Feedback geven in de kerk om te kunnen groeien

Paulien Vervoorn: „Als je je feedback inslikt, mis je de kans om elkaar beter te leren kennen." beeld Marnix Schmidt
2

Feedback wordt door de ontvanger al snel ervaren als kritiek. En feedback geven vinden we misschien nog wel ingewikkelder. Want hoe doe je dat op een goede manier?

In haar boek ”Feedback in de kerk” beschouwt Paulien Vervoorn feedback niet als een probleem maar als een verrijking. „Feedback is een cadeau waardoor je kunt groeien.”

Het is een zomerse dag en Vervoorn doet het interview bij haar in de tuin in Woerden. Kom maar op met de vragen, straalt ze uit, want ze vindt niets mooier dan anderen op een spoor te zetten van beter met elkaar communiceren. „Open communicatie is de basis van alles.” Het zegt wel iets over hoe ze in het leven staat. Als Vervoorn ergens binnenkomt, merk je dat er een positieve ”vibe” door de zaal gaat. Ze komt regelmatig over de vloer bij christelijke organisaties en kerken. Van evangelische snit tot PKN-gemeenten en Nederlands gereformeerd, vertelt ze.

Met haar bureau Geloofwaardig Spreken traint ze mensen in een kerkelijke setting, onder meer in (s)preken voor groepen en over feedback geven. „Ik train ook leiders in kerken, omdat leiders de mogelijkheid hebben om een cultuur te veranderen.”

Inmiddels heeft ze zeven boeken geschreven en ”Feedback in de kerk” is eigenlijk een uitvloeisel van wat ze vaak tegenkwam in trainingen en in gesprekken met voorgangers, kerkenraden en vrijwilligers in de kerk: „met dit onderwerp worstelen we nogal eens. Feedback geven durven we vaak niet en daarom slikken we maar in wat we willen zeggen.”

Mantel der liefde

Feedback geven in een professionele setting, waar je betaald wordt voor je werk en waar het normaal is feedback te geven en te ontvangen, is iets anders dan feedback geven in de kerk, waar veel met vrijwilligers wordt gewerkt. We willen in de kerk niemand kwijtraken en bedekken dingen dan maar met de mantel der liefde. „Ik hoorde ooit het verhaal van een organist. De hele gemeente vond eigenlijk dat zijn orgelspel ver beneden de maat was. Mensen zaten op zondag met gekromde tenen in de dienst. Bij de koffie werd er volop over gepraat. Achter zijn rug om, dus niet met hemzelf.” Ze spraken de organist niet op zijn beroerde orgelspel aan om hem niet te kwetsen en „omdat het zielig was als hij weg moest.”

„Toen de man vervolgens zelf op een dag meedeelde dat hij stopte, ging er een zucht van verlichting door de gemeente. Maar de vraag is: was dit nu de beste manier? Door níét met hem in gesprek te gaan maar wel over hem te roddelen kwets je iemand nog meer. Het echte gesprek werd uit de weg gegaan.”

Oordelen

Onbewust speelt in de kerk mee dat we bij het wegvluchten voor het geven van kritiek ons beroepen op de Bijbel. „Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt”, citeren we dan Mattheüs. Of er wordt verwezen naar Spreuken 10:12: „Haat brengt ruzie voort, liefde dekt alle fouten toe.” Dat is in de loop van de tijd verworden tot de bekende ”mantel der liefde”, maar dat bedoelde Salomo écht niet, aldus Vervoorn. „Hij beweert nergens dat je elkaars fouten nooit moet noemen. Als je de rest van Spreuken leest, zie je dat hij terechtwijzing juist aan alle kanten stimuleert. In de goede zin van het woord dus, op een liefdevolle, opbouwende wijze.”

Een andere tekst die wel misbruikt wordt, is die van Jezus over de balk en de splinter uit het Mattheüsevangelie. „Dat Jezus wijst op een balk in je eigen oog, wil niet zeggen dat we een ander niet mogen aanspreken. Als we ons bewust zijn van die balk in ons eigen oog, zijn we empathischer wanneer we de ander helpen bij het verwijderen van de splinter in diens oog. Het is pas liefdeloos om die splinter bij de ander te laten zitten.”

