Franse schrijver Patrick Modiano speelt literair spel met tijd

In Rome ontmoet de schrijver-detective de vrouw waar hi naar op zoek is. beeld Getty Images/iStockphoto
3

De Franse schrijver Patrick Modiano won in 2014 de Nobelprijs voor de literatuur. Recent verscheen een vertaling van zijn nieuwste boek, waarin hij deze opmerkelijke zin schrijft: „Alle details van je leven staan toch ergens met onzichtbare inkt genoteerd.”

Aangestoken door bezielde recensies allerwegen, lazen we afgelopen zomer met onze leeskring ”De herinnerde soldaat” van Anjet Daanje. Op een gegeven moment gingen er appjes rond in de trant van: „Ik heb schoon genoeg van de zinnelijke passages in dit boek.” „Te veel ‘bed’. Nog even en ik stop ermee.” Tijdens de bespreking kwamen we tot de conclusie dat de roman met honderd bladzijden minder niets aan kracht zou hebben ingeboet. Hieraan moest ik denken toen ik met de nieuwe roman van Patrick Modiano in handen stond. De Franse auteur heeft opnieuw een dunnetje afgeleverd. Het is bijna geen roman te noemen en honderd bladzijden inkorten zou fataal zijn.

Bij de uitreiking van de Nobelprijs in 2014 verklaarde de secretaris van de Zweedse academie: „Modiano is gemakkelijk om te lezen: één boek in de middag, daarna gaan eten, dan kun je er ’s avonds nog een lezen.” Om te begrijpen waarom deze auteur de prestigieuze prijs kreeg, zou je misschien ook meer boeken van hem moeten lezen. Op basis van één werk, bijvoorbeeld ”Onzichtbare inkt”, dat dit jaar verscheen, zou je nooit een Nobelprijswinnaar in hem ontdekken. En leg je ”De herinnerde soldaat” naast ”Onzichtbare inkt” dan zou wat mij betreft de Groningse Daanje het qua stijl, diepgang en originaliteit winnen van Modiano.

Plot

Het plot van ”Onzichtbare inkt” is eenvoudig. Schrijver Jean Eyben heeft een verbleekte dossiermap in zijn bezit. In een ver verleden, toen hij net twintig was, werkte hij een blauwe maandag voor een detectivebureau. De map bevat informatie over een zaakje dat hij destijds moest oplossen, maar wat hem niet gelukt is. De map triggert hem op een goede dag om zijn zoektocht naar de vrouw te hervatten. Hij probeert alles wat hij vroeger onderzocht heeft terug te halen in zijn herinnering.

Nauwkeurig doet hij verslag van de mensen die hij ontmoette, de gesprekken die hij toen voerde, de plaatsen waar hij was. Al onderzoekend stuit hij echter op ontbrekende informatie, op de witte plekken in het dossier en op gaten in zijn geheugen. „Ik heb eerlijk gezegd nooit een agenda gehad, en ook nooit een dagboek bijgehouden. (…) Ik wilde geen boekhouding van mijn leven voeren.”

De details van de onopgeloste zaak zijn als het ware met onzichtbare inkt opgeschreven en Jean moet deze stukje bij beetje zien te onthullen. Het brengt hem tot de opmerkelijke uitspraak dat „al schijnen er gaten in je geheugen te zitten, alle details van je leven staan toch ergens met onzichtbare inkt genoteerd.”

Rome

Op driekwart van het boek wisselt het perspectief plotseling van de schrijver-detective Jean Eyben naar de vrouw die hij zoekt. Terwijl voor Jean ieder detail uit haar Parijse tijd van levensbelang is, weet zij zich er ternauwernood iets van te herinneren: „Zij had altijd in het nu geleefd, zodat de herinnering aan haar levensloop tal van leemten vertoonde.”

De twee ontmoetten elkaar in Rome, de eeuwige stad. Jean probeert haar herinneringen wakker te maken. Zij bekijkt hem nieuwsgierig: wat wil die man toch van haar? Tot ze uitroept: „Maar dat is een heuse roman, die u daar vertelt…” Ja, Jean is schrijver en is een roman aan het maken: de geloofwaardigheid van zijn hele relaas komt voor de lezer op losse schroeven te staan. Hoe kon de schrijver eigenlijk ook tientallen jaren na dato hele gesprekken woordelijk opschrijven en zich dan ook nog de toon en gezichtsuitdrukkingen herinneren?

Als er dan op de laatste bladzijde een „verrassende ontknoping” volgt, weet je genoeg. Schrijver Jean is erin geslaagd om zijn „detectiveroman” een totaal onverwacht slot te geven. Niet als detective, maar als schrijver is zijn missie geslaagd.

Ouderwets

Zoals je een Van Gogh uit een serie schilderijen zou pikken, zo pik je ook een Modiano uit een serie boeken. De auteur is ongevoelig voor trends, zijn boeken doen zelfs ouderwets aan en volgen een vast stramien. Op het eerste gezicht lijken ze vrij simpel. Toch zit er wel degelijk een filosofische lading in. Zo speelt de auteur met het begrip tijd. Verleden en heden vloeien in elkaar over in wat hij een „eeuwig heden” noemt.

De detective probeert het verleden in het heden te trekken, wat hem confronteert met de onbetrouwbaarheid van herinneringen. Maar het raadselachtige, onopgeloste verleden en de schemerige herinneringen hebben zo hun eigen charme. „Wie zich iets wil herinneren dient zich over te geven aan de vergetelheid, aan het risico dat absolute vergetelheid met zich meebrengt en aan het gelukkige toeval dat de herinnering dan is geworden.”

Modiano laat zijn lezers dus wel degelijk nadenken, namelijk over het merkwaardige ding dat ons geheugen is en over hoe dat nou gaat met herinneringen.

Transparante ruimte

Daarnaast cultiveert hij de „transparante ruimte” van de literatuur waarin werkelijkheid en fictie samenvloeien. Het onderscheid tussen echt gebeurd, gedroomd en verzonnen vervaagt in ”Onzichtbare inkt”. In de literatuur is er ruimte voor fantasie, vaagheid, zoeken en dwalen.

Klampt de detective zich vast aan feiten, de schrijver is daar niet aan gebonden. Met een euforisch gevoel loopt hij door Parijs. „De lucht die ik inademde was zuiverder dan anders, de zomeravond kwam me helderder en doorschijnender voor.” Wie eens wil kennismaken met Modiano, kan prima bij dit boek terecht. Om de omvang hoef je het niet te laten.

Boekgegevens

Onzichtbare inkt, Patrick Modiano (vert. Maarten Elzinga); uitg. Querido; 144 blz.; € 18,99