niet de eerste opdracht. Maar wie zich in de eredienst niet beperkt tot de psalmen –zoals de keuze van de recensent zou zijn– zal als gereformeerd mens toch de prioriteit van de psalmen als liederen voor de eredienst willen handhaven.

N.a.v. ”Zuiver zingen. Handreiking bij het toetsen van liederen voor de eredienst”, uitgave deputaten eredienst van de Christelijke Gereformeerde Kerken; uitg. Buijten & Schipperheijn, 2008; 36 blz.; de brochure is gratis op te vragen bij het Landelijk Kerkelijk Bureau te Veenendaal, via lkb@cgk.nl.