Jezus zegt met Zijn uitspraak volgens Vervoorn vooral iets over de volgorde van spreken en over onze hartsgesteldheid. „Als we eropuit zijn de ander onderuit te halen, zijn we verkeerd bezig. Het betekent niet dat we ons niet met de ander zouden mogen bemoeien en dat we nooit ergens een oordeel over mogen hebben.”

Groeien

In de kerk wordt bijna wekelijks op de kansels verkondigd hoe belangrijk het is om open en eerlijk met elkaar om te gaan, zegt Vervoorn. „We preken over liefde, aanvaarding, respect en genade. Over geestelijke wasdom, groeien in geloof. Hoe wonderlijk mooi God het bedacht heeft dat we als Zijn kinderen, als broers en zussen, mogen opgroeien. Maar in de praktijk passen we dat lang niet altijd toe.”

Vervoorn droomt van kerken waar mensen elkaar complimenten geven. Waar er geknipoogd wordt als er iets goed gaat. Waar mensen elkaar op de schouders kloppen. Waar duimen opgestoken worden als teken van waardering, bemoediging, contact en plezier.

Waarom het zo belangrijk is om feedback te geven, daar is ze duidelijk over. „Als je geen feedback geeft, ontneem je elkaar de mogelijkheid om te leren en te groeien.”

Ze illustreert het met een voorbeeld. „Ik sprak een vrouw van zeventig die al een paar keer van anderen te horen had gekregen: „Ik vind dat jij zó leuk met kinderen omgaat.” Ze deed daar zelf heel laconiek over, vond het eigenlijk heel gewoon. Het was voor haar een blinde vlek. Doordat er op een positieve manier waardering werd uitgesproken, werd ze zich er zelf ook meer bewust van. Naar aanleiding daarvan heeft ze zich aangemeld voor het kinderwerk in de kerk en daar kwam ze nog meer tot bloei.”

Het geeft volgens Vervoorn ook aan dat het reflecteren op jezelf en de ander niet met leeftijd te maken heeft. „Elke levensfase heeft potentiële groeimomenten.”

Inkijkje

Feedback is een middel waardoor je elkaar beter leert kennen. „Feedback zegt veel over degene die de feedback geeft en ook over degene die hem ontvangt. Je gaat samen in gesprek over je waarnemingen, over wat je aan de orde wilt stellen. Je krijgt een kijkje in elkaars hoofd en hart. En soms gaat dat ook gepaard met flinke emoties. Maar als je je feedback niet uitspreekt en in plaats daarvan inslikt, mis je de kans om elkaar beter te leren kennen.”

Feedback kan ertoe leiden dat je met bepaalde punten aan het werk gaat, jezelf probeert te ontwikkelen en samen een koers bepaalt om verder te gaan. „Maar soms kan het er ook toe leiden dat je erachter komt: het werkt niet.”

In haar boek legt ze uit dat feedback geven en ontvangen een basis moet hebben. Ze noemt dat het abc-principe dat ze van de apostel Paulus heeft geleerd. „Aanvaarding, bemoediging en confrontatie/correctie. Paulus begint zijn brieven met aanvaarding en bemoediging, maar hij heeft ook het lef om de broeders en zusters die hij schrijft te confronteren met hun gedrag. In Galaten lees je bijvoorbeeld: „Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan, moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid.”

Aanvaarding van de ander heeft ermee te maken dat je hem of haar ziet –of kunt zien– als geliefd door God. „Net als Jezus Christus ons aanvaardt in alles wat we zijn, moeten we ook proberen die houding tegenover anderen te hebben.” En het heeft alles te maken met zelfaanvaarding. „Als we onszelf niet aanvaarden, zakt de feedback in elkaar als een bodemloze kwarktaart. Om goed met elkaars feedback om te gaan, is het allereerst belangrijk dat het goed zit met onze eigen bodem: die van zelfaanvaarding. Als daar barsten in zitten, moeten we daar eerst extra aandacht aan besteden. Anders slaat feedback die opbouwend bedoeld is, ons alleen maar uit het veld.”

Gebakmodel

Feedback krijgen mag je leren zien als een feest, en daarom bedacht Vervoorn het gebakmodel. „Feedback is gelaagd – of we dat nu willen of niet”, legt ze uit. Het gaat in op (g) gedrag (wat heb ik gezien en gehoord), het zorgt voor (e) effect en emotie (wat roept het bij je op) en heeft te maken met (b) behoefte: probeer niet alleen kritiek te geven, maar er ook achter te komen of de (a) ander iets nodig heeft – of te begrijpen. De laatste letter, de k, staat voor koers. „Het kan niet alleen maar bij praten en evalueren blijven. Doe het ook niet te vaak. Kies je momenten. Bepaal ook hoe je verder wilt. Wat wordt de koers? Misschien ben je het wel helemaal niet eens geworden met de ander en kijk je heel verschillend naar een situatie. Benoem dat dan ook en kijk wat je dan wel voor elkaar kunt betekenen.”

Een laatste tip: durf je kwetsbaar op te stellen en weet dat je daardoor kunt groeien. „Ik weet van een predikant die graag wilde weten of hij in zijn preek niet te veel moeilijke woorden gebruikte. Dus hij vroeg een goede vriend van hem –die ook de waarheid durfde te zeggen– eens op een zondag in de kerk te gaan zitten en daar specifiek op te letten. Het leidde tot oprechte, waarderende feedback waar hij echt wat mee kon. Zo mooi kan feedback geven en krijgen zijn.”

Wie feedback op een juiste manier leert geven en ontvangen, kan een brug overgaan die onbegaanbaar leek. „Ook al geeft iemand je feedback op een boze, bijna neerbuigende manier, dan is het de kunst om allereerst te luisteren. Wat wil diegene me nu eigenlijk duidelijk maken? Als je die stap kunt maken, sta je boven alleen ”de kritiek” die je hoort en kun je zelfs uit die onbevredigende gesprekken iets goeds halen.”

Vijf tips

Wat zijn kernpunten voor het geven van feedback? Paulien Vervoorn noemt vijf basisregels:

1. Sterke punten

Je kunt jezelf niet van een afstand bekijken. Daarvoor heb je altijd hulp van anderen nodig. Nodig eens verschillende mensen uit om te vertellen wat je sterke punten zijn. Waarom? Vaak gebeurt het dat je je sterke punten zo normaal vindt dat het niet eens in je opkomt om het te benoemen.

2. Vraag feedforward

Feedback is nuttig, maar feedforward is nog nuttiger. Het betekent dat je steeds gericht bent op wat je nog gaat doen in plaats van op wat je al gedaan hebt. Iemand die hier veel over schreef is de Amerikaanse leiderschapscoach en auteur Marshall Goldsmith. Hij bedacht de 360 gradenfeedback. Hij noemde dit zo omdat de feedback afkomstig is van mensen die om de persoon heen staan.

3. Roddel niet

Als je commentaar inslikt, wil je vaak toch je verhaal kwijt of je gaat advies inwinnen bij een ander. De kans bestaat dan dat je dan begint te roddelen over de ander. Kies ervoor om er niet aan mee te doen en het gevaar van roddel serieus te nemen. Heb bijvoorbeeld het lef om een ander te zeggen dat je die informatie niet wilt weten. Vraag bijvoorbeeld of hij of zij het al met de persoon zelf besproken heeft. Daarmee laat je merken dat ze voor roddelen bij jou aan het verkeerde adres zijn.

4. Complimenten: doen!

Complimenten zeggen iets over gezien worden, erkend worden, gewaardeerd worden en je geliefd weten. Ze zeggen vaak ook iets over de relatie: Als je van iemand houdt, zeg je hopelijk ook niet ”Dat weet hij toch?” We investeren in onze relaties door regelmatig positieve woorden uit te spreken. Ook als de ander het weet, zijn de positieve woorden nog steeds ”zoet voor de ziel”, zoals Bijbelvers Spreuken 16:24 zegt.

5. De praatstoel

Neem de tijd om in een team of kerk elkaar beter te leren kennen. Laat iedereen om de beurt plaatsnemen op ‘de praatstoel’. Kies een specifieke stoel uit die hiervoor symbool staat. Om elkaar beter te begrijpen, is het belangrijk om elkaars verleden te kennen. Van wie heb je de allermeeste liefde ontvangen en wat betekent/betekende deze persoon voor je? Maar ook: waarheen zou je op vakantie gaan als geld geen rol speelde? Laat je verrassen door wat je dan te horen krijgt.

www.geloofwaardigspreken.nl

Boekgegevens

”Feedback in de kerk. Aansprekende ideeën om met elkaar te groeien”, Paulien Vervoorn; uitg. Kok, Utrecht, 2017; ISBN 978 90 435 2712 5; 160 blz.; € 16,99.